Dit artikel is vandaag gratis

Titia Boomgaardt voelt zich rijk op haar laatste werkdag op de Willem Alexanderschool in Leeuwarden

Titia Boomgaardt neemt na bijna 46 jaar afscheid van CBS Willem Alexander in Leeuwarden. Foto: Marchje Andringa

Titia Boomgaardt (66) stopt na bijna 46 jaar op de christelijke Willem Alexanderschool in Leeuwarden. ,,Ik ben klaar”, zegt ze, een uur voor ze voor de allerlaatste keer de schooldeur dichttrekt. ,,Ik laat mijn levenswerk achter.”

De wijk Aldlân in het zuiden van Leeuwarden moest nog gebouwd worden toen Boomgaardt er in 1976 bij de school solliciteerde. ,,Ik was 21 jaar en zat in het laatste jaar van de Pedagogische Academie (de voorloper van de Pabo, red.). Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en schreef. Aldlân bestond nog grotendeels uit gras toen ik hier kwam.”

Het eerste gesprek ging hoofdzakelijk over het geloof, vertelt ze. ,,Naar welke kerk ik ging, of ik belijdend lid van de kerk was, hoe ik dacht over het christelijk onderwijs. Toen ik naar mijn ouders fietste, vertelde mijn moeder dat de school al had gebeld. Of ik in juni kon beginnen.”

Boomgaardt wilde graag haar Friese Akte halen en begon in augustus 1976 als leerkracht van groep 5 van de Frederik Hendrikschool, zoals het toen nog heette. In Aldlân waren destijds nog vier scholen en twee aparte kleuterscholen. 46 jaar later is de Christelijke Willem Alexanderschool (PCBO), die met Sinne Kinderopvang een IKC vormt, nog over. In Aldlân West is daarnaast IKC de Weide, van koepel Proloog.

Fulltime werken

Er is in 46 jaar tijd veel meer veranderd. ,,Als ik mijn collega’s vertel dat ik ontslagen werd als ik parttime wilde werken, geloven ze het niet. Het was 1985 en ik was zwanger. Het was óf ontslagen worden, óf fulltime blijven werken. Er zat niks tussen.”

Weer trok ze de stoute schoenen aan en ging het gesprek aan met het bestuur. Of er niet tóch iets mogelijk was. ,,In die tijd werd de arbeidsduurverkorting (ADV) ingevoerd. Iedereen kreeg één dag in de maand vrij. Ik werd ingezet om de gaten te vullen. Dat betekende dat ik steeds voor een andere klas stond. Nu weet ik hoeveel ik daarvan heb geleerd, maar het was zwaar met een gezin met drie kinderen. Gelukkig sprong mijn man, die ook in het onderwijs zat, thuis bij.”

1985 was ook het jaar dat de kleuterscholen bij het basisonderwijs kwamen. Zonder enige kennis van de groep, belandde Boomgaardt er voor de klas. ,,Ik had geen idee wat ik moest doen”, blikt ze terug. ,,Bijbelverhalen en liedjes zingen, dat lukte nog wel. Voor de rest werd er vanuit het bestuur gezegd dat je met kosteloos materiaal, zoals eierdozen en closetrollen, al een heel eind kon komen met kleuters.”

Boomgaardt zag al snel dat die typering van kleuteronderwijs niet terecht was. ,,De kleuterleidsters deden het fantastisch en de kleuters veroverden mijn hart. Ze waren zo ontwapenend. Wat voor mij een grote ontdekking was, was dat niet wij een lesprogramma op de kinderen loslieten maar dat kinderen vanuit zichzelf leerden en dat wij daarin dienstbaar waren.”

Kleuterplein

Veertien jaar lang stond Boomgaardt voor de kleuterklas en ze werd uiteindelijk onderbouwcoördinator. Bij een rondleiding door de school van nu, staan overal nog erfenissen van haar. De techniekbakken voor alle klaslokalen, een kooklokaal, het atelier en een nieuwe bibliotheek. Maar vooral op het Kleuterplein, een centrale ruimte tussen de kleuterklassen met open speelhoeken, is haar signatuur zichtbaar. ,,Juf ben je nog niet weg?”, vragen de kinderen. Er wordt veel geknuffeld. Van alle kinderen op de school kent ze de naam, familie, de broers en de zussen.

Toen de school in 2006 als zeer zwakke school werd beoordeeld door de onderwijsinspectie kwam dat totaal onverwacht. ,,Wat bleek was dat de onderbouw en bovenbouw naast elkaar leefden. Zo was de uitstroom van leerlingen niet goed. Daar hadden wij geen weet van.”

Zoals eerder leidde ook deze crisis voor Boomgaardt een keerpunt in. Ze verving de directeur, die met koorts in bed lag, bij een vervolgbezoek van de inspectie. ,,Ik merkte dat het me goed afging”, vertelt ze.

Directeur

De school kwam weer in het groen, maar de directeur keerde niet terug. ,,Toen kwam het verzoek of ik directeur wilde worden. En eerlijk, het was nooit bij me opgekomen. Maar mijn man stimuleerde me. Hij zei: jij kunt dit. Dit moet je doen. En ik heb het gedaan.” Ze merkte dat ze als directeur ook nog steeds veel voor de kinderen kon betekenen.

Daarbij is de C van Christelijk in de schoolnaam altijd belangrijk geweest. ,,Dat signatuur moet je niet alleen dragen, maar ook uitdragen. Dat gaat verder dan de dagopening en de bijbelverhalen, maar ook over welke boeken er in de bibliotheek staan en welke toneelstukken er gekozen worden.”

Van ouders en leerkrachten vraagt ze geen belijdend geloofsleven, zoals van haar in 1976 nog wel werd verlangd. ,,Ik wil wel dat ouders en leerkrachten onze christelijke identiteit onderschrijven. Bij PCBO, waar we sinds 2002 onder vallen, voeren we regelmatig gesprekken over onze identiteit.”

Wijkschool

Ze is dankbaar dat ze al die jaren de ruimte heeft gekregen om de identiteit op haar manier vorm te geven binnen de school. Dat gaat niet alleen over de christelijke identiteit, maar ook over de wens altijd een wijkschool te blijven. ,,Toen we in 2013 het predicaat Excellente School kregen, kwamen er ineens overal telefoontjes en mailtjes van ouders vandaan of ze zich mochten inschrijven. Dat hebben we niet gedaan. We zijn een school van Aldlân en van de Wielenpôlle. Ik ben trots op ons gemêleerde publiek.”

Trots is ze ook op de eenheid van het team. Dat leerkrachten zich ontfermen over alle kinderen op school en dat het uitzwaaimoment van de kinderen van groep 8 altijd in de aanwezigheid van het hele team is. ,,Wat een rijkdom dat ik het zo af mag sluiten”, concludeert ze. ,,Dat ik dit in goede gezondheid heb mogen doen. Ik laat de school bovendien achter in de handen van een fantastisch team met een goede opvolger. Ik stop met diepe dankbaarheid.”

Nieuws

menu