Jentsje van der Molen uit Ee: op een reddingsboot bij Lesbos verloren mijn vooroordelen het van de werkelijkheid

Jentsje van der Molen (41) uit Ee meldde zich precies vijf jaar geleden aan bij Stichting Bootvluchteling. Om te helpen, bij Lesbos. Nu kan hij ook pas terugzien, want de emoties waren soms groot. ,,Uit het pikkedonker doken allerlei bootjes op. Honderden mensen net als jij en ik, alleen beroofd van hun vrijheid, beroofd van hun thuis.”

Jentsje van der Molen uit Ee als vrijwilliger op Lesbos.

Jentsje van der Molen uit Ee als vrijwilliger op Lesbos. Foto: Jentsje van der Molen

De beelden staan nog dagelijks op ons netvlies. Beelden van schamele, overvolle bootjes. Soms weerloos drijvend in zee of volledig gekapseisd, soms aanstormend op een strand vol scherpe rotsblokken. Rubberbootjes met mannen, vrouwen, kinderen, oma’s en opa’s. Het zijn de tot deze keuze veroordeelden: hulpeloze en verloren vluchtelingen uit onder andere Afrikaanse landen.

Foto overleden jongetje

In de zomer vanaf 2015 kwamen die beelden voornamelijk uit Syrië; vluchtelingen die alles en iedereen achterlieten en op zoek waren naar een veilige toekomst. Maar als de foto van de Turkse persfotograaf Nilüfer Domir eind dat jaar de voorpagina’s haalt van bijna alle (inter)nationale kranten en nieuwsbulletins, is de verontwaardiging immens. Het kleine driejarige Syrische jongetje Alan Kundi met zijn rode t-shirt dat dood op het strand aanspoelt, schudt dan eindelijk het geweten wakker van ieder weldenkend mens. In ieder geval het geweten van Jentsje van der Molen (41) uit Ee.

In het dagelijks leven is hij eigenaar van een stoffeerbedrijf in Dokkum, in zijn vrije tijd vrijwilliger bij de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM). Hij zit tegenover mij in zijn loods met een open vriendelijk gezicht en is nu, vijf jaar later, meer dan bereid zijn verhaal en herinneringen te delen. Nu kan hij ook pas terugzien, want de emoties waren soms groot. Zijn motto: ‘Je bent er om de ander te helpen’. Een klein verhaal zonder boodschap, maar wel met een humane bewustwording.

Het is nu precies vijf jaar geleden dat hij als vrijwilliger zich aanmeldde bij Stichting Bootvluchteling. Om te helpen.

Het drama weerspiegelde in zijn ogen

,,Op een feestje van de KNRM-sectie Noord hier in Dokkum vertelde een vriend en collega van mij (Ed Huisman, red.) dat hij die trieste beelden van drenkelingen die hulpeloos aanspoelden, op televisie had gezien. Én dat er een stichting was die vrijwilligers vroeg om daar te helpen”, zegt Van der Molen. ,,Dat drama weerspiegelde in zijn ogen en zijn verhaal greep mij direct aan. Na wat filmpjes te hebben gezien, en wat achtergrondinformatie, ging ik dan ook meteen in op zijn uitnodiging: we gaan daar heen om te helpen! Als hier op zee iemand overboord valt, wordt man en macht ingezet om die drenkeling te redden: helikopters, reddingsboten en een reddingsteam staan dan klaar. In no time. Hij of zij krijgt als het ware geen kans om te verdrinken. Maar daar aan de kust van het Griekse eiland Lesbos kapseisden de overladen rubberbootjes en verdronken mensen bij bosjes. Dat is onmenselijk en druist zo in tegen onze grondgedachte: niet sterven op zee. Wat ik zag beroerde me dan ook enorm. En nog steeds.”

Van der Molens gedachten gaan terug naar die tijd. Zijn vrouw verwachtte hun derde kindje en verklaarde hem eerst voor gek. Maar het thuisfront realiseerde zich al snel dat hij dit moest doen. ,,Ik ben christen, maar dat maakt eigenlijk niet uit. Het is medemenselijkheid die mij dreef. Dat is de basis van mijn geloof ook. Je helpt namelijk iemand anders die in nood is. Dat is je plicht als mens, daarvoor zijn we hier op aard denk ik. En kijk om ons heen! We hebben hier echt alles, wonen in een prachtig verzorgd land. Die mensen hadden en hebben alleen nog maar wat ze bij zich droegen, meer niet. Misschien wat geld opgerold in een plastic kokertje tegen het water. Een paar schoenen, een jas, wat kleren.”

‘Mijn eerste indruk: dit is niet echt’

Jentsje van der Molen en Ad Huisman vlogen, na een geldinzameling onder enkele ondernemers in Dokkum voor reis- en verblijfkosten, in de voorzomer van 2016 naar Griekenland en werden op Lesbos door de organisatie stichting Bootvluchteling ingedeeld bij de bootbrigade; vrijwilligers die vluchtelingenbootjes moesten begeleiden naar een veilige kust. Hun expertise bij uitstek. ,,Mijn eerste indruk was: dit is niet echt. Dit is een film. Uit het pikkedonker - want ze maakten vooral ’s nachts de zware overtocht vanuit Turkije, soms direct vanuit Syrië - doken allerlei bootjes op. Honderden mensen net als jij en ik, alleen beroofd van hun vrijheid, beroofd van hun thuis.”

,,En je wordt dan zo keihard geconfronteerd met je eigen vooroordelen. Want ook ik hoorde de verontrustende en soms op niets beruste haatdragende verhalen. Van mannen die hier onze vrouwen zouden komen lastigvallen, profiteurs van onze welvaart. Een seconde word je daarin bevestigd. Want op zo’n rubberboot zitten dan de mannen op de rand van de boot en die zie je dan even alleen. Ongeschoren, ruwe bolsters, dreigende gezichten. Maar als je dan die bootjes binnenloodst, voorbij de gevaarlijke rotskusten, dan zie je in het midden daarvan, vrouwen, moeders met hun kinderen. Baby’s, nog geen jaar oud. Kilometers hebben ze zo afgelegd op de bodem van zo’n bootjes, tot hun knieën in het water. Koud en angst in hun blikken. De enige reden waarom die mannen zo zitten, is om hen te beschermen tegen weer, wind en de woeste zee. En soms tegen bepaalde autoriteiten op zee die hen niet moeten. Je vooroordeel verliest het dan onmiddellijk van de werkelijkheid.”

Als ze de vluchtelingen aan vaste wal waren gebracht, werden zij opgevangen door andere vrijwilligers, die van overal uit de wereld waren gekomen om belangeloos mee te helpen. Ook hier weer omwille van de medemenselijkheid. Artsen uit Canada, verpleegkundigen, managers, handwerklieden uit onder anderen Frankrijk, Engeland, en de Verenigde Staten. De plaatselijke bevolking voorzag de vluchtelingen van schone en warme kleding, de natte kleding wasten ze en boden die weer aan, aan de volgende lichting. Want het hield destijds niet op met vluchtelingen. Het kamp Moria op Lesbos liep vol met alle gevolgen van dien.

Hoe kan dit in deze wereld?

,,Je hoorde de verhalen wat ze onderweg mee hadden gemaakt. Eerst de gruwelverhalen over verkrachtingen, mishandelingen en diefstal in de opvangkampen ter plekke in Syrië en Turkije. Later de verbijsterende drama’s over de bootjes die op zee soms bewust waren lek geprikt of door grotere schepen van autoriteiten voorbij werden gevaren met enorme golfslag als gevolg. Ze werden totaal, maar dan ook totaal genegeerd.”

Van der Molen schudt zijn hoofd. Kijkt naar zijn handen, verlegt vervolgens zijn blik naar opzij en onderdrukt in zijn ooghoeken een traan. ,,Je hoorde zoveel mensonterende verhalen dat je dacht: hoe kan dit in deze wereld?”

Bootje van de Blokker

,,Een van de dingen die me het meest zijn bijgebleven was een vader in zo’n gammel bootje. Zo’n rubberbootje dat je bij de Blokker kunt kopen, weet je wel? In zijn handen had hij zijn jongste aanwas, net dat jongetje als die Alan Kundi. De angst in de ogen van die vader en dat kind vergeet ik nooit weer. Hij wierp het kind in mijn armen. Ik ving het op om het niet meer los te laten. De man kon niet meer. Was wanhopig, uitgeput. Dan sta je daar en dan denk je aan je eigen kinderen. Aan je eigen net geboren kereltje.”

Wederom wordt Van der Molen overspoeld door ingehouden emoties en betrokken gedachten. Hij zoekt op zijn telefoon naarstig naar foto’s. Kan ze zo snel niet vinden. Mompelt iets over de vele duizenden zwemvesten die her en der lagen aan de rand van het strand. Weinig functionele zwemvesten gevuld met stro, katoen, plastic flesjes die in Turkije voor grof geld werden verkocht aan de vluchtelingen. Vervolgt dan zijn verhaal over hoe die ervaring hem mede heeft veranderd als vader, als ondernemer, als mens.

,,Ik ben wel emotioneler geworden door wat ik daar heb meegemaakt. En ook dankbaarder misschien wel. In ieder geval bewuster van de bevoorrechte positie waarin ik hier leef, waarin wij hier leven”, zegt hij. ,,Toen ik na enkele weken hoorde dat mijn jongste zoon die een paar weken daarvoor geboren was, naar de intensive care moest, wilde ik naar huis. Ik bestelde ’s avonds in mijn hotel in Molivos via de computer een ticket. Twee uur later zat ik in het vliegtuig naar huis. Comfortabel. Twee uur later! Als ik uit het vliegtuigraampje keek, zag ik al die vluchtelingen en die hectiek op het strand. Toen werd het me wel even teveel. Die mensen konden niet even een ticket bestellen, konden niet gerieflijk reizen. Snap je mijn gedachten? Wat een geluk had ik, hebben wij hier omdat ons wiegje hier stond. Laten we dat ons maar eens wat meer realiseren.”

Corona vult nu voorpagina’s

Anno 2021 is de situatie op zee rondom Lesbos iets rustiger geworden. Het kamp Moria kwam vorig jaar door een brand nog even in het nieuws, maar nu domineert corona de voorpagina’s. Hoe de problemen rondom de (boot)vluchtelingen op te lossen weet Van der Molen niet. Daar wil hij ook geen uitspraak over doen.

,,Dat is politiek. Dat is een macht die groter is dan wij zijn. Samen met mijn maat heb ik maar iets heel kleins kunnen doen daar. Ik zag Frontex, het Europees grens- en kustwachtagentschap, de Griekse en Turkse kustwacht aan het werk daar, op zo’n afschrikwekkende machomanier die totaal niet recht deed aan waarvoor ze - denk ik - zijn opgeleid, als je begrijpt wat ik bedoel.”

,,Als ik nu de filmpje zie van bootjes die weer worden teruggesleept naar open zee omdat die buitenlanders niet welkom zijn als illegalen, draai ik mijn hoofd weg. Kan dat niet aanzien, kan ik niet handelen met mijn opvatting hoe je met mensen moet omgaan. Zou dan ook zo weer afreizen om te helpen. Waar dan ook.”

Op de terugweg naar huis herhalen de woorden van Jentsje van der Molen zich en schalt ingetogen uit de radio het cabaretlied Er spoelen mensen aan van cabaretière Kiki Schippers. Ook precies vijf jaar geleden bekroond met de Annie M.G. Schmidtprijs. Het verhaal van Jentsje van der Molen en dat van zijn collega, echoot tussen de regels door en verankert onze vrijheid en rijkdom:

‘[…] er spoelen mensen aan
en we kijken naar de beelden
en daarna komt de reclame
apparaten voor ’t verwijderen van eelt

er spoelen mensen aan
en een foto laat ze drijven
en de kranten spugen koppen
van hoe vol en hoe ver weg
en hoe verdeeld […]’


De Turkije-deal, hoe zat het ook alweer?

Het is nu ruim vijf jaar geleden dat de Turkije-deal tussen de EU en Turkije werd gesloten. Het akkoord houdt in dat alle nieuwe illegale migranten die vanuit Turkije naar de Griekse eilanden oversteken, worden teruggebracht. In ruil voor elke Syriër die vanaf de Griekse eilanden wordt teruggebracht naar Turkije, zal een Syrische vluchteling vanuit Turkije overgeplaatst worden naar een van de EU-landen. Turkije zal de benodigde maatregelen nemen om te voorkomen dat nieuwe zee- of landroutes voor illegale immigratie vanuit Turkije naar de EU ontstaan, in ruil voor miljarden euro’s.

De Moria-deal is vorig jaar naar aanleiding van een grote brand in het opvangkamp op Lesbos gesloten. Veel commotie ontstond rondom de Moria-deal omdat vluchtelingen als handelswaar werden beschouwd. Nederland zou honderd kwetsbare vluchtelingen -vooral kinderen- uit het kamp Moria op Lesbos ophalen, maar zou het jaar daaropvolgend honderd minder opnemen. Een inhumane win-win situatie.

Lees ook