Surinames trotse stromen, Surinames heerlijk land, trouw zijn wij aan u verpand

Een paar regels uit het Surinaamse volkslied zijn terug te voeren op een zondagsschoollied van een Hallumer dominee. Zijn tekst werd herschreven door dichter Trefossa, die we trouwens ook terugvinden in het Surinamenummer van een Fries literair tijdschrift.

Twee coupletten uit het Surinaamse volkslied van Henny de Ziel, ofwel Trefossa, die een aantal regels gebruikte van Cornelis Hoekstra, gegraveerd op het monument voor de dichter.

Twee coupletten uit het Surinaamse volkslied van Henny de Ziel, ofwel Trefossa, die een aantal regels gebruikte van Cornelis Hoekstra, gegraveerd op het monument voor de dichter. Foto: wikimedia commons

In de gotische Sint-Maartenskerk in Hallum werd Cornelis Atzes Hoekstra (1852-1911) gedoopt. Hij werkte van 1892 tot 1907 als predikant van de Evangelisch Lutherse Gemeente in Paramaribo. Toen hij met zijn vrouw Rikje van der Weide en zoon David arriveerde, was de afschaffing van de slavernij nog geen dertig jaar oud.

Een jaar na aankomst schreef Hoekstra een zondagsschoollied waarvan enkele strofen werden opgenomen in het officiële Surinaamse volkslied. Zijn oorspronkelijke tekst begon met ‘Suriname’s trotse stromen/ Suriname’s heerlijk land/ Suriname’s fiere boomen/ Trouw zijn wij aan u verpand’ , op een melodie uit 1876 van de componist Johannes Corstianus de Puy.

Toen Hoekstra zijn coupletten schreef, gold ‘Wien Neêrlandsch bloed’ als het volkslied van Suriname. De openingsregels – Wien Neêrlandsch bloed door de aderen vloeit/ Van vreemde smetten vri j – vond hij kennelijk niet passend in Surinaamse context. Zijn alternatief werd in 1908 opgenomen in het Liederboek voor kerk, school en huis: ten gebruike bij de Evangelische Broeder-Gemeente in Suriname .

Het lied had geen officiële status. Later werd de tekst herschreven door de Surinaamse dichter Trefossa, pseudoniem van Henri Frans de Ziel (1916-1975). Zijn versie werd in 1959 het officiële volkslied van Suriname. Dat lied bestaat uit een couplet in het Sranantongo (Surinaams) en een tweede couplet in het Nederlands.

De tekst van het tweede couplet, dat deels ontleend is aan Hoekstra’s Suriname’s trotsche stroomen , luidt: God zij met ons Suriname/ Hij verheff’ ons heerlijk land/ Hoe wij hier ook samen kwamen/ Aan zijn grond zijn wij verpand/ Werkend houden w’in gedachten/ recht en waarheid maken vrij/ Al wat goed is te betrachten/ Dat geeft aan ons land waardij.

In De Ziels eerste versie begon de vijfde regel met ‘ Strijdend houden wij in gedachten’, een verwijzing naar de strijd tegen de slavernij in Suriname. In de officiële versie van 1959 is het echter gewijzigd in ‘ Werkend ...’.

Trefossa was trouwens ook betrokken bij een interessante Fries-Surinaamse culturele uitwisseling in 1952. De redactie van literair tijdschrift De Tsjerne liet toen een speciaal Surinamenummer uitbrengen, samengesteld door een gastredactie met daarin onder andere Eddy Bruma, de Surinaamse schrijver die later minister werd.

In het nummer werden uit het Sranan vertaalde gedichten in het Fries opgenomen, ook van Trefossa, een kort verhaal en essays over de taalverhoudingen in Suriname en over literatuur in het Sranan.

Met dit themanummer bood De Tsjerne een podium aan de Surinaamse beweging Wie Eegie Sanie , die net als de Friese Beweging haar culturele emancipatie moest bevechten op de dominantie van de Nederlandse taal en cultuur. Het was een primeur: niet eerder was in Nederland uit het Sranan vertaalde literatuur gepubliceerd.

Eddy Bruma en andere Surinaamse studenten in Amsterdam kwamen naar Leeuwarden om de presentatie van het nummer bij te wonen. In De Groene Weide voerden ze een toneelstuk op en er werd nog tot in de kleine uurtjes gedanst, maar van een langduriger culturele uitwisseling tussen Fryslân en Suriname kwam het niet.

Tijdens de manifestatie ‘F(rede fan Fryslân, feest foar elkenien’ in oktober 2018 vestigde de toenmalige dichter fan Fryslân Eeltsje Hettinga de aandacht op deze Fries-Surinaamse links, waarmee hij wilde onderstrepen dat ‘de bannen tusken Suriname en Fryslân in pear slaggen fierder geane as de A7’.

Met de A7 verwees Hettinga naar een actie in november 2017, toen een groep Friezen de snelweg blokkeerde om een protest tegen de aanwezigheid van ‘Zwarte Pieten’ tijdens de intocht van Sinterklaas in Dokkum te voorkomen. Deze zogenoemde ‘blokkeerfriezen’ voelden zich geroepen de figuur van Zwarte Piet te verdedigen met een beroep op de Nederlandse ‘traditie’.

Daar tegenover stond de kritiek die wijst op de racistisch getinte stereotypen die door de figuur van Zwarte Piet worden opgeroepen en versterkt – en die niet passen in het streven naar een inclusieve samenleving.

Barbara Henkes is historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van het onlangs verschenen boek Sporen van het slavernijverleden in Fryslân. In een serie artikelen besteedt het Friesch Dagblad wekelijks aandacht aan kolonialisme en slavernij in het Friese verleden en wat daar vandaag nog van terug te zien is.