Tragische held wilde Waddenzee droogleggen

Wat het grootste waterbouwkundige project in de 19e eeuw moest worden, werd een grote flop: het droogleggen van de Waddenzee. Corine Nijenhuis beschrijft het in de historische roman Waddenwolf.

Als de wadwinning tussen de dijk van Nes naar de Bildtpollen voltooid zou zijn onder Ameland, moest dat 15 duizend hectare grond opleveren. Dat schetste Pieter Jan Willem Teding van Berkhout op deze kaart.

Als de wadwinning tussen de dijk van Nes naar de Bildtpollen voltooid zou zijn onder Ameland, moest dat 15 duizend hectare grond opleveren. Dat schetste Pieter Jan Willem Teding van Berkhout op deze kaart. Beeld: Stichting De Ouwe Pôlle Ameland

Het inpolderen van de Waddenzee zou Nederland ingrijpend hebben veranderd. De aanwinst van enorme landbouwgronden en een provincie Fryslân met een heel andere vorm. Maar ook: een overwinning op de eeuwig dreigende zee voor Friezen en geweldige kansen om de werkloosheid en verpaupering van Fryslân in de negentiende eeuw tegen te gaan. Geen wonder dat het jonkheer Pieter Jan Willem Teding van Berkhout obsedeerde. Hij, een jurist uit Hoenlo van adellijke afkomst met een onkreukbaar voorkomen, maakte er zijn levenswerk van.

De jonkheer was niet de eerste met het idee om de Waddenzee in te polderen. In 1846 kwam Worp van Peijma, een boer en hobbymatig waterbouwkundige uit Ternaard, al op het idee en in 1850 ingenieur Benjamin van Diggelen van Rijkswaterstaat. De onbekendere Teding van Berkhout echter, is de enige die zijn plan uit 1866 daadwerkelijk tot uitvoering krijgt.

In deze heb ik slechts het goede gewild

Zijn idee is een dam tussen Holwerd en Nes, die langzaamaan zal aanslibben en vanwaaruit een gebied van vijftienduizend hectare land moet ontstaan. Kosten: zes miljoen gulden. Dat geld komt er. Van de provincie Fryslân, de staat en door middel van aandelen. Tussen 1871 en 1878 wordt hard aan de dijk gebouwd door 25 zogeheten rijswerkers.

Het is een opmerkelijke zet voor de jurist met beperkte kennis van waterbouw. Nog veel vreemder wordt het als Teding van Berkhout ervoor kiest om zich als directeur van de Maatschappij tot Landaanwinning op de Friesche Wadden actief te bemoeien met de aanleg. Hij laat zijn juristenpraktijk in Deventer links liggen en gaat – een ongehoorde stap voor de adel in die tijd – in een houten keet op Ameland wonen om de aanleg van de dam in de gaten te houden.

De opzet mislukt. Finaal. In 1881 breekt de dijk door. Samen met de Amelanders – hoewel veel van hen helemaal niet zo weg zijn van het idee – doet de jonkheer nog een poging om het gat te dichten. Maar als de dam in 1882 weer doorbreekt is het geld op. Het plan gaat van tafel. De jonkheer lijdt gezichtsverlies en wordt vergeten. In het archief van zijn familie vind je zo goed als niks terug van het damproject. Het is weggepoetst: blamage, een mislukt project.

Uit de vergetelheid

Voor schrijfster Corine Nijenhuis is dat een reden om de drooglegging van het wad én de initiator van het project uit de vergetelheid te trekken. ,,Hij is uit het harnas van zijn adellijke positie gebroken. Hij deed niet wat er van hem werd verwacht. En toch deed hij het. Dat vergt moed en een ongelooflijke motivatie. Daarvoor alleen al denk ik: deze man verdient een podium. Hij is voor mij een held.”

Aan haar roman schreef Corine Nijenhuis vier jaar. Een groot deel daarvan was onderzoek: de feiten in haar boek zijn echt gebeurd. Het karakter van haar held en zijn motivatie kleurde ze zelf in, grotendeels op basis van zijn relatie met zijn broer en vader. Gisteren kwam de roman officieel uit.

Het is een tragische held, dat wel. Zijn plannen voor de Waddenzee werden voortdurend tegengewerkt door aandeelhouders, overheden en zijn familie. Het leverde de jonkheer bovendien geen cent op. ,,Hij is zó fanatiek, wil zó graag het droogleggen van de Waddenzee doen slagen, terwijl hij steeds tegengewerkt wordt. Hij is bij uitstek een romanpersonage.”

Meevoeren in tegenstelling

Ontluisterend vindt Nijenhuis dan ook wat Teding van Berkhout in zijn testament schrijft in 1889: ‘Mijn leven is veelal geweest een leven vol teleurstelling. […] Ik hoop dat het mijne nagedachtenis niet te zeer zal benadelen. In deze heb ik slechts het goede gewild.’

Daar wringt tegelijkertijd de schoen. Dat het Teding van Berkhout niet lukt om zijn plan – enkel geënt op goede, bijna altruïstische intenties – te verwezenlijken, is frustrerend om te lezen. Desondanks pleit geen mens vandaag de dag voor inpoldering van de Waddenzee, dat zou een ecologische ramp zijn. Nijenhuis: ,,Ik wilde de lezer meevoeren in een soort tegenstelling, waarin hij denkt: wat jammer voor het personage! En tegelijkertijd: wat ben ik blij dat het niet door is gegaan.”

Veelzeggend

Het moge ook duidelijk zijn dat de Amelanders zoiets nooit meer zouden willen. Denkend aan de recentelijk onderzochte tunnel naar Ameland, zegt Nijenhuis: ,,De ónrust die dat met zich meebrengt! Dat is heel veelzeggend. Blijkbaar is er een groot verlangen om dat eiland ook eiland te houden.”

Restanten van de dam liggen er nog altijd. Het is dezelfde dam waar in Holwerd de veerboot vertrekt. Nijenhuis: ,,Toch zijn we het vergeten. Best gek eigenlijk.”

De Hollanders dachten in die tijd dat ze de natuur hun wil konden opleggen. Een groot deel van de bevolking op Ameland dacht daar anders over. Het droogleggen van de zee vonden zij tornen aan Gods schepping. Op Ameland zou in die tijd zelfs een Mariaverschijning zijn geweest die jonkheer Teding van Berkhout als duivel afschildert.

,,Zo’n verhaal maakt ook een beetje een lange neus naar de mensen vandaag de dag”, zegt Nijenhuis. ,,Wij denken ook vaak: we leggen de natuur onze wil op. Zo werkt dat niet. Zeespiegelstijging laat dat ook zien. Ik hoop dat dit boek een beetje aanzet tot nadenken: wat doen we met natuur? En met zo’n uniek gebied als de Waddenzee?”

Waddenwolf. Corine Nijenhuis. Uitgeverij Bant. 22,50 euro

Nieuws

Meest gelezen