Vlak de aanstaande informateur Johan Remkes niet uit. Zeker voor Haagse begrippen is hij een onafhankelijke geest | Column Sytze Faber

De wanvertoning van de kabinetsformatie valt niet uit de lucht. Ze past bij de armzaligheid van de kabinetten-Rutte, die voor anker gingen bij marktwerking en gemakzucht.

Sytze Faber  columnist

Sytze Faber columnist Foto: Foto: FD

Die armzaligheid had gevolgen: meer ongelijkheid in de samenleving, uitzichtloosheid voor mensen die in het digitale tijdperk de benen niet onder het lijf kunnen krijgen, een ongekende overheidstechnocratie, het vooruitschuiven van problemen.

Ook hadden Ruttes kabinetten geen moreel kompas. Kenmerkend is de minister- president voor wie, zoals auteur Tommy Wieringa treffend schreef, het spreken van waarheid geen beginsel is, maar slechts een optie. De laatste aflevering van dit nihilisme was de weerzin bij het kabinet om Afghanen, waar we verplichtingen aan hebben, tijdig een uitweg te bieden voor de wraak van de taliban. Ga heen en wordt maar warm.

Het afglijden richting radicaal rechts gedachtegoed hangt samen met de principiële verneveling in het CDA. Een halve eeuw geleden typeerde eerste CDA-leider Dries van Agt de hegemonie van het CDA als middenpartij met de paukenslag: ,,Wij buigen niet naar links, wij buigen niet naar rechts!”. Van die soevereine houding is niets meer over. De 49 Kamerzetels zijn gereduceerd tot 15 en daar moet die van Pieter Omtzigt nog van worden afgetrokken. In de laatste peilingen staat het CDA op ongeveer tien.

Bijvangst

De teloorgang is sinds 2010 vooral te wijten aan zwak leiderschap en inhoudloosheid. Toen sloot het CDA een gedoogcoalitie met de Partij Voor de Vrijheid (PVV), die de vloer aanveegt met het grondbeginsel van onze democratische rechtsstaat dat de overheid alle Nederlanders gelijkwaardig dient te behandelen. Van die zondeval is het twaalf jaar later nog niet bekomen.

Voor een (christelijk geïnspireerde) middenpartij moet het een must zijn dat ethische noties als rechtvaardigheid en medemenselijkheid in het beleid zichtbaar zijn. Omtzigt was de enige blikvanger.

Lijsttrekker Wopke Hoekstra had in de verkiezingscampagne geen onderscheidend verhaal. Hij klampte zich vast aan de VVD als favoriete coalitiegenoot. Sterker: hij overtroefde Mark Rutte soms zelfs in ultraliberale rechtsigheid (aanranding werkeloosheidsuitkering).

Hoekstra was ook nog krasser dan Rutte in het bij voorbaat vetoën van het linkse ‘duo’ PvdA/Groenlinks als mogelijke coalitiegenoot. Het is voor hem geen punt als VVD en CDA met hun 49 zetels fungeren als een Siamese tweeling, maar het klitten van PvdA en GroenLinks met 17 zetels is een onacceptabele linkse donderwolk. Daarmee wordt het CDA in feite als middenpartij ten grave gedragen. Of zorgt het tussentijdse CDA-partijcongres van volgende week zaterdag nog voor een kentering?

Bovendien mag de aanstaande informateur Johan Remkes niet uitgevlakt worden, een staatsman achter de schermen. Zeker voor Haagse begrippen is hij een onafhankelijke geest. Van nature heeft hij het mier aan halfslachtigheid.

Politieke waarde

Remkes moet de mogelijkheden van een minderheidskabinet onderzoeken. Daarbij zijn een aantal varianten denkbaar. Het is beslist niet uitgesloten dat hij al snel uitkomt bij een minderheidscoalitie van VVD en D66. Daarbij blijven Rutte en Kaag beiden in hun politieke waarde. Het is een klip en klaar minderheidskabinet met maar 58 ‘zekere’ Kamerzetels. En het heeft een progressief liberale signatuur, net als het voortvarende en daadkrachtige extra-parlementaire kabinet Cort van der Linden (1913-1918), waar Rutte zich graag mee afficheert. Hij is na Pieter Cort de eerste liberale premier.

Bijvangst van deze constructie: het CDA krijgt als oppositiepartij volop ruimte voor een zoektocht naar zijn kwijtgeraakte ziel. Voor de christendemocraten lijkt het raadzaam er maar niet te zeer tegen te hoop te lopen.

Reageren?fabersyma@gmail.com