Buitenlandse soldaten naar Mozambique sturen? Dat zal het conflict nog verergeren, denkt deze professor uit Zuid-Afrika

De ontdekking van gasreserves heeft Mozambique veranderd in een ‘typisch geval van een land dat verdoemd raakt door zijn natuurlijke bronnen’, schrijft de Zuid-Afrikaanse professor internationale betrekkingen Gilbert Khadiagala. Hij legt uit waarom een militaire interventie volgens hem geen goed idee is.

Vluchtelingen uit het noorden van Mozambique.

Vluchtelingen uit het noorden van Mozambique. Foto: AFP

De president van Mozambique, Filipe Nyusi heeft een top bijeengeroepen van de regeringsleiders van zuidelijk Afrika. Hij wil dat de leden van de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC) overleggen over het plan om drieduizend militairen te sturen om de Mozambikaanse regering te helpen optreden tegen de opstand in de provincie Cabo Delgado. Volgens mij heeft die militaire ingreep het tegengestelde effect van de vrede die men ermee wil bereiken.

De opstand wordt geleid door de islamitische groepering Sunnar (ook bekend als Al Shabaab) en destabiliseert de regio sinds oktober 2017. De beweging is veel sterker geworden het afgelopen jaar. In oktober deden ze een gedurfde raid op een van de grotere steden in het noorden, Mocimbao da Praia. In maart had de beweging het gemunt op buitenlandse contractuele arbeidskrachten, onder wie Zuid-Afrikanen.

Interveniëren is misplaatst

Dat deed de alarmbellen afgaan in de regio. Maar is de interventie door het militair orgaan van de SADC een goed idee? En zal het iets veranderen? Ervaringen uit het verleden wijzen eerder in de richting van niet.

Deze organisatie heeft geen eerdere militaire interventies bij burgerlijke conflicten in de regio op haar palmares. Daarom is het misplaatst om te interveniëren zonder helder inzicht in de politieke dynamiek die speelt in het noorden van Mozambique. Haastige interventies door militaire leiders zonder kennis van de context en van de factoren die het conflicten in de hand werken, hebben weinig kans op slagen.


Twijfelachtige resultaten

Eerdere interventies van de SADC bij binnenlandse conflicten in de regio hebben geen gunstig effect gehad. In 1998 namen Botswana, Zuid-Afrika en Zimbabwe de leiding om de orde te herstellen en de constitutionele rechtsstaat te vrijwaren in Lesotho. De haast waarmee de SADC de operatie op touw zette, gaf al aan dat het vooropgestelde resultaat moeilijk te bewerkstelligen zou zijn. Zuid-Afrikaanse militairen sneuvelden en de troepenmacht van de SADC moest zich schandelijk terugtrekken. De organisatie heeft zich er sindsdien voortdurend in moeten mengen om de vrede te herstellen op het explosieve terrein van de politiek in Lesotho.

De andere grote interventie die het SADC tot nog toe deed, was via de Force Intervention Brigade samengesteld door Malawi, Tanzania en Zuid-Afrika. Die werd bijeengeroepen om de M23-beweging aan te pakken in de Democratische Republiek Congo (DRC) in 2013. De brigade werd ingezet na een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, in het kader van een MONUSCO-stabiliseringsoperatie van het land.

Initieel maakte de Force Intervention Brigade wel degelijk een verschil. Ze kon de M23-beweging uitroeien en droeg bij tot een zekere vorm van stabiliteit in de regio. Toch bleef de dreiging van opstandige milities in de regio onverminderd aanwezig, wat vragen deed rijzen over het nut van de interventies op lange termijn. De brigade is ter plaatse aanwezig gebleven, hoewel de landen die de troepen leverden hun enthousiasme verloren om de complexe problemen in de regio aan te pakken.


Lessen uit het verleden

Welke lessen kunnen er getrokken worden uit deze militaire ondernemingen in het vooruitzicht van de geplande interventie in Mozambique?

Ten eerste dat militaire interventies te maken krijgen met zware hindernissen bij complexe binnenlandse conflicten. Voornamelijk de ontoereikende kennis over de betrokken partijen in het conflict en hun drijfveren, en de onzekerheid of de operatie wel zal slagen.

In Mozambique zijn de opstanden gegroeid uit al lang bestaande grieven. De overwegend arme, landelijke moslimregio in het noorden werd decennialang politiek gemarginaliseerd. Onlangs werd er een van ‘s werelds grootste natuurlijke gasbronnen ontdekt, wat Franse, Italiaanse en Amerikaanse multinationals heeft aangetrokken. De ontdekking van die massa gas heeft Mozambique veranderd in een typisch geval van een land dat verdoemd geraakt door zijn natuurlijke bronnen. De overvloed aan natuurlijke rijkdom wakkert gegarandeerd rebellie en protesten aan in gemarginaliseerde gemeenschappen, dit is voorspelbaar.

Massale moordpartijen

De tweede les die we kunnen trekken uit vroegere interventies, is dat het gevaarlijk is om de strijd aan te gaan met een groepering die de regionale troepen makkelijk denken te verslaan. De opstandelingen startten met lichte guerrilla-aanvallen tegen regeringsinstallaties en die aanvallen escaleerden mettertijd tot het massaal vermoorden van burgers en het veroveren van grondgebied. Die escalatie is ten dele het gevolg van de reactie van de regering. Die ging niet met de lokale gemeenschappen in overleg om de crisis te beteugelen, maar trok als eerste reactie Russische huurlingen aan om de rebellie te smoren.

De rebellen pasten daarop de tactiek van de verschroeide aarde toe en slaagden erin de huurlingen te verslaan en te doen terugtrekken. De gevolgen spreken voor zich: door het conflict een militaire dimensie te geven, raakten de gemoederen in de lokale gemeenschap nog verder verhit en sloten nog meer mensen zich aan bij de opstandelingen. Het inschakelen van huurlingen toonde ook aan dat de regering geen vertrouwen had in de capaciteiten van haar eigen ordestrijdkrachten.


Interventie in een doolhof

Nu wordt de SADC gevraagd tussen te komen en een conflict op te lossen, waarvoor het noch de middelen heeft, noch de politieke wil. Wanneer er bodybags met gesneuvelde militairen terugkomen in de deelnemende landen, zal er immens veel druk zijn op de SADC-strijdmacht om zich terug te trekken. De regio zou Mozambique beter aanmoedigen om te luisteren naar de grieven van de lokale gemeenschap in Cabo Delgado, dan een ondoordachte interventie te steunen.

In Afrika heeft de militaire aanpak van aanspraak op natuurlijke rijkdom vaak rampzalige gevolgen. Jarenlang heeft de regering in Khartoem het regionale conflict met Zuid-Soedan, waar olie werd ontdekt, doen ontaarden in een militair conflict, terwijl de strijd in feite ging om zelfbeschikkingsrecht en respect voor de Zuid-Soedanezen. Uiteindelijk werd Zuid-Soedan onafhankelijk, maar met een enorme tol aan mensenlevens. Op dezelfde manier werd een lichte opstand in Angola’s petroleumrijke regio Cabinda blijvend door de onverschilligheid van de regering voor de benarde situatie van de lokale bevolking.

Sinds 2000 hebben Nigeriaanse regeringen geleerd om een politieke benadering te kiezen om aan de eisen te voldoen van de bevolking in de olieproducerende regio van de Nigerdelta. Decennialang protesteerden de lokale minderheden daar tegen de exploitatie van de oliebronnen door multinationals, met toestemming van hun nationale regering, ten nadele van hun inkomen en welzijn. Mozambique kan lessen trekken uit deze en vele andere ervaringen.


Decentraliseren is nodig

Het heeft jaren geduurd eer de Mozambikaanse regering begreep dat de macht en de natuurlijke rijkdom gedecentraliseerd moest worden en overgedragen aan de provincies. De strijd voor die eis is lang gevoerd door de vroegere rebellenbeweging Renamo. Maar Frelimo, de dominante regeringspartij, bleef een sterk gecentraliseerd bestuur aanhangen, waar de provincies puur buitenposten werden van de centrale regering. Afwijkende meningen en alternatieve actoren werden geweerd uit belangrijke beslissingen. Tijdens de onderhandelingen om een weer opflakkerende opstand in 2013 op te lossen, eiste Renamo decentralisatie. Frelimo heeft dit schoorvoetend toegestaan, al verliep de toepassing ervan eerder sloom.

De ‘vloek van de natuurlijke rijkdommen’ kan wel degelijk worden opgeheven. Veel landen zijn daarin geslaagd door te kiezen voor een voorzichtig beheer van die natuurlijke rijkdommen en door de lokale gemeenschappen toegang te geven tot de bronnen die op hun grondgebied worden gewonnen.

Ghana en Botswana

Botswana is daar een mooi voorbeeld van. Het heeft creatieve instanties en de politieke wil getoond om met zijn minerale rijkdommen om te gaan. Ghana heeft ook stevige mechanismen in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat de olierijkdom gebruikt wordt voor het algemeen belang en niet om elites rijker te maken. De Mozambikaanse regering mag er geen decennia over doen om geloofwaardige en transparante instanties uit te bouwen die de grondstoffen beheren die beantwoorden aan de noden van de verpauperde gemeenschappen van Cabo Delgado.

Een militaire interventie door de SADC zal de diehards in Frelimo nog meer macht geven, juist diegenen die geen vredige, politieke oplossing voor de crisis voorstaan. En de interventie zal het probleem dat sowieso niet snel zal verdwijnen, enkel op de lange baan schuiven.

Gilbert M. Khadiagala is professor in de Internationale Betrekkingen en directeur van het African Centre for the Study of the United States (ACSUS) aan de Universiteit van Witwatersrand in Zuid-Afrika