Staten en Stinzen: De wonderlijke geschiedenis van de Schierstins in Feanwâlden

In samenwerking met de stichting Staten en Stinzen gaat Wykein dit jaar op bezoek bij eigenaren, bewoners en beheerders van deze historische woonhuizen en buitenplaatsen. Vandaag de achtste aflevering met Jaap van der Boon, beheerder en cultureel medewerker bij de Schierstins, een uniek gebouw in Feanwâlden met een even zo bijzondere geschiedenis.

Opgetrokken uit grote kloostermoppen, met muren van één meter dik en vanuit de schietgaten een uitzicht over de uitgestrekte weilanden rond Feanwâlden . Op deze plek liet zeven eeuwen geleden een onbekende Friese edelman een verdedigbare toren bouwen. Het moest een toevluchtsoord zijn voor hem en zijn familie wanneer er gevaar dreigde. Zevenhonderd jaar later staat het middeleeuwse bouwwerk nog altijd op zijn plaats en herinnert de Schierstins aan schiere monniken, koukleumende Duitsers en een zuinige postbeambte.

In die zeven eeuwen kreeg de toren gezelschap van een smal huisje met klokgevel en later nog eens twee aanbouwen. De Schierstins veranderde van vestingtoren in een zomerverblijf voor gegoede burgers, werd door de marechaussee gebruikt als kazerne en weer later omgebouwd tot postkantoor van Feanwâlden. ,,De geschiedenis van de Schierstins even samenvatten in een notendop is daarom lastig”, lacht Jaap van der Boon. Hij is de beheerder van het gebouw, dat nu gebruikt wordt als cultureel centrum.

Schiere pijen

Sinds 1985 biedt de Schierstins, eigendom van de gemeente Dantumadiel en in beheer van een stichting, ruimte aan kunstenaars om te exposeren. Ook worden er concerten en lezingen gehouden. Maar met de bijzondere geschiedenis van het gebouw zelf werd in eerste instantie niets gedaan. ,,Terwijl juist dat ook de moeite waard is om te vertellen”, zegt Van der Boon. ,,Dat vond de stichting ook en dus kwam er in 1999 op zolder een tentoonstelling over stinzen in dit deel van Fryslân en het verdwenen kloosterleven.”

De gewelven van de in de middeleeuwen gebouwde toren van de Schierstins.

Want hoewel de Schierstins ooit werd gebouwd als torenstins, is de historie van het gebouw nauw verweven met de monniken in de omgeving van Feanwâlden. De toren kwam namelijk in bezit van het even verderop gelegen klooster Klaarkamp. Vanuit de stins, die als uithof van het klooster diende, hielden de monniken toezicht op de winning van turf. ,,Dat waren lekenbroeders, monniken die zich bezig hielden met handenarbeid. Zij droegen ook goedkopere pijen, die een ‘schiere’ of grijze kleur hadden.”

Hier kreeg ik een baan waarin ik, net als in mijn tijd als journalist, met veel verschillende mensen te maken krijg. Juist dat vind ik erg leuk

In een oorkonde uit 1439 wordt het gebouw ‘Schira Monika Huse’ genoemd: daar waar schiere monniken wonen. ,,Zo kreeg de Schierstins de naam die het nog altijd heeft”, zegt Van der Boon, die als jonge student voor het eerst in de historie van het gebouw dook. ,,Ik deed de onderwijzersopleiding en daar kwam ook kunstgeschiedenis aan bod. Ik heb in die tijd een scriptie geschreven over Fogelsangh State in Veenklooster en toevallig de Schierstins, maar ik kwam niet verder dan de buitenkant van de gracht.”

Lees ook: Dekema State: wonen, werken en genieten

Toen Van der Boon 25 jaar geleden solliciteerde naar de functie van cultureel assistent kwam dat goed van pas. ,,Dat heb ik toen natuurlijk wel even in mijn sollicitatiebrief gezet. Geen idee of het geholpen heeft, maar ik kreeg de baan wel.” Van der Boon werkte daarvoor als journalist bij het Friesch Dagblad, maar kwam tot het besef dat hij liever iets anders wilde gaan doen. ,,Hier kreeg ik een baan waarin ik, net als in mijn tijd als journalist, met veel verschillende mensen te maken krijg. Juist dat vind ik erg leuk.”

Veel te zien

Van der Boon onderhoudt de contacten met kunstenaars die komen exposeren, staat muzikanten bij die een concert geven in de Schierstins, stuurt de circa vijftig vrijwilligers aan en leidt mensen rond die de tentoonstelling in de toren en op de zolderverdieping willen bekijken. ,,Het is hier geen stormloop en dat hoeft ook niet. Het is een klein gebouw, maar mensen zijn altijd weer verrast hoeveel er eigenlijk te zien is. We hadden deze zomer veel mensen van buiten Fryslân, die door corona vakantie in Nederland vierden.”

De grote zaal van de Schierstins met de in het oog springende schouw en tegeltableau.

Tijdens een rondleiding neemt Van der Boon de bezoekers onder andere mee naar de grote zaal, waar de mintgroen geverfde houten lambrisering en de sierlijke schouw in het oog springen . Maar wie denkt dat deze historische details een restant zijn uit de tijd van de Friese adel of de monniken komt bedrogen uit. ,,Nee, die schouw komt uit een afgebroken café in Paesens en het tegeltableau daaronder is afkomstig uit een boerderij in Waaxens. Het hout langs de muren is tijdens een verbouwing in de jaren zestig aangebracht.”

Als je hier echt dagelijks zou zijn, dan is zo’n toren niet heel praktisch. Wat moet je met een bouwwerk met muren van een meter dik en schietgaten?

De zaal was oorspronkelijk ook geen zaal, maar opgedeeld in kleine kamertjes. Voor de vroegere bewoners van de Schierstins was een protserige grote ruimte ook helemaal niet nodig: zij gebruikten het gebouw voornamelijk als zomerverblijf om met mooi weer de viezigheid van de stad te ontvluchten. ,,Daarom is er ook nooit veel geld in verbouwingen gestoken. De Schierstins werd later wel een landgoed met boomgaard en koetshuis, maar het gebouw zelf bleef van binnen simpel.”

Lees ook: Staten en Stinzen: Schatzoeken in familiehuis Voormeer

Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom de middeleeuwse toren altijd is blijven staan en bezoekers zevenhonderd jaar na de bouw zich nog altijd kunnen vergapen aan het fraai gemetselde gewelf in de kelder . ,,Als je hier echt dagelijks zou zijn, dan is zo’n toren niet heel praktisch. Wat moet je met een bouwwerk met muren van een meter dik en schietgaten? Gelukkig is hij nooit gesloopt, want dat gebeurde op veel andere plekken wel. Dit is daardoor de enige nog overgebleven torenstins van heel Noord-Nederland.”

Zwaar beschadigd

Dat de eigenaren van de Schierstins weinig geld in het onderhoud van het gebouw staken, werd begin twintigste eeuw duidelijk zichtbaar. De marechaussee - in de regio aanwezig om de sociale onrust in de armlastige Friese heidedorpen te beteugelen - huurde het gebouw van de familie Van Doorninck, de toenmalige eigenaars. Op een foto uit die tijd is te zien dat een van de muren zwaar beschadigd is: op de grond ligt een flinke stapel uit de gevel gevallen stenen en een compleet raamkozijn.

De Theun de Vries-kamer in de Schierstins, waar alle werken van de in Feanwâlden geboren schrijver te vinden zijn.

Sloop van de bouwvallige toren leek toen aanstaande. Totdat het Fries Genootschap het initiatief nam tot restauratie en de daarvoor benodigde guldens bijeenbracht. De familie van Doorninck besloot de Schierstins in 1916 te verkopen. De Popta Stichting, dat ook al het Poptaslot in Marsum beheerde, nam het gebouw daarna over. Maar zij konden weinig met het historische bouwwerk in Feanwâlden en besloten het te verhuren aan de PTT, zodat er in het smalle deel met de klokgevel een klein postkantoor werd gevestigd.

Ik heb begrepen dat overal in het gebouw emmers stonden om water op te vangen, dat door het lekke dak heen kwam druppelen

,,Over die periode van de Schierstins weten we het meest”, vertelt Van der Boon. ,,Dat komt vooral door de tweede postkantoorhouder: Sijfke Geert Musch. Hij was een heel interessante man over wie veel verhalen bewaard zijn gebleven. Musch was erg zuinig en heel strikt. Ik heb van een meneer gehoord dat hij hier als jochie kwam om postzegels te halen. Maar na een wandeling van enkele kilometers uit Noardburgum bleek dat hij een halve cent te weinig had. Musch liet hem gewoon teruglopen om dat bedrag te gaan halen.”

Lees ook: Staten en Stinzen: In Oranjewoud is de stilte bijna hoorbaar

Naast de verkoop van postzegels en het versturen van brieven, werd de Schierstins toen ook gebruikt om de post te sorteren. Maar de plaatselijke postbode nam de kaarten en enveloppen liever mee naar zijn eigen huis, omdat Musch het uit zuinigheid vertikte om de kachel goed op te stoken. ,,Het was hier veel te koud en het lekte ook nog eens flink. Van een voormalige invalkracht van Musch heb ik begrepen dat overal in het gebouw emmers stonden om water op te vangen, dat door het lekke dak heen kwam druppelen.”

Raadszaal

Bij de restauratie door het Fries Genootschap werd namelijk alleen de toren gerestaureerd. Aan de andere delen van het gebouw was geen spijker of likje verf te pas gekomen. Toen er in de jaren vijftig van de vorige eeuw een flinke restauratie noodzakelijk was, besloot de Popta Stichting de Schierstins te verkopen aan de gemeente Dantumadiel. De verbouwing kostte een vermogen, maar leverde de gemeente wel een nieuwe plek op om te vergaderen: de kamertjes in de aanbouw maakten plaats ten gunste van een raadszaal.

,,Helaas was toen ook het geld op, want anders zou er nog een ophaalbrug over de gracht zijn gekomen en nieuwe luiken voor de ramen”, verzucht Van der Boon. ,,De gemeente heeft hier ook niet lang in gezeten. Het was al gauw te klein en in 1973 zijn ze weer vertrokken. Daarna is het nog een tijdje verhuurd aan een particulier, maar dat was eigenlijk niet de bedoeling: het moest een openbaar toegankelijk gebouw zijn en begin jaren tachtig hebben ze bedacht dat de Schierstins een cultureel centrum moest gaan worden.”

De schedels in de toren vinden de kinderen vaak een beetje eng, maar de middeleeuwen vinden ze altijd erg interessant

En dat is het tot blijdschap van Van der Boon nog steeds. Want terwijl hij als jonge student niet verder dan de gracht kwam, is het voor de jeugd van nu mogelijk om het hele gebouw te bekijken. ,,Op een paar opslagkasten na kun je overal komen. We hebben hier ook een educatieprogramma voor kinderen, die in de toren wapens uit de middeleeuwen kunnen bekijken. Daar liggen ook wat schedels uit het archeologisch depot in Nuis. Dat vinden ze vaak een beetje eng, maar de middeleeuwen vinden ze altijd erg interessant.”

Door een aanbouw van glas is er nu ook een ruime ontvangstruimte. Het is voor bezoekers mogelijk om even te gaan zitten en een kopje koffie te drinken. Dat een grote stalen boom in het midden van de aanbouw het dak draagt, heeft Van der Boon weer een nieuw verhaal opgeleverd om te vertellen. ,,Aan mooie verhalen geen gebrek hier”, lacht hij. ,,De geschiedenis van het gebouw is bijzonder en ook hoe het telkens weer een stukje groter werd. Zelfs na al die jaren is en blijft het voor mij een wonderlijk bouwwerk.”

Staten en Stinzen: Op het Poptaslot komen passie en traditie samen

In samenwerking met de stichting Staten en Stinzen gaat Wykein dit jaar op bezoek bij eigenaren, bewoners en beheerders van deze historische woonhuizen en buitenplaatsen. Vandaag de zevende aflevering met Bert Prins en Jan Kuppens, die respectievelijk als slotbewaarder en tuinbaas de tradities van het Poptaslot bewaken.

Nieuws

Meest gelezen

menu