Vogeltellers van 80-plus bouwen langzaam af, maar stoppen doen ze nog niet

Zolang ze nog vooruit kunnen komen blijven Lucas Hemrica (84) en Tjalling Walda (83) vogels tellen. ,,It is soms wolris frustrearjend, mar de greidefûgelstân is net fan de iene dei op de oare achterút gien. Wy binne deryn meigroeid.”

Lucas Hemrica uit Hallum (links) en Tjalling Walda uit Marrum bij hun meest geliefde natuurgebied 't Oogvliet bij Marrum.

Lucas Hemrica uit Hallum (links) en Tjalling Walda uit Marrum bij hun meest geliefde natuurgebied 't Oogvliet bij Marrum. Foto: Klasina van der Werf

,,Wy binne de jongsten net mear”, zegt vogelteller Lucas Hemrica uit Hallum. ,,Nee, miskien wol de âldsten”, vult zijn maat Tjalling Walda uit Marrum aan. Een deel van hun inventarisatiewerk leggen ze neer, maar zo lang ze de ene voet voor de andere kunnen zetten, blijven de tachtigplussers actief voor de vogelwacht.

Sinds 2016 toen het Agrarisch Collectief Waadrâne ontstond, waren Hemrica (84) en Walda (83) actief voor deze 145 leden tellende groep boeren langs de Waddenkust. Ze maakten soms lange dagen van ‘s morgens acht uur tot ‘s middags vier door het gebied. Op de fiets gingen ze van de ene anderhalve hectare naar de andere vijf hectare om de vogels te tellen.

In totaal heeft het boerencollectief ruim tweeduizend hectare in agrarisch natuurbeheer. ,,It is net ien grut oanslutend gebiet, mar it binne oeral stikjes en stikken”, legt Hemrica uit. ,,Wy wiene altyd in protte ûnderweis. En fanwege de regels hiene je ferskillende tiden om te tellen.”

Buitendijks gebied ‘te knoffelich’

Niet alleen voor de Waadrâne waren de twee vogelmannen veel op pad, maar het tweetal deed ook inventarisatiewerk voor It Fryske Gea in het buitendijkse gebied. Met dat laatste zijn ze ook gestopt. Het ‘knoffelige’ gebied werd de vogelvrienden te zwaar. Wel blijven ze actief voor hun vogelwacht, die van Hallum-Marrum-Ferwert en omstreken.

In het zuiden van hun wacht doen ze onder meer nog aan weidevogelbescherming, nazorg geheten. Het is vaak dweilen met de kraan open, beweert Hemrica, ,,mar wy bliuwe fûleindich trochgean”. Walda vult aan: ,,It is soms wolris frustrearjend, mar de greidefûgelstân is net fan de iene dei op de oare achterút gien. Wy binne deryn meigroeid.”

De liefde voor de weidevogels zat er bij beide mannen al jongsaf in. Hemrica groeide op in Earnewâld; Walda op de klei. Als jongens werden ze besmet met het ‘aaisikersfirus’. De liefde voor de kievit, grutto, scholekster en andere vogels werd gevestigd in hun harten.

Vogelen met app taboe voor vogeltellers

In de jaren tachtig toen oud-douanemedewerker Hemrica naar Hallum verhuisde, leerde hij Walda kennen. Tussen Walda, die jaren op de loonadministratie van MCL Leeuwarden had gewerkt, en Hemrica klikte het en de mannen gingen vrijwel altijd samen het veld in.

Ze bezochten ook lezingen in het land over de natuur en deden zo steeds meer kennis op. Naast hun bezigheden voor de vogelwacht tellen ze ook nog vogels voor Staatsbosbeheer. Steevast trekken ze er met de inmiddels elektrische fiets op uit. In de fietstas zit een thermosfles met koffie en wat boterhammen.

In hun schriftje schrijven ze alles op wat ze zien. De moderne vogelwachter doet dat tegenwoordig op een app op de telefoon, ,,mar dêr dogge wy net oan”, vertelt Hemrica. ,,It tellen fan fûgels bliuwt in kwestje fan in momint. As wy fiif minuten earder of letter komme, kinne wy minder of mear telle.”

Brak water trekt kluut en visdiefje naar ‘t Oogvliet

Eén van de fraaiste natuurgebiedjes in hun regio is ‘t Oogvliet bij Marrum, in de volksmond ‘de mar’ genoemd, waar brak water ervoor zorgt dat onder meer kluten en visdiefjes er graag verblijven. Waar Hemrica en Walda ook erg van genieten zijn de wintervoedselveldjes. Hier worden granen niet geoogst of ondergeploegd, maar blijven ze een hele winter staan. Trekvogels weten deze veldjes heel goed te vinden, vooral veel vinkachtigen worden hier gespot.

Of er door het natuurvriendelijk boeren nu meer vogels langs de Waddenkust zijn gekomen, durven de vogeltellers niet te zeggen. ,,Natoerbehear is in saak fan jierren”, weet Hemrica. ,,Fan de briedfûgels wit ik sa dat der mear giele boumantsjes binne as foarhinne, mar fan oare fûgels doar ik it net te sizzen.”

Hun spectaculairste waarneming deden ze al weer ruim twintig jaar geleden, toen ze oog in oog stonden met een monniksgier op de zeedijk bij Ferwert. Deze roofvogel met vleugels van een spanwijdte van wel drie meter verbleef enkele dagen aan de Friese kust en deed zich tegoed aan dode schapen op de dijk.

Het was voor de tweede maal dat deze zeldzame vogel in Nederland te zien was. Walda: ,,Fierderop wiene allegearre fûgelspotters út hiel Nederlân en dy seagen him net, mar wy hiene him flak foar ús. Wy sieten deastil en trillen fan binnen. Soks ferjitst noait wer.”