Minachting van parlement ondermijnt democratie | Opinie

In een democratie is het volk of zijn vertegenwoordiging, het parlement, de hoogste macht. Als die macht van binnenuit of van buitenaf wordt uitgehold, is de democratie in gevaar. Hoe is in dit opzicht de verhouding tussen ons kabinet en het parlement?

Demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën) luistert naar Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, tijdens de aanbieding van de jaarverslagen van de ministeries over 2020. De rekenkamer oordeelde er hard over.

Demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën) luistert naar Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, tijdens de aanbieding van de jaarverslagen van de ministeries over 2020. De rekenkamer oordeelde er hard over. Foto: ANP

Democratie is een nog relatief jong bestuursmodel voor een samenleving. Vaak wordt het begin gesitueerd in het oude Athene waar op de agora het volk vergaderde om de stad te besturen. Maar in werkelijkheid was dit geen democratie, omdat het volk beperkt bleef tot de aristocraten. Een kleine groep filosofen die waren vrijgesteld van loonarbeid en zich geheel konden wijden aan het bestuur van de stad en aan geestelijke arbeid. De grote Griekse wijsgeer Plato zet in zijn classificatie van de beste bestuursvorm voor een samenleving de democratie pas op de vierde plaats. De aristocratie stond uiteraard met stip bovenaan.

De democratie kwam eigenlijk pas tot wasdom met de introductie van de republiek als staatsvorm. Als model hiervoor dienen de Verenigde Staten van Amerika, die ontstonden nadat ze het koloniale Engelse juk hadden afgeschud door middel van een revolutie (1765-1783) inclusief een onafhankelijkheidsoorlog ( 1775-1783).

Stamp Act

De kiem voor deze opstand werd gelegd tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763), waarin de Engelsen onder andere in Amerika vochten tegen de Fransen en de Indianen. Dat leverde de Engelsen een verdubbeling van hun staatsschuld op en die wilden ze graag verhalen op de Engelse kolonisten in Amerika. Daartoe vaardigde Engeland in 1765 de Stamp Act uit. Deze wet schreef voor dat onder meer alle kranten en juridische documenten moesten worden gedrukt op papier dat in Londen was voorzien van een zegel of stempel waarvoor moest worden betaald in Engelse ponden. De kolonisten werd niets gevraagd en voor de handhaving van de wet werd de juryrechtspraak buitenspel gezet. Het verzet in Amerika was groot en leidde uiteindelijk tot afschaffing van de wet in 1766. Maar het zaad van opstand was gezaaid en leidde uiteindelijk tot onafhankelijkheid voor de Engelse koloniën in Amerika in 1783.

De kern van het bezwaar van de Amerikaanse kolonisten tegen de Stamp Act lag in het feit dat hun een belasting werd opgelegd waarvoor zij geen toestemming hadden verleend. Het was een beslissing van het Engelse parlement in Londen waarin de Amerikanen niet waren vertegenwoordigd. De slogan van hun protest was dan ook: no taxation without representation , geen belasting als je er niets over te vertellen hebt. Hier ligt voor de democratie een kern van haar bestaan. Dat is het budgetrecht van het parlement. Een kabinet mag nog geen stuiver aan belasting heffen en nog geen cent uitgeven zonder dat de volksvertegenwoordiging daartoe heeft besloten bij wet.

Machtsverdeling

Het budgetrecht is een hoeksteen in onze grondwet sinds 1848. Het is een grondrecht en ik zou bijna zeggen een heilig recht. Een democratie is een kostbaar bezit, maar daarmee nog geen veilig bezit. Centraal is altijd een juiste machtsverdeling. Model daarvoor staat de machtsverdeling zoals voorgesteld door Montesquieu. Hij onderscheidde drie machten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. De bedoeling was dat deze drie machten volstrekt onafhankelijk van elkaar zouden opereren. Dus het parlement, de wetgevende macht, bemoeit zich niet met rechterlijke uitspraken en het kabinet, de uitvoerende macht, danst naar de pijpen van het parlement, de wetgever.

Als het om die scheiding der machten gaat zit de laatste tijd veel en toenemende ruis op de lijn. En dat betreft niet alleen Wilders, die de rechterlijke macht probeert onderuit te schoffelen, maar ook het zittende kabinet, dat moest aftreden omdat het het recht op informatie van de Kamer in de toeslagenaffaire jarenlang met voeten trad. Minister-president Rutte wist zijn politieke leven slechts te rekken door een beroep te doen op acuut geheugenverlies in combinatie met het trotseren van een aangenomen motie van afkeuring.

Hard oordeel

Rutte beloofde beterschap. Daarom was ik nieuwsgierig naar het optreden van het kabinet in het Verantwoordingsdebat op 9 juni jongstleden. Daar was aan de orde de rekening van het rijk over 2020 met daarbij het rapport van de Algemene Rekenkamer, waarin zij een oordeel geeft over die rekening. De rekenkamer bekijkt of het budgetrecht van het parlement wel voldoende is gerespecteerd; of de inkomsten en uitgaven van het rijk wel rechtmatig zijn geschied. Het oordeel van de rekenkamer was hard: er waren te veel onrechtmatige uitgaven gedaan, boven de tolerantiegrens die wordt gehanteerd en het waren er ook weer meer dan vorig jaar. Het budgetrecht staat onder druk; het wordt geschonden. Nu zou je denken dat het kabinet na het debacle van de toeslagenaffaire en de verkiezingswinst voor een nieuw leiderschap door het stof zou gaan en zou beloven dat het nooit weer zou gebeuren. Wie daarop had gehoopt komt echter geheel bedrogen uit.

Staatsbelang

De rekenkamer stelde vast dat van de in 2020 aangegane verplichtingen door de minister van Volksgezondheid 6,1 miljard euro onrechtmatig was geweest. Voor vier miljard was dat het gevolg van het niet informeren van de Eerste Kamer dat verplichtingen zouden worden aangegaan zonder dat er een wet aan te pas kwam. In noodgevallen, als het staatsbelang dat vraagt, mag het kabinet verplichtingen aangaan zonder wettelijke grondslag op voorwaarde dat vooraf het parlement daarvan op de hoogte wordt gesteld. Zodoende kan het parlement wanneer nodig het kabinet afhouden van het aangaan van de verplichtingen.

Door de Eerste Kamer niet te informeren werd het parlement dus de mogelijkheid ontnomen van het budgetrecht gebruik te maken. Dat is nogal wat. Maar de premier wimpelde dit bezwaar weg door te stellen dat de verplichtingen helemaal niet ter discussie stonden en dat het verder slechts ging om het plakken van een postzegel op een brief aan de Eerste Kamer. Met andere woorden: als er geen discussie ontstaat en de Eerste Kamer van niks weet, dan is schending van het budgetrecht geoorloofd.

Bij de uitgaven door de minister van Volksgezondheid was 2,1 miljard euro onrechtmatig. Ook hier was het vergeten van een postzegel voor een brief aan het parlement goed voor een miljard en ruim 500 miljoen omdat een bankgarantie ontbrak. Waar hebben we het over, vroeg de premier zich af. Dus resteerde 600 miljoen aan problematiek.

Met voeten getreden

De rest van het rapport van de rekenkamer was kennelijk flauwekul. De schending van het budgetrecht op het ministerie van Volksgezondheid met 8,2 miljard had de premier, zoals hij zelf zei, „teruggekookt” tot 600 miljoen. Op deze manier wordt een heilig recht met voeten getreden, wordt het budgetrecht gebagatelliseerd en het parlement met minachting behandeld. Nieuw leiderschap? Het is oude wijn in oude zakken.

Daarna kwam de minister van Financiën aan het woord. Hem werd gevraagd of hij niet wat beter had kunnen opletten dat het op de vakdepartementen en dan met name bij Volksgezondheid zo uit de hand liep. Om het vriendelijk te zeggen was de ambitie van de minister op dit punt niet hoog. Iedere minister was zelf verantwoordelijk voor de eigen begroting.

Toezicht

Nu beschikt de minister van Financiën over een Inspectie Rijksfinanciën. In Den Haag wordt dit gezien als een elitekorps. De inspecteurs vormen de oren en de ogen van de minister van Financiën op de vakdepartementen en daardoor houdt deze toezicht op het begrotingsgedrag van zijn collega-ministers. Maar in het debat nam de minister afstand van het woord toezicht. Toch vermeldde de rekenkamer dat de minister van Volksgezondheid er niet in slaagde de rekening over 2020 op tijd op te stellen. Op de valreep had de minister van Financiën samen met de accountantsdienst van het rijk ervoor gezorgd dat die rekening er toch kwam wat gepaard ging met zeer omvangrijke correctieboekingen.

Een premier die het budgetrecht terugkookt en een minister van Financiën die pas in actie komt als het uit de hand loopt. Een democratie verdient beter.