Dit artikel is vandaag gratis

Voor Naomi Waas, die als peuter onderdook in IJlst, begon de oorlog pas toen die officieel afgelopen was

Naomi Waas vertelt vanuit haar huis in Amsterdam aan de kinderen van cbs de Boustien hoe ze als kind in IJlst ondergedoken zat. Tussendoor laat ze documenten zien uit die tijd. Foto: Marcel van Kammen

Kinderen van groep 7/8 van cbs De Boustien in De Westereen hoorden gisteren het aangrijpende verhaal van Naomi Waas. Ze zat tijdens de oorlog als peuter ondergedoken in IJlst.

Eén herinnering komt naar boven als Naomi Waas (78) uit Amsterdam denkt aan haar oorlogsjaren in IJlst. ,,Ik loop door een weiland aan de hand van een volwassene. Ik voel me vrij, ik ruik de frisse lucht. Ik voel me veilig.”

Pas jaren later kwam de bittere waarheid over die jaren naar boven. Niet via haar vader, die de oorlog als een van de weinige familieleden overleefde, maar vooral doordat haar familiegeschiedenis háár vond.

Zo zag ze op een uittreksel van het geboorteregister per toeval dat haar moeder was omgekomen, ,,zeg maar gerust vermoord”, in vernietigingskamp Sobibor. Jaren later kreeg ze een bericht uit Oekraïne dat de jongste zus van haar moeder de oorlog ook overleefd had, inmiddels in de Sovjet-Unie woonde en dat ze met haar contact zocht.

Klein huisje

Voor Waas begon de oorlog pas toen die officieel afgelopen was. Haar onderduikperiode in IJlst moet zwaar zijn geweest, maar dat weet ze niet meer omdat ze in 1943 een jaar oud was toen ze als Loekie Molenaar, een zogenaamd Rotterdams weeskind, bij Pieter en Cornelia Kuipers terechtkwam.

Ze vertelt hoe een vriendin van haar moeder haar in haar kinderwagen over de Ceintuurbaan in Amsterdam meenam. Ze gaf het kind af aan een vrouw die haar tegemoet kwam. ,,Mijn moeder kon dat niet. Denk je eens in dat je je kind afgeeft aan een vreemd iemand? Niet wetend of je haar ooit terug gaat zien?”

Via de vrouw belandde Naomi op een onderduikadres in Hoofddorp. Maar toen het daar te onveilig werd, werd ze net als honderden andere kinderen naar Fryslân gesmokkeld. ,,Later pas zag ik op foto’s hoe klein het huisje aan het Sneekerpad nummer 10 was”, vertelt Waas. ,,Mijn pleegouders hadden meer onderduikers en weken soms uit naar de naastgelegen houtzaagmolen De Rat, omdat er thuis geen plek meer was.”

Lees ook: Op de laatste dag van de Tweede Wereldoorlog werden er in Feanwâlden nog vele kogels afgeschoten

Ze herinnert zich ook twee onderduikkinderen met donker haar, die verborgen werden gehouden en alleen als het donker was even naar buiten mochten. ,,De donkere kinderen gingen mee met de ‘koffiezending’ naar Limburg, de blonde kinderen gingen mee met de ‘theezending’ naar Fryslân. Want als blond kind viel je in Fryslân minder snel op. Zo ging dat toen.”

Vriendinnen

Het blijft stil in groep 7/8 van meester Binne Dijkstra. ,,Had je wel vriendinnen?”, wil Janneke weten. Naomi zegt dat dat lange tijd lastig was. Na de oorlog ging ze naar de Joodse basisschool in Amsterdam. ,,We waren gewend dat kinderen soms zomaar konden verdwijnen. Dus vriendschappen sloot je niet zo snel, dat bleef er lang in zitten.”

Over de oorlog werd niet gesproken. Naomi was drie jaar oud toen haar vader haar bij een Joods pleeggezin in Muiderberg onderbracht. ,,Zelf kon hij niet voor mij zorgen, wat natuurlijk pijnlijk was. Ik miste mijn familie, mijn moeder. Mijn pleegouders in IJlst wilden me wel houden, maar mijn vader wilde dat ik een Joodse opvoeding kreeg. Dus mocht ik niet in IJlst blijven.”

In haar klas op de Joodse school hadden maar twee kinderen beide ouders nog na de oorlog. Het blijft even stil in De Westereen na die mededeling. Pieter Jan vindt het heel sneu dat de twee donkere onderduikkinderen alleen maar naar buiten mochten als het donker was. ,,Omdat ze dan niet opvielen.”

Het woord collaborateur kan hij zich niet meer herinneren, maar dat begrijpt meester Binne goed. ,,Mevrouw Waas heeft een indrukwekkend, maar ook best ingewikkeld verhaal verteld.”

Avondklok

De klas knikt. Ze kunnen het zich nauwelijks voorstellen hoe het toen was. Of toch wel een beetje. ,,Want nu hebben we ook een avondklok, net als toen. Misschien dat dat een beetje hetzelfde was?”, vraagt Evelien.

De hele maand vertellen voormalig Joodse onderduikkinderen hun verhaal aan kinderen van groep 7 en 8. In twintig klassen schuift via een videoverbinding een gastspreker aan. Joods kind in de klas is een deelproject van De terugkeer van de Joodse Kinderen van Stichting De Verhalen, drie Friese media en Tresoar. Meester Binne Dijkstra vindt het belangrijk dat zijn school meedoet.

,,We besteden elk jaar veel aandacht aan de Tweede Wereldoorlog. Maar een Joodse gastspreker die in Fryslân zat ondergedoken hebben we nog niet eerder gehad. Ik zie dat de kinderen vooral willen weten hoe het was om toen jong te zijn. Zo’n vraag over of mevrouw Waas ook vriendinnen had, zegt alles.”

Tieme wil nog weten of Naomi Waas het lastig vond om haar verhaal aan de klas te vertellen. ,,Niet meer”, antwoordt ze. Ze ging eerder ook wel eens met haar onderduikzus Wypkje langs klassen. ,,Maar ik vertelde toen mijn verhaal afstandelijk. Toen een kind een keer vroeg hoe het nu met mij en mijn kinderen ging, brak ik. Dat was vervelend, maar sindsdien vertel ik het wel vanuit mijn hart.”

Dat hart wil nog één ding kwijt aan de kinderen. ,,Ik zal nooit verhullen dat ik Joods ben. Ik ben er trots op, maar ik ben niet meer of minder dan een ander. We zijn allemaal gelijk. Onthoud dat goed.”