Hoofd ic en senator Peter van der Voort: 'We hebben als samenleving geen idee hoe we met de volgende pandemie moeten omgaan'

Peter van der Voort stond als hoofd intensive care van het UMCG midden in de coronazorg, volgde als Eerste Kamerlid kritisch het coronabeleid en onderzocht de rol van overgewicht bij corona. „Wat ik onbegrijpelijk vind, is dat het RIVM niet meteen heeft gezegd dat deze pandemie zo’n drie jaar kan duren.”

Klinisch epidemioloog en lid van de Eerste Kamer Peter van der Voort bij zijn woonboerderij in Boksum.

Klinisch epidemioloog en lid van de Eerste Kamer Peter van der Voort bij zijn woonboerderij in Boksum. Foto: Hoge Noorden / Jaap Schaaf

„Stel dat er een volgend virus komt dat tien keer zo dodelijk is, of een virus dat iedereen die geïnfecteerd raakt binnen 24 uur blind maakt. Dat is een reële mogelijkheid, maar volgens mij hebben we als samenleving helemaal geen idee hoe we met zulke situaties moeten omgaan. De politiek denkt maar vier jaar vooruit, maar deze pandemie zou ons een gevoel van urgentie moeten meegeven.”

Klinisch epidemioloog Peter van der Voort zag als hoofd van de afdeling intensive care van het UMCG van dichtbij welke druk de pandemie plotsklaps op de zorg legde. En als lid van de D66-fractie in de Eerste Kamer – hij werd als senator geïnstalleerd vlak voordat de pandemie uitbrak – maakte hij van dichtbij mee hoe het kabinet ermee omging.

Duur van pandemie

„Wat ik onbegrijpelijk vind, is dat het RIVM niet meteen in het begin van 2020 heeft gezegd: we gaan ervan uit dat deze pandemie zo’n drie jaar kan gaan duren”, zegt Van der Voort in de achtertuin van zijn woonboerderij in Boksum.

„Dat een pandemie twee-en-een-half tot drie jaar duurt, weten we van andere infectieziektes zoals influenza en polio. Als je dat duidelijk maakt, had je de samenleving aan dat idee kunnen laten wennen en consistent beleid kunnen maken. Ik zie het als taak van het RIVM om dat soort vergezichten te schetsen, maar dat is niet gebeurd. Iedereen dacht dat het een paar weken zou duren en we daarna weer verder gaan met ons gewone leven.”

Grosso modo vindt Van der Voort echter wel dat Nederland goed door de coronacrisis heen is gekomen. „Ik ben het best vaak oneens geweest met minister Hugo de Jonge, en zou andere keuzes hebben gemaakt. Maar ik begrijp ook wel hoe het is gelopen.” Toch waren er een paar momenten waarop het moeilijk werd, terwijl dat volgens Van der Voort niet had gehoeven.

Zwarte scenario

Zo werd Nederland vorig jaar overvallen door de tweede coronagolf, die men van tevoren had kunnen zien aankomen. Bij de vaccinatiecampagne is er snel en productief gehandeld in Europees verband, maar de volgorde waarin doelgroepen zijn gevaccineerd had anders aangepakt moeten worden, vindt Van der Voort.

„Tijdens de pandemie ontdekten we al vrij snel dat het vooral patiënten met overgewicht zijn die op de ic belanden. Mannen van tussen de 50 en 75 jaar met een BMI van 25 of hoger. Op een gegeven moment kregen mensen met een BMI van 40 of hoger voorrang met vaccineren, maar dat is maar een vrij kleine groep. We hebben het toen in het voorjaar heel benauwd gehad met de ic-capaciteit. We kwamen dicht in de buurt van het zwarte scenario, en dat had niet gehoeven als het vaccinatiebeleid anders was ingericht.”

Ook over het stoppen met het AstraZeneca-vaccin verschilde hij fundamenteel van inzicht met minister De Jonge van Volksgezondheid. „Daar heb ik het ook met hem over gehad, en hij vindt dat hij een goed besluit heeft gemaakt. Hij maakte natuurlijk een politieke keuze, maar wetenschappelijk gezien was dat niet de goede. En ik had daar last van, want ik moest patiënten op de ic zien onder te brengen. Mijn personeel was moe en uitgeput, maar moest toch iedere keer weer door. Dat was een heel lastige situatie.”

Buitenspel

Als lid van de Eerste Kamer had van der Voort voor het grootste deel van de coronacrisis nagenoeg geen invloed op de kabinetsbesluiten over coronamaatregelen. De aangepaste Wet publieke gezondheid maakte het voor het kabinet mogelijk om bij elke persconferentie nieuwe regelingen te treffen zonder dat de beide kamers van het parlement daar eerst mee moeten instemmen.

„De Eerste Kamer stond in feite buitenspel bij het coronabeleid. In de beginfase begrepen we heel goed dat het gepast was om de maatregelen bij het kabinet te laten. Met inspraak van de Tweede Kamer vonden we de democratische controle voldoende geborgd. Maar nu we in rustiger vaarwater zitten, vind ik dat we weer naar volledige democratische controle moeten. Dat is sinds vorige maand weer geregeld. Een dag voor het zomerreces hebben we gestemd om ook als Eerste Kamer weer volledig zeggenschap te krijgen over de coronamaatregelen.”

Als senator had hij achteraf meer invloed willen hebben op de maatregelen die de culturele instellingen en het onderwijs troffen. „Het kabinet is daar te restrictief geweest en heeft de cultuursector te lang laten zwemmen. Musea waren te lang dicht, terwijl ze het onderling prima hadden kunnen doen binnen de coronaregels. Ik werk in Groningen met studenten en zie dat zij er heel veel last van hebben gehad dat het onderwijs op slot zat. Daar had meer ruimte gecreëerd moeten worden.”

Trage wetenschap

Terwijl de coronapandemie in Nederland over zijn hoogtepunt heen lijkt, verschijnen de eerste publicaties van het wetenschappelijk onderzoek dat Van der Voort met collega’s doet naar de rol van overgewicht bij corona. En de rol daarbij van resveratrol, een antioxidant die in rode wijn en veel fruitsoorten zit en volgens Van der Voort kan voorkomen dat een patiënt op de ic belandt. Hoe dat precies werkt, daar is nog geen vervolgstudie naar gedaan.

„Ik denk dat resveratrol helpt als onderdeel in het doorkomen van een infectie, maar een goed opgezette studie heb ik niet kunnen doen. Wetenschap is behoorlijk traag en de regelgeving rond het doen van onderzoek met mensen is heel complex. Als je alle stappen met commissies wilt doorlopen voor een goede studie, ben je al gauw vier of vijf maanden bezig.”

Mensen met overgewicht

„Dat het vaak mensen met overgewicht zijn die op de ic belanden, staat niet ter discussie. Maar de grote vraag is: hoe komt dat? Daar hebben we een jaar later nog steeds geen antwoord op. Er is een storm aan ontstekingsreacties in je lichaam, en zoek maar eens uit welke daarvan gerelateerd is aan geslacht, gewicht en leeftijd. Misschien hebben we daar eind dit jaar wel zicht op. Vervolgens kun je kijken met welke behandeling je het ziektebeloop anders kunt laten verlopen. Maar met dat hele proces tot aan een behandelingsstrategie ben je drie jaar verder. Dan is de pandemie grotendeels voorbij.”

Het Friesch Dagblad zoomt wekelijks in op de impact van het coronavirus en de maatregelen daartegen op de samenleving