Theun de Vries keek door de ogen van een slaafgemaakte naar kolonialisme in de Caraïben

Schrijver Theun de Vries uit Feanwâlden kennen we vooral van Stiefmoeder Aarde, maar hij schreef ook een roman over een opstand in het Caraïbisch gebied met een slaafgemaakte als hoofdpersoon – toen een zeldzaam vertelperspectief.

Het geboortehuis van schrijver Theun de Vries in Feanwâlden.

Het geboortehuis van schrijver Theun de Vries in Feanwâlden. Foto: Marcel van Kammen

Aan de Zwette in Feanwâlden staat op nummer 41 het geboortehuis van de schrijver Theun de Vries (1907-2005). Verderop in het dorp is de openbare basisschool naar hem vernoemd. De Vries debuteerde op achttienjarige leeftijd met Friesche Sagen (1925). Hij schreef nadien meer dan honderd boeken, dichtbundels en andere publicaties waaronder De vrijheid gaat in ‘t rood gekleed (1945) over een slavenopstand in het Caraïbisch gebied. Dat boek werd in een advertentie aangekondigd als Theun de Vries’ ‘koloniale’ roman.

De auteur benaderde het koloniale verleden vanuit het perspectief van een ‘huisslaaf’ op een suikerrietplantage in de Franse kolonie Guadeloupe. Hij beschrijft hoe de jonge David te werk is gesteld in de huishouding van de plantagehouder d’Ogeron. Nadat mevrouw d’Ogeron zijn tekentalent heeft ontdekt, krijgt hij de kans dat talent verder te ontwikkelen bij een bevriende kunstenaar van madame . David raakt vervreemd van de slaafgemaakten in de hutten achter het plantershuis. Evengoed leeft hij in slavernij.

Slavenopstand

Als in 1791, geïnspireerd door de Franse Revolutie, de eerste slavenopstand in de Franse kolonie Saint-Domingue (nu Haïti) uitbreekt, wakkert dat ook het verzet op omringende eilanden aan. Het nieuws van de formele, maar tijdelijke afschaffing van de slavernij door de Franse Conventie in 1793 dringt ook door tot het eiland Guadeloupe. De royalistische plantage-eigenaren verzetten zich, terwijl Franse troepen naar het eiland komen om die maatregel af te dwingen. Zij worden gesteund door een omvangrijke groep opstandige slaven.

De Vries brengt een koloniale samenleving tot leven op het breukvlak van het Ancien Régime en een nieuwe tijd, gezien door de ogen van een kind dat tot slaaf was gemaakt. De schrijver slaagt erin de ambivalente gevoelens van het hoofdpersonage navolgbaar te maken: de angst voor verlies van zijn relatief geprivilegieerde positie en de loyaliteit aan zijn ‘meester en meesteres’, naast het verlangen naar vrijheid en zijn solidariteit met andere ‘rasgenooten’.

Toen De Vries dit boek schreef was dat een zeldzaam perspectief. Meestal werden dergelijke ontwikkelingen in de Nederlandse literatuur vanuit de beleving van de kolonialen verwoord, zoals in Rumeiland (1940) van de eveneens in Fryslân geboren schrijver Simon Vestdijk. In zijn biografie over Theun de Vries stelt Jos Perry dat De vrijheid een antwoord was op Vestdijks Rumeiland .

Bijzonder perspectief

Opmerkelijk is dat beide schrijvers kozen voor een Franse, respectievelijk Britse kolonie en niet voor een Nederlandse kolonie in het West-Caraïbisch gebied waar eveneens slavenopstanden plaatsvonden. Het moment waarop De Vries zijn Vrijheid schreef, rond de bevrijding van Nederland in 1945, kan ertoe hebben bijgedragen dat hij de Nederlandse autoriteiten niet als koloniale macht wilde neerzetten. Dat neemt niet weg dat De Vries een koloniale geschiedenis vanuit het perspectief van een opstand tegen onderdrukking en uitbuiting heeft verwoord, te vergelijken met zijn benadering van de opstand tegen de armoede van dagloners in de Friese Wouden.

Barbara Henkes is historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van het onlangs verschenen boek Sporen van het slavernijverleden in Fryslân. In een serie artikelen besteedt het Friesch Dagblad wekelijks aandacht aan kolonialisme en slavernij in het Friese verleden en wat daar vandaag nog van terug te zien is.