Dit artikel is vandaag gratis

Het leek een gewone visrokerij in Makkum, maar was in werkelijkheid tijdens de oorlog een dekmantel voor het verzet. Nu is het een museum

Dochter Corrie Elgersma-Van den Berg (blauw shirt) wijst op de stencilmachine in het tijdelijke museum. Foto: Simon Bleeker

De fabriek en palingrokerij van Aart en Tijmen van den Berg in Makkum was onlosmakelijk verbonden met het verzet. Publiek kan nog één keer kijken in de rokerij, waar zaterdag een tijdelijk museum is geopend.

Op de kade aan de Vallaat hangt de geur van gerookte vis. Netten markeren de steeg die leidt naar de vroegere rokerij van de broers Aart en Tijmen van den Berg, die tijdens de oorlog dekking bood aan verzetsactiviteiten. Het bedrijf is er al decennia niet meer, maar binnen herinnert een door de oven zwartgeblakerde muur er nog aan.

Muziek uit de jaren veertig klinkt en er staan spullen uit oorlogstijd uitgestald: van persoonsbewijzen en schoenen met houten zolen tot de stencilmachine van de broers, waarop het lokale verzetsblad gemaakt werd. Dit tijdelijke museum is opgezet door Makkumers Tjerk Bruinsma en hoedenontwerper Durkje Hoeksema, in samenwerking met stichting Ald Makkum, de Koninginnevereniging en lokale ondernemersgroep It reade hert. De nieuwe eigenaren van het pand stelden de ruimte ervoor beschikbaar, zodat bezoekers de komende zes weken nog een keer kunnen rondkijken.

Erkenning

In 1982 kwam er een monument voor de Van den Bergs, die de oorlog overleefden. Best laat, vindt Bruinsma. ,,Ze hebben eigenlijk nooit de erkenning gehad die ze in mijn beleving verdienden. Dus toen deze kans zich voordeed, wilden we daar wat mee.”

Veel Makkumers hebben hun leven te danken aan de broers, vertelt hij. Tijmen sprak Duits en dat benutte hij. ,,Als er iemand was opgepakt, dan ging hij naar de officier met een fles jenever of vis, om de arrestant vrij te krijgen”, vertelt Bruinsma. Onderduikers vonden een plek bij het bedrijf en bij wapendroppings kon het verzet ook terecht bij de Van den Bergs, die verderop aan de Vallaat ook een conservenfabriek hadden. De munitie werd bij het bedrijf ingeblikt en de wapens werden verstopt in viskisten, klaar voor verdere verspreiding.

Corrie Elgersma-Van den Berg (80), dochter van Tijmen, opende de tentoonstelling. Haar vader sprak na de oorlog nooit over wat hij meemaakte in het verzet en zij was nog te jong om door te hebben wat er speelde. Alles wat ze ervan weet, hoorde ze later van anderen. De aandacht voor zijn rol in de oorlog doet haar veel. ,,Ik vind het heel mooi, dit heeft hij wel verdiend.”

Razzia van 7 april

Met de bevrijding vlakbij, werd op 7 april 1945 een razzia uitgevoerd in Makkum, gericht op het verzet. Ook in de conservenfabriek werd een inval gedaan. Meerdere mannen werden opgepakt, zes van hen werden nog diezelfde dag geëxecuteerd na zware martelingen. Zo ook de 21-jarige Hobbes (Bob) Dijkstra, de broer van Epke van Elderen-Dijkstra (82), die zaterdag aanwezig was. ,,Mijn vader heeft wekenlang niet gesproken’’, vertelt ze over de gebeurtenis. Het verlies tekende haar familie voor altijd. Dagen als de jaarlijkse dodenherdenking bleven zwaar. ,,Het was alsof er een deken over de familie zat. Het was nooit weg uit ons gezin.”

Zaterdag stond ze voor het eerst in de visrokerij, die zo verbonden was met het verzet, en dat greep haar aan. ,,Het ontroerde mij, de geschiedenis, het verdriet van mijn ouders, dat alles bij elkaar komt hier naar boven.”

Op 18 april om drie uur ’s middags werd Makkum bevrijd, als laatste dorp van het Friese vasteland.

Oorlogsroute

De tentoonstelling werd samengesteld met spullen van Makkumers en stichting Ald Makkum, die onder andere de stencilmachine van de broers bezit. In het dorp is tegelijk met het museum ook een oorlogsroute opgezet, bij belangrijke locaties staan informatiepanelen. De Joodse Eddy Karelsen, die in de oorlog werd opgevangen door Hoeksema’s pake en beppe, opende het.

De tentoonstelling is tot 15 augustus iedere donderdag tot en met zondag te zien, van 14.00 tot 17.00 uur.