Nederland verzoent zich met de EU en gaat meer Europees kleur bekennen

Het vermoeden wordt sterker dat Nederland bezig is zich te verzoenen met de status van kleinere, maar liefst wel luidruchtige EU-deelstaat.

De nieuwsgierigheid wordt versterkt naar de teksten die Rutte en Kaag wellicht eind deze week verspreiden over de Europese politiek onder een nieuwe coalitie.

De nieuwsgierigheid wordt versterkt naar de teksten die Rutte en Kaag wellicht eind deze week verspreiden over de Europese politiek onder een nieuwe coalitie. Foto: ANP

Roelien Kamminga (43) woont in Groningen en is vandaag 133 dagen lid van de Tweede Kamer voor de VVD. Ze studeerde internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit in deze stad en viel op als nieuwe woordvoerster Europese zaken op tijdens een debat op 17 juni over de jaarlijkse ‘Staat van de Unie’. Ze hanteert een duidelijk andere toonzetting dan we gewend waren vanuit de grootste regeringsfractie. Een citaat: ,,Als we de afgelopen periode één ding hebben gezien, dan is het wel het belang van effectief en snel kunnen opereren, zeker in tijden van crisis. Maar ook voor onze veiligheid, het klimaat, migratie, welvaart en gezondheid is de EU voor Nederland van groot belang.”

Daarmee werd één van de belangrijkste verschillen tussen VVD en D66 wezenlijk kleiner. De twee liberale partijen van ons land zijn na groot succes bij de verkiezingen van 17 maart geroepen ons land op koers te zetten voor de komende jaren. Daarbij zal een hoofdrol zijn weggelegd voor het Europese beleid. Want, nou ja, Nederland is vanaf het begin lidstaat van wat nu de Europese Unie is. En ons land wordt steeds meer een deelstaat, net zoals alle andere lidstaten.

VVD en D66 zijn al heel lang tot verbazing van velen lid van dezelfde liberale fractie in het Europees Parlement. Daar zijn de verschillen tussen beide delegaties alle lange tijd steeds meer aan het verschrompelen. Nu deze fractie wordt gedomineerd door de Franse partijgenoten van president Emmanuel Macron en onder de naam ‘Renew’ door het leven gaan, is er in Europese zin steeds meer wat hen bindt.

In Den Haag was onlangs een wisseling van de wacht zichtbaar met een bijzondere politieke betekenis. Aanvankelijk hadden zowel de VVD’er Stef Blok als D66-partijleider Sigrid Kaag een post op het departement in handen hadden. Toen de nood aan de man kwam en Blok verhuisde naar Economische Zaken, nam een tweede minister uit D66-gelederen het stokje over. Thom de Bruijn kwam. De Bruijn kreeg niet de Europese portefeuille. Opmerkelijk. Iedereen in politiek Den Haag kent De Bruijn al tientallen jaren als erudiet kenner en diplomaat binnen de Nederlandse Europese politiek. Maar ook de portefeuilles ‘buitenlandse handel’ en ‘ontwikkelingssamenwerking’ zijn de afgelopen tien jaar vrijwel geheel Europees beleid geworden.

Per saldo zijn al deze wisselingen van de wacht toch een voorbode voor een ander Nederlands geluid in de komende jaren. Althans, dat valt te verwachten. Zelfs premier Rutte wil wel, lopend over het Binnenhof, hardop en in weinig diplomatieke taal de Hongaren de deur wijzen. Zo wordt het vermoeden sterker dat Nederland bezig is zich te verzoenen met de status van kleinere, maar liefst wel luidruchtige deelstaat van de Europese Unie.

Daarmee wordt ook de nieuwsgierigheid versterkt naar de teksten die Rutte en Kaag wellicht eind deze week verspreiden over de Europese politiek onder een nieuwe coalitie. Om te beginnen kun je vaststellen dat er nu geen rampen plaats vinden in politiek Den Haag, juist omdat ons land onder de bescherming leeft van het beleid dat in Europees Brussel wordt geformuleerd. Maar daarin zitten wel pakketjes aan Nederlandse beleidswensen verpakt. En over dat verlanglijstje zelf blijft een kabinet in Den Haag natuurlijk verantwoordelijkheid dragen.

Wat doen we met de aftrek van de hypotheekrente? Hoe houdbaar is de hoge graad van deeltijdwerk onder vrouwen in Nederland. Gaat ons land zich eindelijk echt neerleggen bij de vermindering van stikstof in de landbouw. Zo maar wat punten, waarover we iets zullen lezen in de proeve voor een ontwerp van een regeerakkoord. Want het zijn punten waarop Nederland voortdurend en indringend wordt aangesproken vanuit de Europese Unie. Er staat nu zelfs een prijs op deze beleidspunten: een pot van 5,6 miljard euro uit het Europese Herstelfonds. Nederland is naast het kwakkelende en na verkiezingen door corruptie bedreigde Bulgarije de enige lidstaat die nog geen beroep heeft gedaan op dit fonds.

Interne markt

Nog steeds is de eerste en belangrijkste reden voor Nederland om mee te doen in de Europese Unie de kracht van de Europese interne markt. Die kracht blijkt zo groot dat er steeds meer beleid naar het Europese niveau wordt getrokken. De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat dromen van Hugo de Jonge over een voortrekkersrol bij het produceren van vaccins veel te hoog gegrepen bleken. De Europese Commissie ‘doet’ het coronabeleid. Nederland vult het in voor de eigen burgers. Allemaal omdat de kracht van de Europese interne markt nu ook op het terrein van de volksgezondheid en dat van de belastingen duidelijk wordt.

Maar ook het Europese buitenlandse beleid, het asiel- en migratiebeleid en de defensie zullen in de proeve van Rutte en Kaag in dit licht aan bod moeten komen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag is bijkantoor geworden van de Europese buitenlandse dienst. Je zou daarom ook verwachten dat in het nieuwe regeerakkoord het nu nog beleden verzet tegen een Europees leger wordt stopgezet.