In gesprek met Bianca Bijlsma: Een etiketje voor een kwetsbaar kind moet geen last worden

Haar hele carrière wijdde orthopedagoog Bianca Bijlsma-Smoorenburg (66) van het Fries Sociaal Planbureau aan kwetsbaren. In een conferentie op 4 april vraagt de columniste van het Friesch Dagblad nog een keer aandacht voor kinderen die net wat anders zijn.

Orthopedagoog Bianca Bijlsma-Smoorenburg neemt volgende week afscheid van het Fries Sociaal Planbureau, maar blijft nog wel schrijven voor het Friesch Dagblad stelt ze gerust.

Orthopedagoog Bianca Bijlsma-Smoorenburg neemt volgende week afscheid van het Fries Sociaal Planbureau, maar blijft nog wel schrijven voor het Friesch Dagblad stelt ze gerust. Foto: Marchje Andringa

Misschien komt het omdat ze als kind zelf kwetsbaar was dat ze een zwak heeft voor kinderen die buiten de boot vallen. Bianca Bijlsma uit Drachten weet precies hoe het voelt als je niet overal aan mee kunt doen, er buiten staat. Als kind had ze al astma. In de jaren vijftig waren de behandelingen niet zoals nu. De belangrijkste therapie bestond uit bedrust. En naast haar bed stond een stoomapparaat dat voor meer lucht moest zorgen.

Boven in haar slaapkamer miste ze een groot deel van het gezinsleven. Buitenspelen in de sneeuw met haar broers en zussen was er voor haar niet bij. Vaak moest ze thuisblijven van school. En nee, begrip kreeg ze niet altijd. De longproblemen werden na haar zevende minder erg, maar bleven aanwezig. Op de middelbare school werd er wel eens over haar geroddeld als ze weer een keer een dag thuisbleef na een nacht benauwdheid. Ze zou wel spijbelen vanwege die overhoring, zo ging het verhaal. Heel onrechtvaardig vond ze dat.

Na haar zeventiende wilde ze niets liever dan orthopedagogiek studeren, maar studiefinanciering was anders geregeld dan nu. Als minderjarige student (in die tijd was je pas meerderjarig op je 21e) moest je toestemming van je ouders hebben om een lening aan te gaan en die waren minder enthousiast over het studieplan.

Daarom koos ze voor een praktijkroute via de jeugdhulpverlening. Maar de problematiek daar was zo heftig dat ze na zes weken besloot dat ze dit niet ging volhouden. Daarna werkte ze een aantal jaren bij een bank en een luidsprekerfabrikant om als jonge moeder vrij snel te beslissen dat ze, als de kinderen wat ouder waren, toch écht zou gaan studeren.

Dankzij een vriendin die dezelfde studie volgde en later dankzij de nieuwe werktijden van haar man lukte het om de universiteit in deeltijd af te ronden. Kinderopvang was er tijdens haar eerste studiejaren nog niet en met kleine kinderen was een heel geregel om colleges te kunnen bijwonen. Toen ze in 1990 bij de voorloper van het Fries Sociaal Planbureau werd gevraagd om de Friese gemeenten te ondersteunen bij het opzetten van kinderopvang om daarmee het buitenshuis werken voor vrouwen te stimuleren, was ze heel gemotiveerd om dit goed op poten te zetten.

Buurtkinderen

Ook voor de kinderen zelf is opvang zo belangrijk, betoogt ze. ,,Vooral nu de gezinnen kleiner zijn en ouders veel buitenshuis werken en ze minder kans hebben om met buurtkinderen te spelen. Ze doen er zo veel nieuwe ervaringen op.”

Met een klein team collega’s adviseerde Bijlsma ambtenaren over de nemen organisatorische stappen en over de de financiering, over de inhoud ging ze in gesprek met de leidsters. Wat voor activiteiten kunnen ze aanbieden? Maar vooral: hoe speel je in op de behoeften van het kind? Juist voor de kwetsbare kinderen is dit belangrijk. Met name in de kinderopvang komt het nog voor dat kinderen met gedragsproblemen, autisme of andere problemen (al spreekt Bijlsma liever van kwetsbaarheid) door elkaar zitten.

In de kinderopvang wordt onterecht nog te veel vertrouwd op het onderbuikgevoel

,,We weten tegenwoordig beter waar problemen van kinderen vandaan kunnen komen, maar er wordt tegenwoordig ook wel vaker gedacht in etiketjes en problemen dan in vroegere jaren.” Veel kennis kan handig zijn, maar ook lastig. Dankzij een etiketje is het mogelijk handvatten aan te bieden. Maar als dat jongetje of meisje door het labelen dingen uit de weg gaat, en er naar gaat leven, is het juist meer een last, aldus Bijlsma. ,,Stel je voor je hebt moeite met rekenen en het daarom bij voorbaat opgeeft bij statistiek. Dan leg je jezelf drempels op die niet terecht zijn. In het onderwijs wordt het rekenen met vingers niet toegejuicht, maar het kan zijn dat het een kind juist helpt om grip te krijgen op de stof.”

In 2013 promoveerde ze nog op haar stokpaardje. Ze wilde een methode die pedagogen in staat stelt kinderen te observeren zonder er meteen een label op te plakken. Het lukte haar er één te introduceren, maar tot haar frustratie lukte het niet om een uitgever te vinden die de methode op de markt wilde brengen. Jammer, want de huidige afvinklijstjes doen kinderen geen recht.

Onderbuikgevoel

Ook ziet ze nog te vaak dat leidsters vertrouwen op hun onderbuikgevoel. ,,Maar als je in een wijk werkt met veel taalachterstanden en je ziet dat een kind het beter doet, wil het niet zeggen dat het geen taalachterstand heeft. Aan de andere kant: zit je in een buurt met veel hoogopgeleide ouders en je merkt dat een kind niet goed meekomt, wil het niet zeggen dat diegene achterloopt. De andere kinderen lopen misschien voor.”

Volgsystemen zijn beter volgens haar. Op basis daarvan kun je veel beter zeggen waar een kind goed in is en wat het nog moet leren. Op basis van die uitkomsten kun je dan ook de activiteiten aanpassen. ,,Een kind dat liedjes zingen erg leuk vindt maar motorisch niet erg sterk is, kun je met dansjes helpen ook dat te verbeteren”, geeft ze als voorbeeld. Ook biedt het ouders de kans input te geven. Want dat een kind op de opvang niet veel zegt, betekent niet dat het thuis niet spraakzaam kan zijn.

Ook oog voor omgeving

De laatste maanden voor haar min of meer gedwongen pensioen (66 jaar betekent automatisch einde dienstverband in haar cao) een eindspurt om op te komen voor het kwetsbare kind. Ze schreef een essay erover en vraagt de samenleving daarin om niet alleen oog te hebben voor het kind, maar ook voor de omgeving. In haar directe omgeving maakt ze mee hoe zwaar een handicap drukt op het leven van ouders. En begrip krijgen ze daar niet altijd voor.

Op 4 april wijdt het Fries Sociaal Planbureau een conferentie aan het onderwerp. Bijlsma zal de conferentie inleiden. Wat er daarna op haar pad komt, weet ze nog niet. Eerst maar eens vakantie, misschien volgt er en boek, of kan ze professionals in de kinderopvang coachen. Maar de lezers van het Friesch Dagblad kan ze geruststellen. Voorlopig is ze nog lang niet klaar met haar columns. ,,Ik ben ook oma en dat geeft mij nog altijd genoeg inspiratie. Het is hartstikke leuk om te doen.”

Nieuws

menu