Student leent minder en wordt afhankelijker van ouders, Nibud bezorgd over toename van kansenongelijkheid tussen studenten

Steeds meer studenten hebben de afgelopen jaren een bijdrage van hun ouders gekregen. Het gemiddelde bedrag steeg sinds 2017 van 46 euro in de maand naar 210 euro. Het Nibud is bezorgd dat hierdoor de kansenongelijkheid tussen studenten groeit.

Een minderheid van de studenten, onder wie van deze groep alleen Ronan van Langen (midden), heeft tegenwoordig een lening.

Een minderheid van de studenten, onder wie van deze groep alleen Ronan van Langen (midden), heeft tegenwoordig een lening. Foto: Geert Veldstra

Het is al redelijk rustig bij NHL Stenden Hogeschool wanneer zes eerstejaarsstudenten bestuurskunde, accountancy en finance het druilerige plein aan de Rengerslaan in Leeuwarden betreden. Ronan van Langen is de enige met een studielening. ,,Anders kan ik niet op kamers en dat leek me wel goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling.”

De andere jongens wonen nog thuis. ,,Ik wil me niet in de schulden steken voor een kamer”, zegt Justin Stelpstra. ,,Bovendien zijn de prijzen voor een kamer momenteel sky high .” Het langer thuis wonen past in een trend die al een paar jaar gaande is. Waar in 2017 nog meer dan de helft van de studenten het huis uit gingen blijven nu juist meer studenten thuis wonen.

Lenen

Ook het aantal studenten met een lening is de afgelopen jaren afgenomen. Waar in 2017 nog 55 procent van de studenten een lening had is dit tegenwoordig 45 procent, blijkt uit onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). De meeste studenten die niet lenen, zijn huiverig voor een studieschuld en de afname vond vooral plaats onder thuiswonende studenten.

,,Het liefst leen ik niets. Ik ben bang dat ik dan misschien geen huis kan kopen”, zegt eerstejaars accountancystudent Aron Hoekstra. Hij krijgt net als Stelpstra een bijdrage van zijn ouders en zoals alle zes werkt hij erbij. ,,Mijn ouders betalen alleen het collegegeld en de boeken”, zegt Hoekstra. ,,Maar omdat ik nog thuis woon, heb ik verder geen grote kosten en geen bijdrage nodig. Met mijn bijbaantje erbij red ik het wel.”

Ouderbijdrage

Volgens het Nibud ontvangt tegenwoordig twee derde van de studenten geld van hun houders, dat is ongeveer 10 procent meer dan in 2017 en 15 procent meer dan in 2015 toen de respondenten in het onderzoek nog niet onder het leenstelsel vielen. Het bedrag is in vier jaar tijd gestegen van gemiddeld 46 euro in de maand naar 210 euro. Het wettelijk vastgestelde collegegeld voor hbo’s en universiteiten zou onder normale omstandigheden voor het komende collegejaar 2168 euro zijn. Wanneer ouders alleen het collegegeld zouden betalen, zou dit uitkomen op ongeveer 180 euro per jaar.

Vanwege de coronacrisis zijn de collegegelden voor volgend studiejaar eenmalig lager. Eerstejaars studenten betalen 542 euro en ouderejaars moeten de helft van het wettelijke vastgestelde collegegeld betalen wat neerkomt op 1084 euro.

Ongelijkheid

Het Nibud maakt zich zorgen over de groeiende kansenongelijkheid van studenten en de afhankelijkheid van een ouderbijdrage. Wanneer ouders anderhalf keer modaal verdienen, hebben ze bijna geen ruimte voor een studiebijdrage blijkt uit berekeningen van het instituut. ,,Mijn ouders hebben hier al sinds mijn geboorte voor gespaard”, zegt Stelpstra. ,,Zodoende heb ik nu wel voldoende te besteden.”

Studenten met minder vermogende ouders kunnen een prestatiebeurs krijgen. ,,Ik heb een prestatiebeurs omdat mijn vader een jaar geleden zijn baan verloor”, zegt finance-student Sylvan Wiersma. ,,Ik kan zo mijn studie goed betalen. De financiële situatie van mijn ouders heeft me er niet van weerhouden om te studeren.”

Afhankelijk

De afhankelijkheid van ouders is volgens het Nibud alleen maar groter geworden. ,,En als je niet van hen afhankelijk kunt zijn en een lening nodig hebt, maakt de studieschuld studenten onzeker over hun toekomst”, zegt directeur Arjan Vliegenthart. „Iedereen kan studeren met studiefinanciering, maar er ontstaat na afloop een grotere ongelijke situatie dan noodzakelijk is.” Vliegenthart pleit dan ook voor aanpassing over het leenstelsel.

De Landelijke Studentenvakbond (LVSB) voert al twee jaar met de FNV campagne tegen het leenstelsel. Ze willen dat er een schuldenvrije basisbeurs komt, waarmee studenten die twaalf uur per week werken, zonder een studieschuld kunnen afstuderen. Ook eisen ze volledige compensatie voor de studenten die de afgelopen jaren onder het leenstelsel vielen. Van 1986 tot 2015 kregen studenten nog allemaal een basisbeurs van op het laatst zo’n 90 euro per maand. Uit de verkiezingsprogramma’s voor de parlementaire verkiezingen in maart bleek dat een meerderheid van de partijen voor het herinvoeren van een basisbeurs is.