Wieger van der Meulen toont aan: intensief boeren gaat prima samen met weidevogelbeheer

De provincie kan weidevogelregels bedenken tot ze een ons weegt, als de predatie niet wordt aangepakt betekent dat het einde van grutto en kievit in Nederland, stelt melkveehouder Wieger van der Meulen uit Suwâld.

Wieger van der Meulen bij de pomp van een van zijn plas-draspercelen. ,,Als het plan van de provincie doorgaat haal ik gelijk de pompen weg.”

Wieger van der Meulen bij de pomp van een van zijn plas-draspercelen. ,,Als het plan van de provincie doorgaat haal ik gelijk de pompen weg.” Foto: Marcel van Kammen

Zelf is Wieger van der Meulen (43) een gangbare boer die zijn uiterste best doet de weidevogels te behouden. Met twee plas-draspercelen (,,doe ik het vrijwillig dus zonder vergoeding”), uitgesteld maaien en stukken land met droge mest bewerken zorgt hij voor gunstige omstandigheden voor de vogels.

Vijftig koppels

En met succes, zegt hij. ,,In het land achter de boerderij zitten zeker vijftig koppels kieviten. En ook grutto’s en tureluurs zijn er in overvloed. Maar de tranen springen me in de ogen als er een hele groep ooievaars achter de maaier aanloopt en alle kuikens opvreet. Zodra ik de maaier aanzet komen ze al aanvliegen.”

Steeds meer boeren vinden het leuk om de grutto en andere soorten te helpen

Van der Meulen, die met zijn zwager en zus in een maatschap zit met ruim vijfhonderd koeien, ziet zichzelf als bewijs dat intensief boeren en behoud van weidevogels prima samengaan. En steeds meer boeren vinden het leuk om de grutto en andere soorten te helpen. ,,Ik zie bij steeds meer boeren om me heen dat ze een stukje land onder water zetten, bloemenranden inzaaien en stroken niet maaien om de kuikens een kans te geven aan de maaimessen te ontsnappen.”

Zoveelste regel

Maar aan die groeiende bereidheid komt volgens hem snel een eind als de nieuwe weidevogelplannen van de provincie doorgaan. Die wil om de weidevogelstand omhoog te brengen percelen eerst door de vogelwacht laten inspecteren voor de boer er met de trekker op mag. ,,Als dat doorgaat haal ik gelijk de pompen weg bij mijn plas-drasgreppels. Het zou de zoveelste regel zijn die erbij komt en weer een reden om boetes uit te schrijven. Maar het helpt de weidevogel niet verder.”

Prachtige broedruimte

Terwijl we over het land lopen naar de plas-drasgreppel wijst hij op de maïsstrook tussen twee stukken grasland. ,,Dat is een prachtige broedruimte.” Halverwege het weiland heeft hij een dam gelegd. ,,Daar kan ik met de trekker makkelijk op keren als ik weet dat ergens vogels zitten.”

De zorg voor de vogels kost hem wekelijks uren extra werk. ,,Ik zie aan het gedrag van een kievit of die daar zit met jongen. Dan denk ik: die strook maai ik later wel eens.”

Maaihoogtes

Het dagelijks voer maaien voor zijn koeien op stal is ook gunstig voor de vogels. ,,Zo krijg je op je land verschillende maaihoogtes. Dat is ideaal voor de vogels. Die houden niet van te lang gras.”

Ik zie aan het gedrag van een kievit of die daar zit met jongen. Dan denk ik: die strook maai ik later wel eens

Zijn landerijen zijn er volgens hem een voorbeeld van dat intensief boeren en een goede weidevogelstand prima samengaan. ,,Ik heb Theunis Piersma (bioloog en een van de mensen achter het Kening fan ’e Greide-project, TK) gevraagd hier te komen kijken. Maar hij heeft het te druk begreep ik.”

Direct verband

Het plan waar gedeputeerde Douwe Hoogland mee kwam werkt volgens Van der Meulen niet. Wat wel? Predatoren als kiekendieven, ooievaars, vossen, steenmarters en aanverwanten aanpakken. ,,Ze zeggen dat er een direct verband is tussen de achteruitgang van de weidevogels en de opkomst van de intensivering van de veehouderij. Maar het heeft alles te maken met de opkomst van meer natuurgebieden. Daar krijgen de predatoren de kans zich uit te breiden, en ze komen hun eten halen op het boerenland.”

We willen in Nederland alles tegelijk: én roofdieren én weidevogels. Maar dat gaat gewoon niet

Dat het goed gaat met roofvogels als buizerd en kiekendief komt mede door het verbod op het bestrijdingsmiddel DDT, geeft Van der Meulen toe. ,,Maar het beleid om vossen, steenmarters en roofvogels vervolgens vrij spel te geven is wel funest voor grutto en kievit. We willen in Nederland alles tegelijk: én roofdieren én weidevogels. Maar dat gaat gewoon niet.”

Niet overal aanpakken

Als Natuurorganisaties als Staatsbosbeheer en It Fryske Gea de predatoren in hun gebieden zouden aanpakken zouden de weidevogels er volgens hem veel beter voorstaan. ,,De kiekendieven en buizerds hoeven niet overal te worden aangepakt, maar wel in de weidevogelgebieden. En de manier waarop er met de ooievaars wordt omgegaan heeft niets met natuur te maken. De natuurclubs zijn zo bang dat er één omkiepert dat ze ’s winters worden bijgevoerd met kuikens. Vind je het gek dat ze daarna de kuikens van de weidevogels opvreten?”

Een van de vele factoren

Fryske Gea-directeur Henk de Vries geeft toe dat predatoren een rol spelen in de situatie van de weidevogels. ,,Maar het is een van de vele factoren. Droogte, koud weer op het verkeerde tijdstip, te laag waterpeil, het speelt allemaal een rol. Voor de weidevogels moet alles kloppen.”

Het schudden van eieren van roofvogels en ooievaars is volgens hem geen optie. ,,Dat mag niet van de wet. En alles onder controle houden is onmogelijk.”

Proefgebied

Van der Meulen biedt zijn land graag als proefgebied aan om aan te tonen dat intensieve veehouderij prima samengaat met weidevogels. ,,Maar dan wel volgens mijn regels. Dan moet de provincie haar muskusratjagers, die nu haast niets meer te doen hebben, inzetten om steenmarters, hermelijntjes en bunzingen te vangen en de eieren van roofvogels te schudden. En met een paar vangkooien pakken ze de kraaien aan. Dan zal je eens zien hoe goed de weidevogels het hier gaan doen.”

Voor mij maakt dat plan niet zoveel uit, want ik ben zelf nazorger

Dat 45 boeren vorige week met trekkers naar het provinciehuis togen voor een gesprek met Hoogland vindt Van der Meulen meer dan terecht. ,,Voor mij maakt dat plan niet zoveel uit, want ik ben zelf nazorger. Maar het is de zoveelste maatregel die boeren wordt opgelegd. We worden er helemaal gek van. Ik moet van de minister groenbemester gebruiken. Dat staat in het voorjaar zo hoog dat ik het moet doodspuiten omdat ik het niet meer ondergeploegd krijg. Ik heb te veel koeien per hectare waardoor ik mest moet afvoeren. Maar ik moet wel kunstmest bijkopen voor voldoende groei. Waarom mijn eigen mest niet gebruiken?”

Controles

Ook de vele controles van instanties als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is hij zat. ,,Dan staat er weer iemand met een pasje voor de deur en gaat hij het hele bedrijf door. Natuurlijk vinden ze wat en krijg ik een boete. Ze pakken altijd grote boeren, want boetes zijn gebaseerd op de bedrijfsgrootte. Als boerenbedrijf krijg ik een negen. Maar geen tien, dus altijd wel een boete. Elke keer als ik een auto het erf op hoor rijden staan bij mij de nekharen recht overeind.”

Het verschil tussen gangbare en biologische boeren is volgens hem steeds kleiner geworden. ,,Wij gebruiken heel weinig kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Vroeger, als mij vader het gras had gemaaid, zag het soms blauw van de kunstmest. Maar toen werd er zo veel gebruikt omdat dat volgens landbouwdeskundigen nodig was.”

Ondanks alles blijft Van der Meulens hart voor de weidevogel kloppen. ,,En ik heb wel kritiek op natuurorganisaties als It Fryske Gea, maar we moeten wel samenwerken. Boeren en natuurorganisaties hebben elkaar nodig om de kievit en grutto te behouden.”

Nieuws

menu