Zorg ervoor dat het leefgebied geschikt is, dan komen vogels als de grutto vanzelf weer terug

De Stichting Weideleven beheert inmiddels zeshonderd hectare grasland in Fryslân. Het geheim: zorg dat het leefgebied geschikt is, dan komen de vogels vanzelf terug.

In het gebied ten noorden van Earnewâld beheert Stichting Weideleven 78 hectare weidevogelland volgens haar eigen methode. Het aantal gruttopaartjes ging in drie jaar van nul naar negentig.

In het gebied ten noorden van Earnewâld beheert Stichting Weideleven 78 hectare weidevogelland volgens haar eigen methode. Het aantal gruttopaartjes ging in drie jaar van nul naar negentig. Foto: Marcel van Kammen

,,Hier hebben wij succes geboekt: in drie jaar van nul naar negentig broedpaartjes, alleen al voor de grutto.”

Sander de Vries van Stichting Weideleven vertelt enthousiast over het weidevogelbeheer dat de stichting voor boeren en natuurorganisaties verzorgt. In de polder ten noorden van Earnewâld, tussen de Hooiweg, de Ds. Bolleman van der Veenweg en de Lange Sleatten werpt de methode zichtbaar zijn vruchten af. Hier beheert Weideleven 35 hectare van It Fryske Gea en 43 hectare van boerenbedrijven.

In totaal beheert Weideleven nu zeshonderd hectare in Fryslân. De stichting houdt er een eigen werkwijze op na. ,,Wij passen het biotoop aan. We beginnen met klepelen. Dat is omdat we in Fryslân te maken hebben met een hardnekkig goedje: pitrus. Dat moet eerst weg. Vervolgens frezen we de slootkanten en greppels, dan hekkelen we de sloten uit en we brengen droge mest op het land en brengen we het waterpeil in overleg met It Gea en Wetterskip Fryslân omhoog. Dat zijn de stappen die nodig zijn om de biodiversiteit te verhogen. Doe je die stappen niet, dan sta je al met 3-0 achter.”

Clusters

In najaar wordt het land zo gereed gemaakt voor de weidevogels in het voorjaar. In februari, maart komt er nog droge mest bij. De vernatting is ook belangrijk. ,,Niet met een plasdraspompje, maar in clusters van twintig hectare met een stuw het peil in een keer op niveau brengen.”

Alleen op deze manier is de weidevogel echt geholpen, meent De Vries. ,,Onderzoek is belangrijk om in kaart te brengen wat er met de grutto gebeurt, waar die heen vliegt en of die terugkomt, maar onderzoek brengt de weidevogel niet terug. Daarvoor moet de biotoop geschikt zijn. Hoe vaak horen we niet: vroeger zaten hier heel veel weidevogels maar nu is het doodstil.”

De Vries is van huis uit een fjildman: jarenlang lid van de BFVW en nazorger geweest. In 2018 richtte hij mede de stichting op en begon Weideleven met tien hectare van It Fryske Gea. ,,We begonnen uit onvrede hoe het ging in de provincie. Iedereen roeptoetert iets: we moeten dit doen, we moeten dat doen. Maar ondertussen gaat die weidevogel achteruit. Elke dag zeurt er wel iemand over predatoren. Maar jongens, het begint bij de biotoop. Zonder goede biotoop heb je geen vogels. We moeten naar een vorm van landbouw die geschikt is voor het landleven. Niet alleen voor vogels, maar voor het totale weideleven”

Vrijwilligers

De stichting heeft zelf landbewerkingsmachines aangeschaft omdat het inhuren van loonwerkers uiteindelijk te duur is. Met een ploegje vrijwilligers, zo’n vijftien tot twintig per jaar, wordt het werk gedaan. ,,Wij gaan zo min mogelijk het veld in en zetten ook geen stokjes om de nesten te markeren. Het gaat om de kolonievorming. Als je een kolonie kunt realiseren, sta je sterk. Wij hebben best veel predatoren in onze gebieden, maar heel weinig predatieverlies. We zien bijvoorbeeld een buizerd in de lucht hangen die verjaagd wordt door een luchtmacht aan kieviten. Dan maakt dat ene kuikentje dat die buizerd pakt niet zo veel uit.”

Weideleven haalt geld binnen via donaties en met de verkoop van kuil en hooi. ,,Dit is uit noodzaak geboren omdat we anders het gestelde doel niet halen. Met name paardenhouders en biologische boeren nemen de balen af. Sommige boeren doen mee op voorwaarde dat ze één snee van het land krijgen voor hun vee. Andere grond hebben ze alleen voor melkrechten. Wij richten ons met name op die hectares, die niet per se gras voor het vee hoeven op te leveren.”

Het veld bepaalt

De financiering van het beheer van Weideleven is lastig, merkt De Vries. ,,We zijn sinds 2018 bezig om provinciale subsidie los te krijgen. Maar voor grond van It Fryske Gea kunnen we geen subsidie krijgen en voor de landbouwgrond moet je het collectief achter je krijgen. Dat blijkt vaak lastig. Collectieven zitten vast in het huidige systeem. Voor de subsidies zijn maaidata in het leven geroepen. Terwijl wij juist zeggen: maai gewoon als er geen vogels zitten. In te hoog gras kunnen ze geen voedsel vinden. Oftewel: het veld bepaalt.”

Het huidige subsidiesysteem werkt niet, meent hij. ,,Dan krijgt een boer 1200 euro per hectare voor een plasdraspompje, maar er zitten geen vogels op zijn land. Dat werkt dus niet. Er wordt ieder jaar zeventien miljoen uitgegeven voor natuurbeheer en ontwikkeling en toch loopt het ieder jaar achteruit. Ik zeg gekscherend: doe ons een miljoen en we geven je duizend hectare weidevogelland terug. Het belangrijkste is dat je samenwerkt met diverse partijen en hetzelfde doel voor ogen krijgt: een gezond weideleven. We zouden wel een strook van een kilometer langs de zeedijk van Harlingen tot Holwerd willen beheren, maar ja, krijg al die landeigenaren maar eens mee.”