Het betuigen én uitspreken van dank is belangrijk, en ons ego komt op de tweede plaats | Column Bert de Bruin

Het jodendom is rijk aan zegeningen en vormen van dankbetuiging. Het vorige columnjaar sloot ik in juni af met Shehechijánoe, een zegening voor bijzondere - dat wil zeggen bijzonder blije en mooie - momenten. Het nieuwe columnjaar (samenvallend met het nieuwe schooljaar, dat zoals altijd op 1 september begint in Israël) wil ik beginnen met iets wat een pure dankbetuiging is: Modèh anie, ‘Ik dank’.

Bert de Bruin

Bert de Bruin Foto: FD

De volledige zin luidt, in vertaling: ‘Ik dank u, levende en eeuwige Koning, dat u met barmhartigheid mijn ziel in mij heeft teruggebracht, uw trouw is immens.’ Dit is de zin die elke gelovige Joodse man of vrouw (alleen dan met Modáh in plaats van Modèh , het Hebreeuws kent vrouwelijke en mannelijke vormen van werkwoorden, zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, en voornaamwoorden) zegt wanneer ze ’s morgens wakker worden. Volgens de Joodse traditie (onder meer gebaseerd op Klaagliederen 3:22-23) schept God de mens elke morgen opnieuw. We krijgen dus bij het ontwaken onze ziel als het ware terug.

Nieuws

Meest gelezen