Veel statushouders vertrekken al snel en dat stelt gemeenten voor dilemma’s: gelijk starten met de inburgering of wachten?

Ruim 1 op de 6 statushouders verhuist binnen de inburgeringstermijn van drie jaar naar een andere gemeente. Dat blijkt uit een rapport van het Centraal Planbureau (CPB), dat donderdag is gepubliceerd. Dat kan gemeenten voor een dilemma plaatsen: gelijk starten met de inburgering, of wachten? ,,Ons advies is: ga er vanuit dat iedereen blijft. Het is niet te voorspellen wie precies gaat verhuizen’’, zegt Gijs Roelofs van het CPB.

Een inburgeringsles in Rotterdam.

Een inburgeringsles in Rotterdam. Foto: Robin Utrecht Robin Utrecht

Vanaf 1 januari 2022 gaat de nieuwe inburgeringswet in. Vanaf dan hebben gemeenten weer de regie over de inburgering van nieuwkomers. Zij moeten een persoonlijk inburgeringsplan opstellen voor statushouders en hen begeleiden naar werk, maar dat zal misschien worden uitgesteld als een gemeente denkt dat een nieuwkomer weer snel zal vertrekken. Van die investering heeft dan immers een andere gemeente profijt.

Het CPB concludeerde eerder al dat een relatief grote groep statushouders weer verhuist vanuit Fryslân naar de Randstad. ,,Het is een risico dat gemeenten daarom de inburgering uitstellen’’, stelt Roelofs. Maar wachten met het investeren brengt ook het risico van hogere bijstandsuitgaven in de toekomst met zich mee, als blijkt dat de statushouder toch niet verhuist. ,,De mensen die wel en niet verhuizen, lijken veel op elkaar. Het is heel moeilijk te voorspellen.’’

Bovendien blijkt dat statushouders die snel vertrekken vaak niet verhuizen naar gemeenten met grotere baankansen. ,,Het lukt nieuwkomers na een verhuizing vaak niet om een hogere baankans voor zichzelf te realiseren’’, zegt Roelofs. Volgens het CPB is er dus geen reden om te wachten met het begeleiden van nieuwkomers naar werk in de arbeidsmarktregio van de eerste huisvesting.

Slimme koppeling

Het CPB weet niet precies waarom mensen verhuizen. ,,Het kunnen sociale motieven zijn. Maar het lijkt er wel op dat een deel verhuist met werk als reden’’, zegt Roelofs. ,,Het is verstandig om meteen een slimme koppeling te maken tussen de statushouder en een regio met een goede baankans. Het COA is daar al wel mee bezig.’’

Ook VluchtelingenWerk Fryslân sluit zich aan bij het advies aan gemeenten om de investeringen in de inburgering niet uit te stellen. ,,Gemeenten kunnen niet inschatten wie er snel zal verhuizen’’, zegt ook Foke Dijkstra, coördinator in Dokkum en tevens werkzaam op het azc in Sneek. ,,Soms vertrekken alleenstaanden of jongeren naar de stad, bijvoorbeeld om te studeren. Maar over het algemeen blijven gezinnen toch wel in kleinere, veilige plaatsen.’’

Investeren

Daarnaast verschilt het ook per statushouder hoe snel het inburgeren is afgerond. ,,Het gebeurt wel eens dat iemand binnen drie jaar weer verhuist. Dan heeft de gemeente geïnvesteerd en verliezen ze die investering. Dat kan wel vervelend zijn aan de nieuwe wet’’, vertelt Dijkstra.

Maar volgens Dijkstra willen ook gemeenten investeren, zodat nieuwkomers zo snel mogelijk integreren. Dijkstra is daarom vooralsnog niet bang voor uitstel, al is er nog wel veel onbekend over de precieze invulling van de nieuwe inburgeringswet. ,,Ik hoop dat het bekijken van baankansen ook wordt opgepakt’’, zegt Dijkstra. ,,Ik zie wel dat gemeenten met maatwerk bezig zijn, maar dat is nog niet echt gecentraliseerd.’’