Internationaal akkoord om bossen te beschermen blijkt dode letter, alleen India is op de goede weg

In 2014 ondertekenden 200 regeringen, bedrijven en ngo’s de New York Declaration on Forests. Daarmee beloofden ze tropische ontbossing tegen 2020 te halveren en tegen 2030 te beëindigen. Zeven jaar later is van die belofte nog weinig terecht gekomen.

Bosrijke omgeving in de Indiase provincie Jammu en Kasjmir.

Bosrijke omgeving in de Indiase provincie Jammu en Kasjmir. Foto: AFP

Alleen India is op de juiste weg. Van de 32 landen met de grootste bosoppervlakte ter wereld heeft alleen dit land echt ambitieuze doelen voor bosherstel. De andere landen schieten te kort, laat een analyse van hun laatste klimaatbeloften zien. Ook internationale financiering voor bosbescherming blijft achter.

In 2014 ondertekenden meer dan tweehonderd regeringen, bedrijven, ngo’s en inheemse organisaties de New York Declaration on Forests. Ze beloofden de tropische ontbossing tegen 2020 te halveren en tegen 2030 te beëindigen. Maar zeven later blijft het internationale verdrag grotendeels een dode letter. Uit een voortgangsrapport blijkt dat een meerderheid van de boslanden de doelen niet heeft opgenomen in hun laatste klimaatbeloften aan de VN.

Het rapport analyseerde de klimaatplannen van de 32 landen met het grootste potentieel om de CO2-uitstoot te verminderen via drie activiteiten: ontbossing tegengaan, bosbeheer verbeteren en nieuwe bossen herstellen of aanplanten. Van de 32 hebben er twaalf het verdrag ondertekend. Slechts tien landen, waaronder Indonesië en de Democratische Republiek Congo, hebben expliciete doelen gesteld voor bosbescherming.

Te voorzichtig

„We ontdekten dat die landen ongeveer de helft van het potentieel [om CO2-uitstoot te verminderen, red.] dekken met hun ambitie. En als we India weglaten – dat een zeer ambitieuze doelstelling heeft voor de aanplant van bossen – is het maar 16 procent”, zegt Franziska Haupt, hoofdauteur van het rapport en partner bij denktank Climate Focus. India heeft de meest ambitieuze belofte gesteld: het wil zijn bosareaal tegen 2030 met 95 miljoen hectare vergroten.

Er zijn wel succesvolle beleidsmaatregelen geweest, zoals moratoria op houtexport en palmolieplantages in Indonesië en Laos, maar er zijn veel ingrijpender en ambitieuzere hervormingen nodig om verder bosverlies te voorkomen, aldus het rapport.

„Het is duidelijk dat deze positieve stappen de krachtige drijfveren van niet-duurzaam landgebruik niet hebben kunnen beteugelen”, zegt Haupt. En daarbij, voegt ze toe, heeft de regering in verschillende landen, zoals Brazilië en Peru, de afgelopen jaren de milieunormen en -monitoring teruggedraaid, wat heeft geleid tot een toename van ontbossing.

Toename in bosverlies

Verandering in landgebruik, inclusief ontbossing en bosdegradatie, is verantwoordelijk voor ongeveer 10 tot 12 procent van de wereldwijde uitstoot, volgens het Klimaatpanel van de VN. In 2020 ging ongeveer 12,2 miljoen hectare tropisch bos verloren, een stijging van 12 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, volgens gegevens van de University of Maryland en Global Forest Watch.

„Bossen worden niet erkend om hun potentieel. Ze bieden een essentiële klimaatoplossing, we kunnen echt niet zonder. Maar dat wordt nog altijd niet erkend in de beleidsbeslissingen”, aldus Haupt.

Volgens het rapport hebben bossen tussen 2001 en 2020 tot 7,35 gigaton CO2 per jaar uit de atmosfeer gehaald. Bossen die worden beheerd door inheemse gemeenschappen in Peru, Brazilië, Mexico en Colombia zijn plekken waar meer koolstof uit de atmosfeer wordt opgenomen dan er wordt uitgestoten. Deze gebieden kunnen een sleutelrol spelen bij het halen van de klimaatdoelen van deze landen, legt de onderzoeker uit.

Te weinig financiering

Een groot obstakel voor het opvoeren van de wereldwijde bosbescherming is het gebrek aan financiering, zegt Haupt. Sinds 2010 hebben landen gemiddeld 2,4 miljard dollar (twee miljard euro) per jaar uitgegeven aan nationale en internationale bos- en klimaatdoelen. Dat is maar tussen de 0,5 en 5 procent van wat nodig is om bossen te beschermen en te herstellen. Het bedrag daarvoor ligt naar schatting rond de 460 miljard dollar (bijna 400 miljard euro) per jaar. Ongeveer een kwart van de 32 geanalyseerde landen zegt dat hun bosdoelstellingen alleen kunnen worden gehaald als ze toegang hebben tot internationale financiering.

„Bossen bieden het op twee na hoogste potentieel om CO2-uitstoot te verminderen, na de industrie en de energiesector, maar ze ontvangen slechts een fractie van de klimaatfinanciering”, stelt Haupt. „In 2017 en 2018 ontving de landgebruiksector – inclusief bossen en landbouw – jaarlijks slechts 21 miljard dollar aan publieke en private klimaatfinanciering. De energiesector kreeg zestien keer zoveel.”

Kortetermijnbeslissingen

„Als het gaat om het beschermen van bossen, is er een grote kloof tussen waar regeringen zijn en waar ze moeten zijn”, zegt ook zegt Allison Hoare, expert Bosbeheer bij de denktank Chatham House. „We gaan klimaatverandering niet aanpakken als we niet zorgen voor bossen en de mensen die daarvan afhankelijk zijn.”

Gemeenschappen die van bossen afhankelijk zijn, zouden betrokken moeten worden bij overlegprocessen, zegt ze. „We hebben de oplossingen om ontbossing aan te pakken, maar die worden nog niet op grote schaal geïmplementeerd. Beslissingen over landgebruik worden vaak genomen door een elite die prioriteit geeft aan economische belangen op de korte termijn.”