Er is veel mis op internet; de overheid moet in actie komen tegen ongewenst gedrag als haatzaaien, phishing en complotdenken

Ongewenst gedrag op internet richt grote schade aan. Zowel de individuele burger als de hele samenleving ondervindt de negatieve gevolgen van bijvoorbeeld haatzaaien, phishing, pornoverslaving, extreme challenges en complotdenken.

Gebruikers van sociale netwerken kunnen daardoor eenvoudig het doelwit worden van kwaadwillenden.

Gebruikers van sociale netwerken kunnen daardoor eenvoudig het doelwit worden van kwaadwillenden. Foto: Shutterstock

Dat blijkt uit het alarmerende rapport Online ontspoord dat het Rathenau Instituut onlangs publiceerde. Zo’n 95 procent van de twaalf- tot 55-jarigen gebruikt internet dagelijks, meestal via de smartphone. Ze kunnen vroeg of laat slachtoffer worden van ongewenst onlinegedrag. Daartegen blijken Nederlandse burgers onvoldoende beschermd. Volgens de onderzoekers komen hun grondrechten zelfs in het geding.

Wat maakt internet problematisch?

Online wanen mensen zich veilig. Achter hun scherm kunnen ze zich anoniem te buiten gaan aan de grofste vuilspuiterij, terwijl ze op straat nooit een voorbijganger zouden uitschelden. Mensen die het niet in hun hoofd zouden halen om in een fysieke winkel te stelen, kunnen digitaal wel crimineel gedrag vertonen. Ze ervaren de onlineomgeving sneller als grenzeloos, meer dan de echte wereld. Dat wordt het online-ontremmingseffect genoemd.

Door allerlei sociale mechanismen kunnen ongewenste berichten een eigen leven gaan leiden. Mensen kunnen ze eenvoudig delen; opgenomen videobeelden zijn daardoor na korte tijd wereldwijd te zien. Berichten kunnen viraal gaan, waardoor ze een enorm bereik krijgen. En de content blijft online vaak lang beschikbaar.

Dat hoort toch bij internet?

Jawel. Maar de gevolgen van het lang beschikbaar zijn van foute informatie zijn ernstig. Mensen kunnen radicaliseren, doordat dergelijke content online voortdurend wordt herhaald – dat is het fenomeen echokamer. Door desinformatiecampagnes, van bijvoorbeeld trollen van buitenlandse mogendheden, kan het vertrouwen in de overheid een fundamentele knak krijgen. Op internet kan zo een virtuele realiteit ontstaan die losstaat van de werkelijkheid.

Internet is een plek zonder normen en regels. Radicale klimaatactivisten bijvoorbeeld kunnen bijvoorbeeld volstrekt anoniem bedenkelijke informatie op internet zetten. Ze voelen haarfijn aan dat een reputatie als activist mogelijk schadelijk is voor hun latere carrière. Hun acties blijven vaak onbestraft, waardoor het gevoel van wetteloosheid wordt versterkt.

En op sociale media?

Daar speelt hyperconnectiviteit een grote rol. Facebook gaf in 2016 aan dat twee willekeurige gebruikers van de 1,6 miljard gemiddeld 3,5 personen van elkaar zijn verwijderd: een vriend van een vriend van een vriend van een willekeurige persoon is ook mijn vriend. Vaak kunnen mensen elkaar rechtstreeks vinden, door een persoon te zoeken via een zoekmachine zoals Google.

Gebruikers van sociale netwerken kunnen daardoor eenvoudig het doelwit worden van kwaadwillenden. Grooming – via internet seksueel contact zoeken met kinderen – of sextortion – afpersing met een seksueel getint beeld van het slachtoffer – is daardoor eenvoudig; kinderen of andere slachtoffers kunnen gemakkelijk worden benaderd.

Hoe groot is de schade van ongewenst onlinegedrag?

Die is fors, ook in het gewone leven. Dat blijkt uit de voorbeelden en de cijfers in het rapport. Influencers praten jongeren via TikTok een eetstoornis aan; sinds de lockdown is het aantal jongeren met anorexia in Nederland met een derde gestegen. Extreme challenges, zoals het wurgspel choking game, kostte twee jongeren het leven. De zogeheten Blue Whale Challenge spoorde deelnemers aan tot zelfbeschadiging en ten slotte tot suïdie.

Daarnaast is internetverslaving een groeiend probleem. Ruim zeven miljoen Nederlanders spelen gemiddeld een uur per dag online spelletjes. Van hen zijn er zo’n 16.000 gameverslaafd. Het aantal mensen dat chagrijnig wordt wanneer ze geen computerspel kunnen doen, personen met zogeheten ‘ internet gaming disorder ’, ligt ergens tussen de 272.000 en de 867.000 (1,6 tot 5,1 procent). De wereldgezondheids­organisatie WHO classificeert internet gaming disorder als een serieuze psychische aandoening.

Schattingen van het aantal internetverslaafden in Nederland lopen uiteen van 255.000 tot 1,4 miljoen (1,5 tot 8,2 procent). Meestal is er dan sprake van verslaving aan sociale media of porno. Cyberverslavingen veroorzaken vaak chronisch slaaptekort, angst en emotionele problemen.

Waarom pakt de overheid dit ongewenste gedrag niet voort­varender aan?

De overheid verwachtte aanvankelijk veel van zelfregulering en zelfredzaamheid van de onlinesamenleving. Maar die blijken een utopie. Veel van het ongewenste onlinegedrag bevindt zich in een juridisch schemergebied. Dat maakt het lastig om daartegen op te treden. Een kinderpornovideo uit China kan op een server in Duitsland staan en bijvoorbeeld worden getoond via software onder licentie van een partij uit de Verenigde Staten.

Internet zit zo complex in elkaar dat het voor overheden praktisch onmogelijk is om er de wet te handhaven. Daardoor is er gebrek aan duidelijke normen in de onlineomgeving; er hangt een vorm van morele mist.

Wat kan de overheid eraan doen?

De burger is gebaat bij een actieve overheid, constateert het rapport. Op nationaal niveau bestaat wetgeving die gedrag in de offlinewereld strafbaar stelt. Overheden kunnen die toepassen in de onlineomgeving. Op die manier zijn cyberterrorisme en cyberkinderporno strafbaar te stellen.

Ook komen overheden met nieuwe wetgeving voor de onlinewereld. Demissionair minister Grapperhaus (Justitie) wil dat het verbod op het delen van pornografische afbeeldingen om mensen onder druk te zetten (sextortion en wraakporno) ook gaat gelden voor doxing – het ongevraagd delen van iemands persoonlijke gegevens via sociale media. Politiemensen worden door doxing geregeld geconfronteerd met kwaadwillenden aan hun voordeur. Sommigen hebben uit veiligheidsoverwegingen toestemming gekregen om hun dienstwapen mee naar huis te nemen.

Er is bovendien Europese regelgeving in de maak. De Europese Commissie presenteerde vorig jaar de Digital Services Act (DSA) en Digital Markets Act (DMA). De DSA moet bijdragen aan de bestrijding van illegale content en desinformatie. Om echokamers te voorkomen, kunnen bedrijven worden verplicht om nepnieuws als zodanig te labelen of te verwijderen. De DMA moet de macht van grote onlineplatformen zoals Google, YouTube en Facebook aan banden leggen. En er is Europese wetgeving in de maak voor de aanpak van hatelijke berichten.

En de slachtoffers?

Slachtoffers van immoreel of schadelijk gedrag staan door al die onduidelijkheid vrijwel machteloos. Slachtoffers van onlinepesterijen, -geweld, -oplichting, -afpersing, -bedreiging of seksuele intimidatie op internet kunnen terecht bij het portal Meldknop.nl . Via e-mail, chat of telefoon kunnen ze hulp inroepen van deskundigen bij de aangesloten organisaties. Meldknop.nl krijgt jaarlijks ongeveer 50.000 bezoekers op de homepage.