Twee van 'zijn eigen' slaafgemaakten leidden de opstand op Curaçao van 1795. Vlielander Albert Kikkert schreef in zijn logboek hoe ze werden geradbraakt en onthoofd

De Vlielander kolonel en kapitein Albert Kikkert werd plantagehouder op Curaçao. Twee van ‘zijn slaven’ leidden de slavenopstand van 1795. Kikkert hielp de vrijheidsstrijd meedogenloos neerslaan. In 2006 kreeg hij een standbeeld op Curaçao.

Het nationaal monument 'Desenkadená', ofwel 'Ontketend', in Willemstad op Curaçao. Het verbeeldt de bevrijding van de slavernij.

Het nationaal monument 'Desenkadená', ofwel 'Ontketend', in Willemstad op Curaçao. Het verbeeldt de bevrijding van de slavernij. Foto: Wikimedia Commons

De Albert Kikkertglop, een smalle steeg ter hoogte van de Nieuwestraat 23 en 25 in Oost-Vlieland, herinnert aan de op het eiland geboren en getogen Albert Lambertsz Kikkert (1761–1819). In zijn latere leven werd hij bekend als gouverneur-generaal van Curaçao, Aruba en Bonaire.

Als zoon van een ‘praayschipper’ – een schipper die post of andere lading vervoerde – ging Kikkert al jong naar zee: op zijn negentiende stond hij geregistreerd als koopvaardijschipper. Hij voer zeker negen keer op en neer naar de Oostzee ten tijde van de Vierde Engels-Nederlandse oorlog.

In 1781 raakte Kikkert betrokken bij de Slag bij de Doggersbank, toen de Nederlandse marine een konvooi koopvaardijschepen begeleidde tegen aanvallen van de Engelsen. Twee jaar later vinden we hem in documenten terug als marineofficier.

Carpata, Wacau en slavenleider Tula

In 1787 arriveerde hij als commandant van een oorlogsschip op Curaçao. Bij die gelegenheid ontmoette hij Anna Maria van Uytrecht uit Willemstad (1768–1847), de dochter van een welgestelde koloniale familie op het eiland. Bij zijn terugkeer op Curaçao in 1789 traden zij in het huwelijk, waardoor Kikkert in het bezit kwam van twee plantages inclusief de tientallen slaafgemaakten die daar werkzaam waren.

Twee van hen waren zijn huisslaaf Bastiaan ‘Carpata’ en Pedro Wacau, die samen met de bekende ‘slavenleider’ Tula de grote slavenopstand van 1795 aanvoerden, met het doel om de slaafgemaakten te bevrijden. Ze waren geïnspireerd door de idealen van de Franse Revolutie en de slavenopstand op Haïti.

Als kolonel en kapitein-ter-zee van het fregat Ceres speelde Albert Kikkert een belangrijke rol in het neerslaan van de opstand, zo beschreef Lodewijk Dros in mei 2019 in Trouw . Vanaf het fregat voorzag Kikkert de strijdkrachten van munitie en hij liet goed getrainde mariniers meevechten. Een burgermilitie te paard stond onder Kikkerts commando.

Geradbraakt, geblakerd en onthoofd

De opstand van zo’n tweeduizend slaafgemaakten werd in een maand met grof geweld onderdrukt. In zijn scheepslogboek deed Albert Kikkert gedetailleerd verslag van de gruwelijke martelingen die Tula, Carpata en Wacao moesten ondergaan. Op 3 oktober schreef hij: ‘(…) twee negers [Tula en Carpata] levendig geradbraakt, en geblaakert, vervolgens onthoofd en de koppen op de galg gezet, een neger [Wacao] de handen afgekapt, en met een moker de kop ingeslagen en toen opgehangen.’

Carpata had gekruisigd moeten toekijken hoe Tula’s botten verbrijzeld en zijn gezicht verbrand werden, voor hij dezelfde behandeling kreeg en eveneens onthoofd werd. Hun menselijke resten werden in zee geworpen, terwijl nog eens 29 andere opstandige slaafgemaakten aan de galg werden opgehangen.

Toen de Engelsen in 1800 Curaçao bezetten, vertrok Kikkert naar Nederland, met achterlating van zijn vrouw en kinderen. Vanwege zijn bekendheid met het Caraïbisch gebied werd hij in 1815 door koning Willem I benoemd tot gouverneur-generaal van Curaçao, Aruba en Bonaire, die na de Franse Tijd weer Nederlands waren geworden. Die promotie was van korte duur, want Albert Kikkert stierf in 1819 op 57-jarige leeftijd.

Heldendaden

Op het terrein van Spanish Water Resort op Curaçao wordt hij sinds 2006 geëerd met een borstbeeld. Tijdens de onthulling roemde de toenmalige Chef Defensiestaf generaal Dick Berlijn Kikkerts ‘dapperheid’ en zijn glansrijke militaire carrière. Ook de gevolmachtigd minister van de Antillen, Paul Comenencia, sprak van militaire ‘heldendaden’ en zweeg over Kikkerts rol in de slavernij en in het neerslaan van de opstand. Jaren later zei Comenencia, nu lid van de Raad van State van het Koninkrijk, dat het goed zou zijn om bij het borstbeeld ook die gewelddadige kant van Kikkerts geschiedenis te belichten. Dick Berlijn volgde in 2019 met een vergelijkbare verklaring.

De keerzijde van Kikkerts carrière wordt op Curaçao elders herdacht: tijdens de jaarlijkse Dag van de Vrijheidsstrijd op 17 augustus, bij het beeld ‘Desenkadená’, ofwel ‘Ontketend’, aan de zuidkust van het eiland.

Barbara Henkes is historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van het onlangs verschenen boek Sporen van het slavernijverleden in Fryslân. Iris van der Veen volgt de Onderzoeksmaster Filosofie aan de RuG. In een serie artikelen besteedt het Friesch Dagblad wekelijks aandacht aan kolonialisme en slavernij in het Friese verleden en wat daar vandaag nog van terug te zien is.