Brieven uit de Hollandsche Schouwburg

Hij dacht dat het een misplaatste grap was. Maar Harry Lezer kreeg begin dit jaar daadwerkelijk de brieven te lezen die zijn moeder Mary Lezer-Swaab 77 jaar geleden verstuurde vanuit de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Harry’s ouders Mary en Jozef zijn in Auschwitz omgebracht. Zelf overleefde hij de oorlog in Fryslân.

Herman Lezer terug in Nederland, 1979.

Herman Lezer terug in Nederland, 1979. Foto: fd

Als Monique van der Meulen uit Haarlem niet had bedacht om met hulp van de sociale media de verblijfplaats van Harry Lezer te achterhalen, dan had Harry nooit de brieven van zijn moeder onder ogen gekregen. ,,Een van de weinige tastbare herinneringen aan mijn moeder”, constateert hij. Harry woont al sinds 1951 in Australië en gebruikt zijn oorspronkelijke naam Herman niet meer.

In een Skype-gesprek vertelt hij hoe hij in eerste instantie niet eens reageerde op de mail uit Nederland. ,,Ik dacht eerst dat het een scam was, een grap.”

Begin januari kreeg hij een bericht van ene Monique van der Meulen. Ze schreef dat ze brieven van zijn moeder bezat. Die kwamen uit de nalatenschap van haar familie. De herkomst is haar altijd blijven bezighouden en ze besloot op zoek te gaan naar eventuele familieleden van de schrijfster.

Harry liet de mail onbeantwoord, totdat zijn dochter Alaina hem erover belde. Monique van der Meulen had namelijk ook contact met haar opgenomen, via Facebook. Op dat moment drong het besef pas goed door, vertelt hij. Het ging echt om brieven die zijn eigen moeder heeft geschreven.

Drie brieven

Mary Lezer-Swaab schrijft drie brieven in de periode dat ze gevangen zit in de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam. Ze richt ze aan haar kennissen: de familie Van der Meulen. Ze vraagt om voedsel op te sturen voor haar zoontje Herman en haarzelf.

Mary zit in de schouwburg in afwachting van deportatie. Herman zit net als alle Joodse kinderen onder de dertien in de crèche ertegenover. Vader Jozef is al eerder opgepakt en naar Westerbork getransporteerd.

De eerste brief dateert van 29 juli 1943 met een verzoek voor wat levensmiddelen, ‘en als het kan voor Herman wat fruit’. De familie stuurt blijkbaar per omgaande iets, want twee dagen later, op 31 juli, schrijft Mary: ‘Beste Familie. Hartelijk dank voor het ontvangen pakket. Indien mogelijk, wil dan zoo vriendelijk zijn nog eens iets te sturen. Vele groeten Herman en Mary.’

In haar laatste brief schrijft ze dat ze op weg is naar Westerbork en of de familie Van der Meulen daar wat lekkers naartoe wil sturen.

Ruth de Jonge: Vergeten verzetsheldin in New York

De Joodse Ruth de Jonge duikt tijdens de Tweede Wereldoorlog onder in het gezin van Krijn van der Helm. Ze wordt door hem ingezet bij het verzetswerk. Het was gevaarlijk, schrijft ze in een brief. Ruth staat erbij als Krijn wordt doodgeschoten. In 1953 emigreert ze naar Amerika.

In Westerbork wordt Mary herenigd met Jozef. Hij is begin 1943 al opgepakt en waarschijnlijk via Vught in Westerbork terechtgekomen. Op dinsdag 24 augustus 1943 gaan Jozef en Mary op transport naar Auschwitz, waar zij drie dagen later worden vermoord. Dan zit Herman al veilig bij de familie Jansma in Haskerhorne.

Hij woont inmiddels al bijna zeventig jaar in Australië. Maar Fryslân is hij nooit vergeten en hij is meer dan twintig keer terug geweest. Ook met kinderen en kleinkinderen. Vanwege zijn gezondheid kan hij de reis naar het heitelân niet meer opbrengen. Dat spijt hem gigantisch. Fryslân voelt voor hem als thuiskomen, legt hij uit. En zijn Friese pleegfamilie Jansma zit in zijn hart.

Ik ben stapelgek op Fryslân. Als ik daar sterf, is het goed

De kleine Herman die in 1943 onderdak krijgt bij de Jansma’s komt in een heel ander milieu terecht dan hij gewend is. Het enig kind van Mary en Jozef wordt geboren op 22 maart 1939 in Amsterdam. Hij heeft een grote familie, die verspreid in de provincie Groningen en in Amsterdam woont. Vader is handelaar in tweedehands meubelen. Harry denkt dat ze waarschijnlijk door dat werk de niet-joodse familie Van der Meulen kennen, dat zijn namelijk meubelmakers.

Als zijn ouders in Auschwitz het leven laten, woont Herman al enkele weken op de boerderij van de familie Jansma. Hij is uit de crèche tegenover de schouwburg gesmokkeld. Wie daarvoor verantwoordelijk zijn en wie hem naar Fryslân hebben gebracht, weet hij niet.

Er is in ieder geval een goede dekmantel geregeld. Hij wordt Herman Julius Oostwald, een evacueetje uit het gebombardeerde Rotterdam. Bij heit en mem Jansma en zijn pleegbroers en -zussen beleeft Herman een geweldige tijd. Hij gaat niet naar school, maar op en rond de boerderij is genoeg te doen. Het gezin bedenkt ook een nieuwe - heel toepasselijke - naam voor hun nieuwe broertje: Broer.

Sjoerd Wiersma: vol moed en vertrouwen

Desondanks kwam de kleine Jopie terecht in Idskenhuizen. Het hele dorp, met driehonderd inwoners, wist onmiddellijk dat de familie De Jong opeens een Joodse onderduiker in huis had. ,,Mijn ouders hadden hun best wel gedaan met een vals paspoortje. Ze zeiden: 'Het is een nichtje, haar familie is verongelukt in Rotterdam.'

Heit Symen Jansma zit diep in het verzet, de boerderij wordt gebruikt voor wapenopslag en er verblijven meerdere onderduikers. Ondanks de talloze gevaren wordt Broer/Herman liefdevol opgevangen. Tweemaal komen de Duitsers huiszoeking doen, maar beide keren ontspringt de familie de dans.

Als in 1945 de oorlog is afgelopen, blijft het stil rond Broer/Herman. Maar weinig familieleden hebben het overleefd. Alleen een broer van zijn moeder en diens gezin zijn er nog. Zij duiken een paar maanden na de bevrijding op en nemen Herman mee terug naar Amsterdam.

Het afscheid van de Jansma’s valt hem zwaar. De familie had hem ook graag gehouden. Hij komt geregeld terug naar de boerderij. Zijn pleegbroers en -zussen komen in Amsterdam op bezoek. Maar in 1951 emigreert het gezin naar Australië en Harry moet mee. Als hij voor het laatst de Jansma’s bezoekt, wordt er een foto gemaakt voor de boerderij.

Buitenbeentje

Harry groeit verder op in Australië, al blijft hij een buitenbeentje in het gezin. Hij trouwt, krijgt kinderen en kleinkinderen en komt in de top van verschillende hotelketens. Hoewel hij brieven blijft schrijven, keert hij pas in 1979 voor het eerst weer terug naar Fryslân.

Een onvergetelijk en emotioneel weerzien, dat pleegzusje Janny Jansma zich nog goed kan herinneren. ,,Hij had allemaal andere afspraken, maar hij wilde echt niet weg.”

Harry is de Jansma’s enorm dankbaar voor wat ze voor hem hebben gedaan. En ook nu nog betekent de familie heel veel voor hem. ,,Toen ik heit in 1979 vroeg waarom hij het allemaal had gedaan, antwoordde hij: ‘Dat was mijn christelijke plicht’. Als ik daaraan terugdenk, word ik nog steeds emotioneel”, zegt Harry.

Monique van der Meulen hoopt de brieven van Mary ook echt te kunnen overhandigen aan Harry. Het plan was om eind april naar Australië te reizen. Maar of dit in de huidige situatie kan doorgaan, is de vraag.

Maar eerst hoopt Harry morgen, 22 maart, 81 te worden. Hoewel barstend van levenslust moet hij het toch iets rustiger aan doen vanwege zijn gezondheid. De dokters raden hem daarom ook af om verre reizen te maken. ,,Dan zou ik misschien niet meer levend terugkomen, zeggen ze. Maar aan de andere kant zou ik dat niet eens erg vinden. Ik ben stapelgek op Fryslân. Als ik daar sterf, is het goed.”De terugkeer van de Joodse Kinderen is een samenwerkingsproject van Stichting De Verhalen, Leeuwarder Courant, Friesch Dagblad, Omrop Fryslân en Tresoar. De provincie Fryslân verleent subsidie. Kernredactie: Gerard van der Veer, Karen Bies, Marja Boonstra, Martijn van Dijk, Wybe Fraanje. Het project omvat behalve reportages in de media de Onderduikdagen begin mei, de (voorlopig geannuleerde) theatervoorstelling Smokkelbern en vier documentaires op NPO.

Nieuws

menu