Vaste eilandgasten: De kampeerspullen hoeven niet mee terug naar Apeldoorn

Gerwin Rouw gaat voor de zoveelste keer mountainbiken op het strand en de Boschplaat op Terschelling: het blijft mooi. Voor hem en zijn vrouw Karin is Terschelling een thuishaven. Ze trouwden er zelfs.

Van links naar rechts: Melissa, Nienke, Wessel, Gerwin, Karin. Op de voorgrond de gehaakte schelpen. Het gezin speelt hier het Keezenspel. ,,De kinderen hebben de liefde voor het eiland overgenomen”, aldus Karin.

Van links naar rechts: Melissa, Nienke, Wessel, Gerwin, Karin. Op de voorgrond de gehaakte schelpen. Het gezin speelt hier het Keezenspel. ,,De kinderen hebben de liefde voor het eiland overgenomen”, aldus Karin. Foto: FD

Onder de luifel van een luxe De Waard-tent op de Terschellinger camping Nieuw Formerum zitten Karin en Gerwin Rouw (beiden 51). Voor de tent slaan twee van hun kinderen, Wessel (16) en Melissa (21), een volleybal heen en weer. Dochter Nienke (19) haalt vanavond een vriendin van de boot die een paar dagen langskomt. Op de tent wappert fier een Terschellinger vlaggetje.

Het is wat fris buiten aan het begin van de avond. Daarom zit Karin binnen met het kacheltje aan. Ze haakt schelpen: alikruikjes en andere spiraalvormige schelpen. Voor de tent liggen al vijf gehaakte schelpen met luchtplantjes van thuis. ,,Die overleven het thuis toch geen drie weken”, vertelt Karin. Aan het dak van de tent hangt een gehaakte schelp in de vorm van een ammoniet, met daaruit een hangende tillandsia.

Leven lang

Als Gerwin koffie zet, valt de stroom uit. ,,Dit is ons nog nooit overkomen”, zegt de doorgewinterde kampeerder die al zijn hele leven op deze camping komt. Hij vraagt zijn zoon Wessel even naar voren te gaan, om aan te bellen bij campingeigenaar Wim. Dat werkt. Nauwelijks vijf minuten later fietst Wim even langs. ,,U bent zeker nieuw hier, want weet u dat u niet alles tegelijk moet aanzetten?”, grapt de eigenaar, die Gerwin en Karin al kent sinds hij de camping in 2000 overnam.

,,Ga je alweer naar Terschelling?”, vragen mensen wel aan Gerwin en Karin. Sommigen vinden het saai, zegt Gerwin: ,,Maar vakantie naar dit eiland is, hoe cliché het ook klinkt, echt een virus. Aan de vaste wal probeer ik trouwens middelmatig enthousiast over te komen, hoor. Anders gaat iedereen naar Terschelling.” Vanwege dat andere virus – dat natuurlijk niks met het eiland te maken heeft – is het al drukker dan ooit op Terschelling, merkt hij.

Het is geen vraag of Gerwin en Karin volgend jaar wel of niet naar het eiland gaan. Hun spullen, zoals kastjes, gasfornuis, koelkast, servies en haspel, stoppen zij in een houten kist, die het hele jaar op de camping blijft. Gerwin: ,,Ik zei op een gegeven moment tegen Wim: ‘ik heb spullen die ik helemaal niet meer mee wil nemen naar huis. Kan ik niet een kist timmeren die ik hier laat?’” Dat kon. Met Gerwins actie werd een traditie geboren, want inmiddels staan in de opslag vooraan de camping een heleboel houten kisten van terugkerende campinggasten.

Geen badgast

Als je het bij elkaar optelt, is Karin zo’n vijftig keer en Gerwin zo’n tachtig keer op het eiland geweest. Daardoor voelen de twee zich niet meer een toerist of badgast. Gerwin: ,,Voor de echte Terschellingers zullen we dat nog wel zijn. Maar na al die jaren kennen we hier zoveel verhalen. Badgast-zijn voelt voor ons als een gepasseerd station.”

Wat moet je eigenlijk doen als je niet naar Terschelling zou gaan, vraagt Gerwin zich af. ,,Ga je dan de hele dag naar kerkjes en musea? Dat is een keer leuk, maar dat ga ik niet drie weken lang doen. Ik ga liever fietsen, vissen en volleyballen.”

Inmiddels zijn ook de kinderen verliefd op het eiland. Oudste dochter Melissa is op het eiland, ondanks dat haar vriend liever niet kampeert. Dan geniet ze gewoon in haar eentje van het strand of de eilander fietspaden. Zoon Wessel weet niet of hij hier later altijd zal blijven komen. ,,Maar ik kom hier nu wel erg graag ieder jaar, dat is zeker waar.”

Vaste bezoekers

Van veld A, waar Gerwin in zijn jeugd met zijn ouders stond, verhuisden Karin en Gerwin samen naar veld F (toen het jongerenveld) waar ze ganse dagen volleybalden en elke avond op stap gingen naar zanger Hessel, de Vijfpoort en voormalig discotheek Actania. Toen er kinderen kwamen, belandde het echtpaar op veld J. Daar staan ze nu al decennialang.

Ook de andere plekken op dit veld J kennen vaste bezoekers. Het echtpaar Rouw wijst de plekken aan en kan de namen in een adem opnoemen. De bezoekers leerden elkaar aanvankelijk kennen via de kinderen. Toen die klein waren, deden de gezinnen samen speurtochten, huifkartochten en barbecues. Karin: ,,Elk jaar was het een weerzien. Het is een heerlijk plekje hier.” Op den duur zagen de ‘Veld-J’ers’ elkaar zelfs door het jaar heen wel eens voor een dinertje, concert of theatervoorstelling.

Ondanks dat de kinderen inmiddels ouder zijn, komen dezelfde gasten van veld J nog naar hun vaste stek. En nog altijd worden dingen samen gedaan. Zo steken de mannen samen zagers op het wad om vervolgens met z’n allen vanaf het strand te vissen in de Noordzee. De vrouwen komen dan langs met een thermoskan koffie en Terschellinger pondkoek.

Trouwen

In het leven en huwelijk van Gerwin en Karin neemt het eiland een belangrijke plaats in. In 1995 trouwde het echtpaar uit Apeldoorn zelfs op het eiland. Het toen pas verbouwde, modern ingerichte stadhuis in Apeldoorn vond het verloofde koppel maar niks. ,,We zeiden tegelijk: ‘Dan gaan we op ons geliefde eiland trouwen’”, vertelt Karin.

Zo gezegd, zo gedaan. Ze lieten familie en vrienden naar het eiland komen. Tijdens de fotosessie van het bruidspaar maakten de gasten een rondrit over het eiland. ,,Toen bleek achteraf dat zelfs de doorgewinterde Terschellingbezoekers op plekken kwamen die ze nog nooit hadden gezien. Wij natuurlijk balen”, zegt Karin. Gerwin lacht. ,,Wij saaie foto’s maken, zij zo’n mooie tocht!”

Dat het eiland belangrijk is voor de relatie, weten ook de kinderen. Daarom gaven zij hun ouders die in mei 25 jaar getrouwd waren, vier dagen Terschelling cadeau. Karin: ,,Dat was heel onverwachts. Echt een cadeautje.” Overigens vond Karin dat kamperen in het begin helemaal niks. Toen ze als achttienjarige voor het eerst meeging moest ze wennen: ze was niet opgegroeid met kamperen. ,,Maar ondertussen kamperen we niet echt meer”, lacht Karin, verwijzend naar hun luxe tent, met stroom, kachel en koffiemachine. ,,Het is meer een soort glamping geworden. Dat is dan vooral míjn eis geweest.”