Terugval Friese overnachtingen door corona valt nog mee, zeker vergeleken met Amsterdam

Friese hotels, pensions, huisjesterreinen en groepsaccommodaties ontvangen nog steeds minder gasten dan vóór corona, maar de teruggang is in Fryslân wel het kleinst van alle provincies. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

Een hotelkamer. Afbeelding ter illustratie.

Een hotelkamer. Afbeelding ter illustratie. Foto: ANP

Het aantal gasten in logiesaccommodaties in Fryslân lag in het tweede kwartaal 9,5 procent lager dan in hetzelfde kwartaal in 2019, vóór corona. In alle andere provincies is dat verschil groter.

Ook Zeeland deed relatief goede zaken, met 11,5 procent minder hotel- en pensiongasten dan in het tweede kwartaal van 2019. De grootste teruggang is te zien in Noord-Holland (-68 procent), Zuid-Holland en Groningen (beide -40 procent).

Dat de terugval in Fryslân en Zeeland beperkt bleef, heeft er volgens het CBS mee te maken dat binnenlandse toeristen vaak deze provincies hebben gekozen als vakantiebestemming. In Fryslân steeg het aantal Nederlandse toeristen met 10 procent naar 496.000. In Zeeland was de toename met 71 procent nog veel groter.

Buitenlandse gasten

De sector heeft vooral te lijden onder de blijvende afwezigheid van buitenlandse toeristen. Die kiezen vaker voor Amsterdam, waardoor Noord-Holland extra hard geraakt is. Landelijk waren er in het tweede kwartaal 86 procent minder buitenlandse gasten dan in dezelfde periode in 2019. Kampeer- en huisjesterreinen verwelkomden juist meer Nederlandse gasten dan twee jaar geleden.

Overigens is de situatie wel sterk verbeterd ten opzichte van het tweede kwartaal van 2020. Toen waren er nog geen vier miljoen toeristen in Nederlandse logiesaccommodaties en in het tweede kwartaal van dit jaar was dat meer dan dubbel zo veel. Het aantal buitenlandse gasten is echter nauwelijks gestegen ten opzichte van vorig jaar.