Streekromans zijn nog altijd niet aan te slepen voor de honderd jaar geworden Lies van der Werf uit Leeuwarden

Lijsbert van der Werf vierde dinsdag haar honderdste verjaardag. Er is in de afgelopen eeuw veel veranderd, maar sommige dingen bleven hetzelfde. ,,Ik ben geboren bij pake en beppe, toen was er ook al woningnood.”

Foto: Hoge Noorden/Jaap Schaaf

Foto: Hoge Noorden/Jaap Schaaf Foto: Jaap Schaaf

Lijsbert van der Werf-Hettema uit Leeuwarden, doorgaans Lies genoemd, werd dinsdag al om 7.00 uur gewekt door een koor van zorgpersoneel. ,,Ik had nog wel even willen liggen. Ze komen me altijd laat douchen. Dit was wel bijzonder.”

Ze woont nog altijd op zichzelf in een aanleuningwoning bij zorgcentrum De Hofwijck. ,,Ik moet hier nog bijna alles zelf doen.” Haar kinderen zorgen voor het eten sinds het restaurant vanwege de coronacrisis is gesloten.

Woningnood

Van der Werf bracht haar eerste levensjaren door in de Wijnhornsterstraat in Huizum, vlakbij het spoor. ,,Mijn ouders konden geen huis krijgen en wij woonden bij pake en beppe in een spoorhuisje. Pake werkte bij het spoor, vandaar. Toen was er ook al woningnood.”

Ze was de oudste in een gezin van vijf, maar inmiddels is ze de enige die nog in leven is. ,,Mijn jongste zus is niet lang geleden overleden. Ik had nooit gedacht dat ik honderd zou worden. Mijn man werd maar 65. Hij overleed aan longkanker terwijl hij tien jaar eerder al gestopt was met roken.”

Haar vader was huisschilder en het gezin woonde achtereenvolgens in Appelscha en Buitenpost. Soms moest ze meehelpen. ,,Sommige klanten betaalden op afbetaling, maar mijn vader had geen zin om elke week bij hen langs te fietsen om het geld kwartje voor kwartje op te halen, dus dat mocht ik dan doen en ik heb ook weleens een huis gewit.”

Ze wijst naar een grijze keramische vaas die met blauwe bloemen is beschilderd. ,,Die heb ik daarmee verdiend. Ik hoefde geen geld en toen mocht ik iets uit het huis uitzoeken. Ik vind hem nog altijd mooi.”

Terug naar Leeuwarden

Tijdens een fietstochtje richting Leeuwarden ontmoette ze halverwege Hein van der Werf uit Leeuwarden die een jaar ouder was. Ze kregen verkering en trouwden drie jaar later en gingen in de Stijnstraat wonen in de Transvaalwijk. Van der Werf was de enige uit het gezin die terugkeerde naar Leeuwarden, de rest bleef in Buitenpost en omgeving.

Ze kregen drie zoons en een dochter. Haar man werkte aanvankelijk als verkoper van brandstof, voornamelijk turf en kolen. ,,Maar toen dit ding kwam, raakte hij werkloos”, zegt Van der Werf terwijl ze naar een radiator wijst. ,,Later werd hij vertegenwoordiger van autobanden.”

Samen hielden ze van bridgen en elk jaar gingen ze op vakantie naar hetzelfde plekje in Luxemburg. ,,Dat vonden we een mooi land. Die Luxemburgers kenden ons op een gegeven moment goed.” Na het overlijden van haar man ging ze alleen nog drie keer naar Australië om haar zwager op te zoeken. ,,Mijn man durfde niet te vliegen, de bangeskiter . Maar er is niets engs aan.”

Vroeger handwerkte ze veel, maar tegenwoordig houdt ze vooral van lezen. Met name streekromans. ,,Ik vind het leuk als het over het platteland gaat.” Ze leest wel zes streekromans per week. ,,Ze zijn niet aan te slepen”, zegt haar dochter Margo van der Werf. ,,Die van de bibliotheek heeft ze allemaal al uit, dus ik weet haast niet waar ik ze nog vandaan moet halen.”

Het gehoor wordt wat minder en haar benen willen niet meer zo goed. Af en toe maakt ze met haar rollator nog een wandeling in het nabijgelegen Rengerspark. ,,Het wordt minder, maar we gaan door en ik heb hier een mooi plekje.”