Staten en Stinzen: Op het Poptaslot komen passie en traditie samen

In samenwerking met de stichting Staten en Stinzen gaat Wykein dit jaar op bezoek bij eigenaren, bewoners en beheerders van deze historische woonhuizen en buitenplaatsen. Vandaag de zevende aflevering met Bert Prins en Jan Kuppens, die respectievelijk als slotbewaarder en tuinbaas de tradities van het Poptaslot bewaken.

Het sierlijke houtsnijwerk springt meteen in het oog en door de mintgroene stoffering nodigt de stoel nadrukkelijk uit om plaats op te nemen. Ware het niet dat een klein bordje verzoekt om dat niet te doen. Want hoewel de eigenaar van de stoel al 308 jaar geleden zijn ogen definitief sloot, is de wil van dr. Henricus Popta nog altijd wet op het statige landgoed in Marsum. Op het Poptaslot is de nalatenschap van zijn laatste bewoner ruim drie eeuwen na zijn dood nog overal voelbaar én zichtbaar.

Het omvangrijke testament van Popta, die zijn vermogen verdiende als advocaat in Leeuwarden, telde liefst 24 pagina’s. Een van zijn wensen was dat het door hem zo geliefde ‘Slodt’ na zijn sterven nooit meer bewoond zou worden. Die wens is altijd gerespecteerd en dus woont Bert Prins, de huidige slotbewaarder van het zestiende-eeuwse Poptaslot, samen met zijn vrouw in de naastgelegen boerderij. Samen met tuinbaas Jan Kuppens is hij verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op het landgoed.

Het vooraanzicht van het Poptaslot, met in het oog springende toren. Foto: Mark Vallinga

Prins vervult de functie als slotbewaarder sinds 2006. Hij geniet volop van het mogen wonen én werken in een bijzonder stukje Friese geschiedenis, maar had veertien jaar geleden nog geen idee van wat zijn dagelijkse taken zouden zijn. ,,De slotbewaarder was daarvoor altijd de vrouw van de tuinbaas en het was niet iets om elke dag mee bezig te zijn. Het werd er een beetje bijgedaan. Maar sinds die tijd zijn er zoveel taken bijgekomen: van het beantwoorden van e-mails tot het beheren van de website en het in de kaart brengen van de inventaris. Ook voer ik kleine restauraties zelf uit.”

Als ik uit bed rol, lig ik al bijna in de tuin van het landgoed. Dat vind ik wel prima zo

Dat Prins werd aangesteld had ook te maken met het feit dat Kuppens het niet zag zitten om op het landgoed te gaan wonen en zijn vrouw geen trek had in een functie als slotbewaarder. Kuppens: ,,Ik werkte hier toen al 22 jaar en had wel door dat er altijd mensen voor je deur zouden staan. Toeristen die het slot per se wilden bezoeken of bezoekers die een vraag hadden. Nu woon ik aan de overkant in een andere boerderij. Als ik uit bed rol, lig ik al bijna in de tuin van het landgoed. Dat vind ik wel prima zo.”

Vier voogden

Kuppens en Prins zijn in dienst de Stichting Dr. H. Popta Gasthuis. Aan het hoofd daarvan staan de vier voogden van het Poptaslot, die - overeenkomstig de wens van Popta - de voormalige bezittingen van de advocaat beheren. Na zijn dood koos Popta ervoor om het slot, het gasthuis, de tuinen, de singels, de boerderijen en ook de landerijen over te dragen aan vier van zijn vertrouwelingen. Een van hen was Johannes Jellema en die keuze deed toentertijd velen de wenkbrauwen fronsen: Jellema was namelijk de huisknecht, maar werd beloond voor zijn trouw.

Om die regeling ook voor de toekomst in stand te houden, besloot Popta dat als een van de voogden zou overlijden, zij binnen drie maanden gezamenlijk een nieuwe moesten kiezen. Voogd bleef men tot de dood, maar in 1975 is ervoor gekozen om een voogd te laten stoppen op zijn 75-jarige verjaardag. En dus kijkt de zitstoel van Popta tegenwoordig uit op vier stoelen in het midden van de kamer. Daar vergaderen zeven keer per jaar de huidige vier voogden, die in naam van Popta het landgoed beheren.

De statige zaal van het Poptaslot, waar nog altijd diners worden georganiseerd. Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

In ruil voor hun onbezoldigde taak als voogd hebben zij, en ook de oud-voogden die met pensioen zijn, een aantal privileges. Zo mogen ze regelmatig gebruik maken van het slot voor feesten en partijen. Voor die gelegenheden ontbrandt Prins het haardvuur in de statige zaal en steekt hij de kaarsen van de sierlijke kroonluchters aan. Daarnaast laat tuinbaas Kuppens de voogden elke week een pakket met groente, fruit en bloemen - allemaal afkomstig van het landgoed - bezorgen. Het Poptaslot staat er dus niet slechts bij voor de sier, maar wordt ook nog functioneel gebruikt. Het levert bovendien voldoende geld op om in het onderhoud van het slot te voorzien.

Maar wie denkt dat die inkomsten vooral afkomstig zijn uit het geven van rondleidingen heeft het mis. ,,Het meeste geld wordt namelijk verdiend met het innen van de pacht bij boeren”, legt Prins uit. ,,Mensen denken dat we door de coronacrisis helemaal geen inkomsten hebben, maar het maakt voor de exploitatie van het slot eigenlijk niet uit dat er nu geen bezoekers komen. Dat is jaarlijks slechts een extraatje. De voogden hebben hier ook liever niet te veel mensen over de vloer, omdat er anders sneller slijtage zichtbaar wordt.”

Lees ook: Staten en Stinzen: Schatzoeken in familiehuis Voormeer

Desondanks lopen er jaarlijks heel wat toeristen, historici en vrouwenverenigingen onder het poortgebouw door om een bezoek te brengen aan het Poptaslot. Dat is alleen al de moeite waard vanwege de bijzondere geschiedenis die het landgoed vertelt. De adellijke familie Van Heringa liet er in de zestiende eeuw een stins bouwen, maar door een huwelijk kwam het slot in handen van de familie Van Eysinga. Drie generaties groeiden er op. Totdat Heringastate in 1687 werd verkocht aan de vermogende advocaat Henricus Popta.

Verstokte vrijgezel

De Leeuwarder ging het gebruiken als zomerverblijf en als verstokte vrijgezel woonde Popta er vooral met zijn moeder. Al besloot hij vlak voor zijn overlijden nog wel dat de vreugde van het wonen op het landgoed niet alleen aan hem voorbehouden moest zijn. In de buurt van het slot wilde hij namelijk een gasthuis laten verrijzen , waar 26 alleenstaande dames van hun oude dag zouden kunnen genieten. Een half jaar na het overlijden van Popta namen de weduwes en ongehuwde ‘dogters’ hun intrek in het pas opgeleverde gasthuis.

Het gasthuis van het Poptaslot, waar alleenstaande dames een woning kunnen huren. Foto: Mark Vallinga

,,Tegenwoordig is de gemiddelde leeftijd van de dames in het gasthuis heel wat lager geworden en in het nieuwste deel mogen ook mannen wonen”, benadrukt Prins, die naast slotbewaarder ook huismeester is van de in totaal 28 bewoners van het gasthuis. Naast het geven van rondleidingen zorgt het voor veel sociale contacten op het landgoed. ,,Dat vind ik een van de leukste dingen aan dit werk. Het contact met mensen heeft mij altijd al erg aangetrokken. Ook in mijn vorige beroep vond ik dat prachtig.”

Ik, Jan en de ook andere medewerkers hier voelen ons allemaal erg betrokken bij het slot en werken hier met veel passie

Prins werkte, voordat hij naar het Poptaslot kwam, jarenlang als orthopedisch instrumentenmaker. ,,Mensen die een arm of been waren verloren, kwamen bij mij terecht en ik maakte voor hen een prothese. Iets totaal anders dus, maar het menselijke aspect aan het werk en de technische handigheid komen nu natuurlijk ook goed van pas als slotbewaarder. Ik heb er geen moment spijt van gehad dat ik dit ben gaan doen. Ik, Jan en de ook andere medewerkers hier voelen ons allemaal erg betrokken bij het slot en werken hier met veel passie.”

Lees ook: Staten en Stinzen: Boschoord, alsof je uit logeren bent bij de barones

Prins wordt bijgestaan door een huishoudelijke hulp, die twee keer per week langs komt, en in het zomerseizoen helpen vijf geschiedenisstudenten hem met de rondleidingen. Kuppens werkt voor het bijhouden van de tuin, de boomgaard en de groentetuin samen met tuinman Piebe en een tuinstagiair. Geen overbodige luxe, want er is elke dag voldoende te doen in het groen. Hoewel Kuppens alweer 35 jaar geleden naar het Poptaslot kwam, blijft het werk hem uitdagen. ,,Ik heb ook een tijdje als hovenier gewerkt, maar dan kom je bij de mensen langs als de tuin een bende is en bellen ze je pas als het weer een zootje is. Daar werd ik niet heel blij van.”

De Franse kamer van het Poptaslot. Foto: Mark Vallinga

Op het Poptaslot kon Kuppens, aanvankelijk als eerste tuinman, er zorg voor dragen dat de tuin er altijd pico bello uit zou zien. En hoewel de tuin (nog) geen monumentale status heeft, is Kuppens er veel aan gelegen om het karakter van het groen op het landgoed in stand te houden. ,,Onze tuin is niet bijzonder ruim of speciaal, maar de waarde ervan is wel groot. Het kweken van eigen perkgoed, snijbloemen, groente, fruit en het vervolgens uitdelen daarvan aan de voogden van het landgoed: zoiets zie je bijna nergens meer in Nederland.”

Lees ook: Staten en Stinzen: Dekema State, wonen, werken en genieten

Uit het testament van Popta valt op te maken dat de Leeuwarder erg gesteld was op zijn tuin, maar hoe die er in zijn tijd uit heeft gezien is onduidelijk. In 1735 ontwierp Valentijn Pommer, de tuinarchitect die ook bij de Oranjes in dienst was, een nieuwe tuin - met boomgaard - voor het Poptaslot. Ruim honderd jaar later werd Lucas Pieters Roodbaard gevraagd om de tuin te herinrichten in een landschappelijke stijl, maar ook van zijn ontwerp is tegenwoordig nog weinig over. De huidige tuin van het Poptaslot is begin twintigste eeuw aangelegd.

Vol zaaibloemen

Dat Kuppens niet op het landgoed woont, heeft voor hem nog een voordeel: naast de tuin van het Poptaslot heeft hijzelf ook een tuin om te onderhouden. ,,Maar dat is een heel ander soort tuin. Hier op het slot is alles strak en recht. Mijn eigen tuin is vrij wild en staat vol met zaaibloemen. Iemand hier uit het dorp heeft mij weleens gevraagd waarom ik de tuin hier op het slot zo netjes houd en van mijn eigen tuin een zootje maak. Ik kon daar wel om lachen. Ik vind het juist leuk om twee verschillende soorten tuinen te kunnen onderhouden.”

Als je hier rondloopt en om je heen kijkt, besef je hoe mooi en bijzonder het is om hier te mogen werken

Als zestiger denkt Kuppens met regelmaat na over hoe het komt als zijn periode als tuinbaas erop zit. Want zijn er in de toekomst nog wel genoeg hoveniers die meer kunnen dan alleen het standaard schoffelen, snoeien en planten? Kuppens is voorlopig nog niet van plan om te stoppen, maar voor Prins ligt dat anders: eind volgend jaar stopt hij als slotbewaarder van het Poptaslot. ,,Hoe dat zal zijn, durf ik niet te zeggen. Maar missen ga ik het zeker wel. Als je hier rondloopt en om je heen kijkt, besef je hoe mooi en bijzonder het is om hier te mogen werken.”

Staten en Stinzen: In Oranjewoud is de stilte bijna hoorbaar

In samenwerking met de stichting Staten en Stinzen gaat Wykein dit jaar op bezoek bij eigenaren en bewoners van deze historische woonhuizen en buitenplaatsen. Vandaag de zesde aflevering met Cees en Janneke Wagenaar, die na een Portugees avontuur in 2002 het beheerdersechtpaar van Landgoed Oranjewoud werden.

Nieuws

Meest gelezen

menu