Verborgen interieurschatten worden steeds meer in kaart gebracht: 'Het is het stiefkindje van de monumentenzorg'

Fraai gekleurd glas in lood, vloeren van figuratieve gekleurde cement en keramiektegels, bedsteden en kastenwanden met 18e-eeuws rococosnijwerk en zeldzame metalen plafonds met in blik gestanste decoraties. Het is slechts een greep uit de interieurschatten die zijn aangetroffen in een net afgerond onderzoek over de wooncultuur in particuliere huizen en boerderijen van de Stichting Interieurs in Fryslân in de gemeente Waadhoeke.

Een vaste bank met inbouwkasten uit 1935.

Een vaste bank met inbouwkasten uit 1935. Foto: Stichting Interieurs in Fryslân

De stichting werkt aan een grootschalige inventarisatie van waardevolle historische interieurs in de hele provincie. Afgelopen maandag heeft wethouder Jan Dijkstra het onderzoeksrapport in ontvangst genomen.

,,Het is een uniek project”, vertelt voorzitter van de stichting Ap Timmermans. ,,Een soortgelijk onderzoek is nog nooit eerder uitgevoerd.” De databank die wordt aangelegd met alle onderzoeksresultaten zal in aangepaste vorm worden aangeboden aan Tresoar als het gehele onderzoek is afgerond.

Stiefkindje

In 2014 is het project van start gegaan in IJlst, inmiddels is het onderzoek afgerond in Súdwest-Fryslân, Harlingen, voormalig Dongeradeel en nu dus de gemeente Waadhoeke. Het onderzoek begon daar in 2017 en in totaal zijn er 930 woonhuizen en boerderijen in de gemeente onderzocht op historische elementen in het interieur.

,,Interieur is het stiefkindje van de Nederlandse monumentenzorg”, vindt Timmermans. ,,Er is heel weinig kennis en kunde op dit gebied en onbekend maakt onbemind. Van de meeste boerderijen en woonhuizen in Fryslân is er veelal alleen iets bekend over het exterieur van de gebouwen. Met dit project willen we het bewustzijn en de waardering van interieur vergroten.” Het onderzoek is breed opgezet en behelst voornamelijk vaste onderdelen van het interieur: ramen, deuren, trappen, schouwen en plafonds van de middeleeuwen tot 1975.

Ensembles

In het onderzoek worden er huisbezoeken afgelegd bij panden waarvan het aannemelijk is dat er een interessant interieur achter schuilgaat, zoals die te vinden zijn op verschillende monumentenlijsten. Op basis van de huisbezoeken van inventarisanten die alles in het interieur in schrift en beeld vastleggen, buigt een driedelige commissie van interieurdeskundigen zich over de waardering van het interieur.

Uit het onderzoek blijkt dat 29 procent van de onderzochte panden bestempeld is als ‘zeer waardevol’. Het meest blij wordt de commissie van zogenoemde ‘interieur ensembles’, waarbij het interieur en het pand één geheel vormen en het authentieke interieur dus nog grotendeels intact is.

Veel is echter door de jaren heen ook verloren gegaan. Van de in totaal 930 onderzochte panden is 39 procent helemaal ontdaan van historische interieurelementen. Slechts in 29 procent van de onderzochte interieurs zijn deze bijzondere elementen nog wel te vinden. ,,In de jaren ’60 en ’70 wilden mensen licht, ruimte en vernieuwing. De nadruk lag op modernisatie en niet op het behoud van historische interieurs”, legt Timmermans uit.

Maar het wordt beter, ziet hij. ,,Sinds ongeveer vijftien jaar heeft er wel echt een mentale omslag plaatsgevonden. Mensen hebben meer oog gekregen voor het behoud van zaken met historische waarde. Gelukkig maar, want wat weg is, is voor altijd weg.”

Onbewust

Het is belangrijk dat mensen op de hoogte zijn van welke historische waarde ze onbewust in huis hebben. ,,In dit geval is kennis echt zaligmakend”, stelt Timmermans. ,,Vaak hebben mensen helemaal niet door hoe waardevol een bepaald interieurstuk is. Als ze dat eenmaal weten, zijn ze vaak geneigd het te willen behouden. Met regelgeving op dit gebied kun je misschien wel iets bereiken, maar door het bewustzijn onder particuliere huis- en boerderijeigenaren te vergroten misschien wel meer.”

Veel interieurelementen komen in heel Fryslân voor, van gangpoortjes uit alle stijlen en perioden tot bijzondere vloeren van gedecoreerde keramiek- en betontegels. ,,Overal kom je wel dezelfde dingen tegen. In rijkere gebieden is er natuurlijk meer te vinden dan op de armere zandgronden. In dorpen en in boerderijen is veelal het meeste te vinden. Hoe stedelijker, hoe meer er is gestript.”

De stichting is momenteel bezig met een onderzoek in Leeuwarden, dat door de coronamaatregelen anderhalf jaar vertraging heeft opgelopen. Ze verwachtten daar nog zo’n drie of vier jaar mee zoet te zijn. Daarna staan Noardeast-Fryslân, Dantumadiel en Weststellingwerf op het programma. De bedoeling is dat uiteindelijk elke Friese gemeente meedoet.

Naar aanleiding van het onderzoek zal er een boek uitkomen over interieurs in Fryslân, geschreven door prof. dr. Johan de Haan, verbonden aan de stichting als voorzitter van de raad van advies.