Gabriël Anthonio wil de vernedering van andere mensen opheffen

Eens in de twee weken staat een column van zijn hand in het Friesch Dagblad. Het zijn verhalen over de situaties die Gabriël Anthonio meemaakt, mensen die hij ontmoet, en beelden die hij mee wil geven. ,,Ik geloof dat de mens bedoeld is om rechtop te lopen.”

Gabriël Anthonio is bestuurder bij Verslavingszorg Noord Nederland en bijzonder hoogleraar aan de RUG.

Gabriël Anthonio is bestuurder bij Verslavingszorg Noord Nederland en bijzonder hoogleraar aan de RUG. Foto: Peter Wassing

Gabriël Anthonio (55), bestuurder van Verslavingszorg Noord Nederland, heeft eens in de twee weken op maandag zijn eigen plek in deze krant. Op die plek staat zijn column, of misschien beter gezegd: een kort verhaal. Veel van die verhalen, aangevuld met andere, zijn nu gebundeld in het boek Samen soep maken. Geconcentreerde verhalen en beelden uit de verslavingszorg.

Wat die verhalen gemeen hebben: ze gaan bijna altijd over kwetsbare mensen. Iemand die verslaafd is of is geweest. Een moeder bij wie de oudste kinderen uit huis zijn geplaatst, maar die nu knokt om de jongste te houden. Een zwerver die de kerstdagen alleen zal doorbrengen in de opvang. Een studente die ongeïnteresseerd lijkt in de colleges die Anthonio geeft, maar van wie hij later hoort dat kort geleden haar broertje is overleden.

Zie je, wil Anthonio maar zeggen: zo vaak hebben we al een oordeel over mensen zonder dat we ze goed kennen. ,,Bij zo’n meisje denk je eerst: kom dan niet als je hier alleen maar onderuitgezakt zit. Maar als je dan hoort waarom ze er zo bij zit, verandert je mening.”

Ander voorbeeld: een verhaal over een man die altijd luid praat. ,,Ik denk dan ook eerst: waarom schreeuw je zo? Maar dan blijkt dat hij is opgegroeid bij dove ouders. Hij moest luid praten om zijn aanwezigheid kenbaar te maken.”

Dergelijke vooroordelen over mensen ontmaskeren, dat probeert Anthonio vaak in zijn verhalen. In zijn eigen woorden: ,,Deze mensen doen een appél op ons. En dat appel wil ik doorgeven. Een appel op mildheid. Ik wil kijken met een barmhartige blik. En misschien kan ik dat pas als ik mijn eigen gebrokenheid ook onder ogen zie.”

Weer rechtop kunnen lopen

Wat Anthonio wil met dit boek en met alle verhalen die hij vertelt: de vernedering van andere mensen opheffen. Hij dicteert het bijna, met enige nadruk: ,,Ik geloof dat de mens bedoeld is om rechtop te lopen en een menswaardig bestaan te leiden. Ik wil mijn leven ten dienste stellen aan mensen die gebogen door het leven gaan, vernederd worden en ik wil bijdragen aan hun herstel. Zodat ze weer rechtop kunnen lopen.”

Vernedering geschiedt op allerlei manier en in allerlei vormen. Armoede bijvoorbeeld, kan heel vernederend zijn, zegt Anthonio. ,,Dan krijg je dingen en moet je ook nog ‘dank je wel’ zeggen.” Instituties kunnen vernederend werken, zelfs hulpverleners. ,,We vernederen ook mensen door alleen óver hen te praten in plaats van mét hen.”

Maar wie probeert met een barmhartige blik te kijken naar de ander, ziet in elk leven een verhaal en een betekenis. In het leven van verslaafde cliënten, in het leven van zwervers en Anthonio ziet het ook in het leven van zijn volwassen en verstandelijk beperkte zoon, die functioneert op het niveau van een driejarige.

Wie Anthonio’s columns in deze krant leest, is deze zoon al enige keren tegengekomen. Op geheel eigen wijze leert hij zijn vader op een andere manier te kijken naar wat belangrijk is. ,,Ik heb wel eens gehad dat ik hem ’s ochtends hielp met aankleden en wassen, terwijl ik al helemaal bezig was met wat ik straks op mijn werk moest doen. Ik ben dus gestrest. Hoe reageert mijn zoon? Hij stopt zijn vingers in zijn oren en begint te neuriën. Zo.”

Anthonio doet het voor. ,,Hij voelt die stress en sluit zich af. In feite doet hij een appel op mij: ‘Ik ben hier nu, papa, niet straks, het nú is belangrijk.’ Dan ga ik daarna naar mijn werk, heb een vergadering, met een opening, notulen en veel punten op de agenda, ‘kunnen we dat even snel doen’, zegt iemand. Ik kijk om me heen en denk: zo meteen zit iedereen hier met zijn vingers in de oren te neuriën.”

Gedoe-sector

Zelf groeide Anthonio op in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in een vrij alternatief kunstenaarsgezin. ,,We hadden weinig geld, maar er was liefde en creativiteit. Het was open, er waren pleegzusjes en altijd logees. Ik werd soms ’s ochtends wakker en wist dan niet wie er aan de ontbijttafel zou zitten. We hadden geen televisie, maar wel veel gesprekken, ook over beelden en verhalen. Daar zijn de zaadjes geplant voor de verhalen die ik nu schrijf, denk ik.”

Hij begon zijn carrière in het randgroepjongerenwerk op straat in Utrecht. Daarna werkte hij in de verslavingszorg in Amsterdam, werd directeur van een jeugdgevangenis en later van de tbs-kliniek in Groningen (,,een fantastische tijd”). Hij was negen jaar bestuurder bij Jeugdhulp Friesland en van de Woodbrokers, daarna stapte hij over naar Verslavingszorg Noord Nederland. ,,Ik werk dus al mijn hele leven in de gedoe-sector.”

Alle verhalen die hij schrijft voor het Friesch Dagblad en die in Samen soep maken staan, zijn echt gebeurd. Wel verandert Anthonio de namen en locaties, om herkenning van de geportretteerde mensen onmogelijk te maken. Maar de gesprekken die plaatsvinden en de verhalen die worden verteld, zijn afkomstig van bestaande mensen.

Hoe een bestuurder van een grote zorginstelling - Verslavingszorg Noord Nederland biedt hulp aan zo’n tienduizend mensen en telt bijna duizend medewerkers - de tijd vindt om deze kwetsbare mensen te ontmoeten? ,,Daar moet je tijd voor maken”, zegt Anthonio stellig. Nog steeds heeft hij zelf wekelijks een behandelgroep en hij gaat vaak op werkbezoek. Soms geeft hij cursussen aan tientallen cliënten tegelijk en dan hoort hij op één dag wel twintig bijzondere verhalen.

En soms maakt hij ook gewoon iets bijzonders mee. Kort geleden nog, liep hij met zijn verstandelijk beperkte en autistische zoon in een winkel, die leegverkoop hield. Anthonio dacht: op naar de afdeling met speelgoed, want daar houdt mijn zoon van. Maar die trok zijn vader mee naar een meisje achter de toonbank, om haar een hand te geven en even aan te raken - praten kan hij niet.

,,Dat leek me geen goed idee”, zegt Anthonio, ,,want dat meisje droeg een hoofddoek.” En je weet het niet: is ze moslima, mag ze eigenlijk wel een jongen een hand geven? Zijn zoon deed het toch, aaide over zijn wang (,,dat is het gebaar voor ‘lief’, hij vindt je heel lief”, legde Anthonio het meisje uit), en daarop begon het meisje te huilen.

,,Wat blijkt: zij had net een uur geleden gehoord dat er iemand in haar familie was overleden. ‘God stuurt mensen, meneer’ , zei ze tegen mij. ‘Ik voel me nu niet meer alleen, dank je wel’.”

Zo’n ontmoeting vindt pas plaats als je iets los wil laten, ,,het leven zijn gang wil laten gaan”, zoals Anthonio het zegt. ,,Want wat stuurt mensen? Wat stuurt mij op zo’n dag? Ik wil naar de speelgoedafdeling en houd mijn zoon eigenlijk tegen. Maar wie mijn zoon gestuurd heeft, is voor deze vrouw duidelijk: dat was God.”

De Ander

Hij haalt de filosoof Emmanuel Levinas aan, een Frans-joodse filosoof die leefde van 1906 tot 1965. ,,De liefste filosoof die er was”, aldus Anthonio. ,,God is voor hem misschien heel ver weg, bijna verdwenen uit de wereld. Maar zijn spoor vind ik volgens Levinas in de ander, een ander die hij daarom aanduidt met een hoofdletter: de Ander.”

De Ander kun je niet gebruiken voor je eigen doeleinden en over de Ander mag je geen oordelen hebben. ,,Ik oefen me er daarom in om de Ander tot zijn recht te laten komen. De Allerhoogste is misschien de allerkleinste onder ons.”

Zelf noemt hij zich een ,,volgeling van de jonge rabbi uit Nazareth”. ,,Dat klinkt beter dan: ‘ik ben christen’.” De jónge rabbi, zegt hij met enige nadruk. ,,Jong in de betekenis van vernieuwend. Jezus was heel vernieuwend.” Geloven, vindt Anthonio, dat is iets wat je vooral moet dóén. ,,Kijk naar Jezus. Bij hem zie je de vernedering terug. Maar hij liet zichzelf vernederen en daarom is er voor ons geen reden meer om ons vernederd te voelen.”

Ja, concludeert hij: ,,Ik ben een gelovig mens. Ik ben ook een heel hoopvol mens. En toch blijft het vaak proberen. Ik struikel ook maar een beetje naar voren. Doen we dat niet allemaal?”

De opbrengst van het boek gaat volledig naar het Fonds Noodhulp van VNN, waarmee cliënten en hun kinderen op praktische wijze geholpen worden

Gabriël Anthonio is bestuurder bij Verslavingszorg Noord Nederland en bijzonder hoogleraar aan de RUG