De levensverwachting van Chinezen is gestegen.

Moeder- en kindsterfte drastisch gedaald in China, maar aan de geestelijke gezondheidszorg valt nog veel te verbeteren

De levensverwachting van Chinezen is gestegen. Foto: AFP

Chinese kinderen zijn steeds gezonder. Cijfers over moeder- en kindersterfte uit het land zijn de afgelopen zeventig jaar enorm gedaald, blijkt uit een rapport in het Britse wetenschappelijk tijdschrift The Lancet. Daar heeft de eenkindpolitiek, die inmiddels is versoepeld, gedeeltelijk mee te maken.

Ruim een halve eeuw geleden was het pover gesteld met de gezondheid van moeders en hun pasgeboren kinderen in China. Uit onderzoek van The Lancet - dat cijfers van de Chinese gezondheidsinstituten en de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek uit Australië, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk met elkaar vergeleek - blijkt hoe het vandaag met hun overlevingskansen gesteld is.

In 1949 was er nog sprake van een mortaliteit van 20 procent bij zuigelingen: per 1000 geboortes haalden 200 kinderen het niet. Per 100.000 geboortes lieten 1500 moeders het leven.

,,Maar intussen zijn Chinese kinderen even kerngezond als jonge Australiërs”, zegt professor George Patton, specialist op het vlak van gezondheid van adolescenten aan Murdoch Children’s Research Instituut, die als hoofdonderzoeker betrokken was bij het rapport in The Lancet. ,,Dat is een opmerkelijk resultaat.”

Enorme vooruitgang

In 2019 haalde gemiddeld 5,6 kinderen per 1000 geboortes het niet, wat neerkomt op een mortaliteitscijfer van een halve procent. Op het vlak van moedersterfte daalde de mortaliteit tot 17,8 sterfgevallen per 100.000 geboortes.

De redenen zijn divers, blijkt uit het rapport. China heeft de afgelopen zeven decennia een enorme vooruitgang geboekt op het vlak van sociaaleconomische ontwikkeling, verklaart Patton. ,,De armoede is significant gedaald, de publieke gezondheidszorg, vaccinatiegraad en sociale zekerheid zijn verbeterd en er is sterk ingezet op begeleiding van zwangere vrouwen.”

De eenkindpolitiek, die in 1979 werd ingevoerd in China en pas sinds 2015 is versoepeld, is ook een reden waarom het met de Chinese kinderen beter gesteld is. ,,Het Chinese beleid op vlak van kinderen, inclusief de eenkindpolitiek, heeft een enorme impact gehad op de vergrijzing”, zegt Patton. ,,De focus op de gezondheid van kinderen en jongeren toont aan dat China het nodig vindt om in de volgende generatie te investeren.” Volgens Patton zullen we datzelfde patroon zien terugkeren in andere landen waar de gemiddelde bevolking steeds ouder wordt.

Depressies worden genegeerd

Niet elk aspect van het Chinese model kan op evenveel lovende woorden rekenen. Uit het rapport blijkt dat China het op het vlak van mentale gezondheid bij kinderen, jongeren en hun moeders niet goed doet. Postnatale depressies worden grotendeels genegeerd, zwangere vrouwen hebben moeite met hulp te zoeken en psychotherapie of psychiatrie voor jongeren is amper beschikbaar, voornamelijk in landelijke gebieden.

,,Dat is problematisch, want het is vooral op het platteland dat mentale problemen schering en inslag zijn”, zegt Patton. ,,Dat komt omdat kinderen vaak achtergelaten worden bij hun grootouders terwijl hun ouders in de grootsteden werk zoeken.”

Daarnaast zien de onderzoekers van The Lancet ook risico’s op het vlak van stijgende onvruchtbaarheid. Vrouwen in China krijgen steeds op latere leeftijd kinderen. Ook krijgen ze al te vaak te maken met seksueel geweld, blijkt uit het rapport.

,,Het komende decennium is cruciaal voor de Chinese demografie”, concludeert Patton. ,,Als het zijn doelen op het vlak van universeel beschikbare gezondheidszorg wil behalen, zal het meer moeten inzetten op gezondheidszorg voor minderheidsgroepen in afgelegen gebieden.”