Woordenboek welkom bij examen Fries, want wat betekent 'sloai'?

In het examen Fries stuit je op woorden die je nog niet kende. En op examenvragen over je buurman. Gisteren bogen vmbo-leerlingen zich over drie teksten. Zonder zenuwen, want de voorbereiding zat goed. ,,De leraren leken zenuwachtiger dan wij.”

Roan, Silke, Fenna, Anne, Fokelyn en Daniek (vlnr) praten bij na hun laatste examen. .

Roan, Silke, Fenna, Anne, Fokelyn en Daniek (vlnr) praten bij na hun laatste examen. . Foto: Simon Bleeker

Het is een toegestaan en welkom hulpmiddel bij het examen Fries: een woordenboek. Zelf heb ik er niet een in bezit, dus zit ik te gissen. Want wat betekent het woord ‘sloai’, toch? Naar de telefoon grijpen om het op te zoeken is er natuurlijk niet bij. Toen ik zelf examen deed mocht dat ook niet, maar dan hebben we het over twintig jaar geleden en toen waren er geen smartphones.

Negen vmbo t-leerlingen deden maandag examen Fries op de locatie Koudum van csg Bogerman. Acht ervan zitten in de examenzaal. Om ze niet teveel af te leiden maak ik de opgaven in de stilteruimte ernaast.

Daar zit ook examenkandidaat Delinio (16), tegenover docent Fries Joyce Folkertsma. Vanwege zijn dyslexie maakt hij normaalgesproken een audio-examen op de computer, maar voor het examen Fries is dat niet beschikbaar. Dus leest Folkertsma rustig de teksten voor hem op. Een derde persoon houdt toezicht, zoals de regels in deze situatie voorschrijven.

Moedertaal

Het examen bestaat uit veertig vragen bij drie aansprekende teksten over Friese onderwerpen. De uitdrukking ‘de sloai deryn’ kom ik tegen in een artikel over de noodzaak van de bescherming van weidevogels. Fries is mijn moedertaal, maar dit woord ken ik niet. Ik werp een jaloerse blik op het woordenboek van Delinio, hij nam voor dit examen wel de goede uitrusting mee.

Uit de tekst kan ik opmaken dat sloai een negatieve betekenis heeft (een van de vaardigheden die examenkandidaten moeten toepassen). De kandidaten moeten onder andere ook aanduiden wat het schrijfdoel van de auteur is, beschrijven wat de hoofdgedachte is van een zin of alinea en verbanden aangeven tussen twee alinea’s, zo staat in de syllabus.

De mist in

Het is opletten. Ik lees veel, maar denk dan niet na over verbanden tussen alinea’s. Ik kan zien dat ‘maar’ een tegenstellend verband aangeeft, maar omdat er een uitleg op volgt, had het antwoord op één vraag voor mij net zo goed een ‘uitleggend verband’ kunnen zijn.

Bij drie meerkeuzevragen ga ik de mist in, omdat ik te snel lees. Maar soms denk ik ook dat meerdere antwoorden mogelijk zijn. Waar ik bijvoorbeeld had moeten antwoorden dat de schrijver met de tekst wil overtuigen en informeren, dacht ik dat ook een aansporing in de tekst te bespeuren. Maar het correctievoorschrift is onverbiddelijk.

Als ik na anderhalf uur de gang op stap, zijn de eerste twee leerlingen al klaar en naar huis. Aan een tafel verderop zitten Fenna en Fokelyn (beiden 16) dan al een kwartiertje na te praten. Kort na mij schuift Daniek (16) aan. Ze hebben best een goed gevoel over het examen. ,,It wiene leuke teksten, fan dizze tiid én oer de regio”, vindt Daniek.

Examenvragen over je buurman

Zo uit de regio zelfs, dat klasgenoot Roan (16) zijn buurman uit Molkwerum geciteerd zag in het artikel over de weidevogels. Ook de tekst over de traditie rond versierde feestwagens en jongeren die daaraan bouwen, sprak de leerlingen aan.

De vragen sloegen meestal op één alineanummer, en dat maakte het overzichtelijk, maar voor sommige moest je verder terugkijken. ,,Wa fersint it no om op it lêst noch in fraach te dwaan wêrtroch’tst de hiele tekst nochris troch moatst?”, moppert Fenna daarover.

Zenuwen waren er niet bij de groep. Roan: ,,Foar dit eksamen kinst dochs net in soad dwaan, moatst teksten lêze.” De voorbereiding was bovendien goed, vindt de ploeg. Anders dan andere klassen mochten examenleerlingen in de tweede lockdown naar school. Bovendien hebben ze er al een reeks examens opzitten. Anne (16), die Fries niet als moedertaal heeft: ,,De leraren leken zenuwachtiger dan wij.”

Keuzevak

De meeste leerlingen namen Fries erbij als keuzevak, omdat het ze redelijk makkelijk afgaat. Dat geldt ook voor Delinio, die even na elven aanschuift. Hij heeft een goed gevoel over het examen. ,,Het is een vak waar ik goed voor sta, daarom heb ik het gekozen. En ik vind het leuk, want het is een taal die alleen hier wordt gesproken.”

Dit jaar doen 137 leerlingen examen voor het vak Fries, een kleine daling ten opzichte van 2019: toen waren het er 146. De meeste examenkandidaten komen van vmbo-t: 77. Dinsdag volgen havo en vwo. Voor het vmbo zitten alle examens er nu op. Tijd voor feest. De groep uit Koudum maakt na afloop plannen om samen te eten.

Een paar uur na het examen komen de antwoorden online. Ik kom op een score van 41 punten (van de 44), volgens de normeringsterm van 2019 levert dat een 8.8 op. Daar kan ik mee thuiskomen.

Oh ja, en voor wie het wil weten: ‘de sloai deryn’, betekent: ‘de klad erin.’