Kunnen we met nieuwe hersenbeelden gedrag verklaren?

Recente nieuwsberichten meldden onlangs dat Nederlandse onderzoekers met nieuwe hersenbeelden gedrag kunnen verklaren. Betekent dat dat zij hiermee uitspraken doen over oorzaak en gevolg? En over de (on)veranderbaarheid van deze hersenbeelden?

Onderzoekers kunnen nu zichtbaar maken hoe verschillen tussen hersenen van gezonde jongeren samen gaan met verschillen in persoonskenmerken, zoals intelligentie en geheugenfuncties.

Onderzoekers kunnen nu zichtbaar maken hoe verschillen tussen hersenen van gezonde jongeren samen gaan met verschillen in persoonskenmerken, zoals intelligentie en geheugenfuncties.

Eind juli las ik in een nieuwsbericht dat het onderzoekers van de Radboud Universiteit lukte om aan de hand van onderlinge verschillen van het brein, gedrag te verklaren. Met behulp van een nieuwe MRI-techniek kunnen zij nu zichtbaar maken hoe verschillen tussen hersenen van gezonde jongeren (dikte van de grijzestof- en de wittestofverbindingen) samen gaan met verschillen in persoonskenmerken, zoals intelligentie en geheugenfuncties. Ik zal proberen uit te leggen waarom ik moeite heb met de manier waarop dit soort onderzoeksresultaten in nieuwsberichten wordt verspreid.

Onderzoek

Allereerst kan het woord ‘verklaren’ in dit nieuwsbericht ons als lezer op het verkeerde been zetten. Ruim tweehonderd jaar geleden stelden Franz Joseph Gall en zijn teamgenoten al dat anatomische kenmerken van de hersenen verschillen tussen menselijk gedrag verklaren. Zij beweerden aan de buitenkant van de schedel te kunnen zien in welk hersengebied bepaalde eigenschappen van iemands gedrag zich bevinden. De huidige onderzoekers kunnen in hersengebieden zélf laten zien waar zij verschillende persoonskenmerken van jonge mensen terugvinden. Verklaringen kwam ik in het Engelstalige onderzoeksverslag niet tegen. Een verklaring biedt naast een beschrijving van persoonskenmerken, gedrag en structuur van de hersenen ook inzicht in oorzaak en gevolg. Bijvoorbeeld hoe dat intelligente gedrag of die hersenstructuur tot stand kwam en te beïnvloeden is, zodat je bij problemen aan een positieve verandering kunt werken.

De meeste hedendaagse deskundigen zijn het er bovendien over eens dat hersenen en omgeving elkaar op een ingewikkelde manier beïnvloeden en veranderen. Hersenen blijken naast kwetsbaar ook ‘plastisch’ te zijn; zij passen zich flexibel aan. Dat is zichtbaar wanneer hersenen zich bijvoorbeeld herstellen van een beschadiging. De hersenen van de onderzochte jongeren kunnen er over tien jaar dus anders uitzien. De onderzoekers lichtten desgevraagd toe inderdaad niet bezig te zijn geweest met oorzaak en gevolg.

Rust en houvast

Dit brengt mij bij een tweede - voor mij belangrijkere - bedenking bij de formulering in dit nieuwsbericht. Weten waardoor of waarom iets gebeurt geeft rust en kan houvast bieden voor hoe je ergens mee kunt leren omgaan. Ik ben er zeker van dat veel ouders van kinderen met onbegrepen gedrag, maar ook professionals, graag zo’n MRI zouden laten maken, als die hun meer inzicht zou geven in waarom dit kind bijvoorbeeld nog niet praat, zo moeilijk leert, of zich onvoorspelbaar en agressief gedraagt. Dat zou toch ideaal zijn? Een ‘fotootje’ maken en hupsakee, je kunt aan de hersenen zien dat een jeugdige bijvoorbeeld ADHD heeft, eenzaam of ontevreden is. Dit soort nieuwsberichten kunnen ten onrechte de indruk wekken dat de jeugdige zelf de oorzaak is van het probleem. Of dat de jeugdige door zijn ADHD niets aan zijn gedrag kan veranderen. Of nog extremer: dat het door kenmerken van de hersenen toch niet zinvol is om te proberen bepaalde vaardigheden aan te leren.

Leerbaarheid

We negeren dan de invloed die de omgeving op onze hersenen heeft en in de vorm van goed onderwijs en zorg op onze (hersen)ontwikkeling kan hebben. Kinderen met een verstandelijke beperking of ADHD zijn gelukkig leerbaar gebleken. De relatie tussen onze hersenen en ons functioneren krijgt tegenwoordig veel aandacht. Om te hoge verwachtingen en onterechte conclusies te voorkomen zou ik dan ook heel graag lezen wat dit onderzoek kan betekenen voor de dagelijkse praktijk, nu of in de toekomst.

Onderzoeker Peter Mulders voegt toe dat dit soort onderzoek voorlopig de praktijk van opvoed- en opgroeiproblemen weinig te bieden heeft. De onderzoeksresultaten zijn niet geschikt voor hulp in individuele situaties. Het is nog niet mogelijk om met behulp van hersenscans complexe zaken als gedragsproblemen terug te vinden in de hersenen. Dit soort onderzoek zou wél kunnen helpen om in de toekomst veranderingen in hersenen en gedrag beter zichtbaar te maken. Professionals zullen dus nodig blijven om bij opgroei- en opvoedingsproblemen eerst samen met ouders en kinderen te verkennen wat er goed gaat, welke levensproblemen aandacht vragen en hoe die problemen konden ontstaan en voortbestaan. Ook voor het inschatten van welke verandermogelijkheden er zijn. Soms kunnen bepaalde hersenbeelden daarbij helpen.

Ook zo’n nieuw hersenfotootje mevrouw? Nee, dank u wel. Dit soort nieuwsbeelden helpt mij niet verder bij het verminderen van opvoedproblemen. Hoe interessant ik ze ook vind. Dit is vooral goed nieuws voor hersenonderzoekers.

bbijlsmasmoorenburg @gmail.com