Op Antarctica zijn dit jaar weinig wetenschappers vanwege het virus.

Op Antarctica is het nog stiller dan anders

Op Antarctica zijn dit jaar weinig wetenschappers vanwege het virus. Foto: Shutterstock

Met een gemiddelde maximumtemperatuur van min 26 graden is het nu volop zomer in Antarctica. In deze periode is het er normaal gesproken - voor poolbegrippen - druk, maar dit jaar reizen er door de coronapandemie vele malen minder wetenschappers af dan anders. Dat terwijl er op het ijskoude continent belangrijk onderzoek wordt verricht.

Het continent kent geen permanente bewoners, maar tijdens de korte Antarctische zomers zijn er - in normale tijden - tot vijfduizend mensen aanwezig, verdeeld over ruim zestig bases. De aantallen zakken terug tot rond de duizend mensen op zo’n veertig locaties in de winter, die drie kwart van het jaar in beslag neemt. De mensen die er dan zijn, blijven die hele periode. Want al zouden ze willen, ze kunnen niet weg. De gemiddelde maximumtemperatuur ligt in de koudste maanden op min 56 graden, maar het kan in het binnenland van Antarctica afkoelen tot tegen de min 90.

Een tijd lang is er overdag geen zonlicht, daarvoor en daarna slechts een beetje. Bovendien wordt het continent in de winterse maanden bijna constant geteisterd door stormen, waarbij de wind soms snelheden haalt tot 300 kilometer per uur en de sneeuw zich in rollen kan verplaatsen. Het zicht kan tijdens zulke stormen verminderen tot minder dan een meter. Een mens die in zulke omstandigheden terecht komt raakt volledig gedesoriënteerd, in een gebied waar iets te lang buiten blijven funest is. Kortom, de mensen die ’s winters op Antarctica zijn, zitten ingesloten in een bar klimaat.

Het virus bereikte Antarctica in december, toen een Chileense ploeg van 26 militairen en tien technici allemaal besmet bleken

De populatie die Antarctica tijdens de winter bewoont, bestaat dan ook volledig uit mensen die er met zwaarwegende redenen verblijven. De belangrijkste daarvan is wetenschappelijk onderzoek. Meteorologen, (maritiem) biologen, geologen en onderzoekers uit tal van andere werkvelden doen er onderzoek. Want hoewel camera’s, satellieten en andere apparatuur veel waarnemingen op afstand mogelijk maken, blijft voor een groot deel van het onderzoek menselijke aanwezigheid een vereiste. De wetenschappers worden ondersteund door artsen, koks, technici en ander personeel. Van de voorraad van ingevroren, ingelegd en gedroogd voedsel moet de hele winter gegeten worden. De mogelijkheid om nieuw gereedschap of rerserveonderdelen te ontvangen is er vaak maar eens per jaar. Communicatie is er tegenwoordig wel: via satellieten is het mogelijk enig contact te onderhouden met het thuisfront. Ook wordt er nu en dan een nieuwe film via de verbinding aangeleverd, om even aan de situatie te ontsnappen. Maar omdat de omstandigheden extreem zijn is iedereen die afreist fysiek en psychologisch uitgebreid onderzocht. Ziekte of geestelijke instabiliteit kunnen niet alleen gevaarlijk zijn voor de persoon zelf, maar het leven van iedereen op de basis bedreigen.

Het meeste biologisch onderzoek vindt plaats aan de kust, waar de omstandigheden minder extreem zijn. Daar leven plant- en diersoorten die elders niet voorkomen. De diverse soorten walvissen en pinguins zijn bekend, maar kleinere organismen als krill, mossen en algen die bij, op of zelfs in het ijs leven zijn voor biologen vaak minstens zo interessant.

Onderzoek in de ijskap

Verder landinwaarts, richting de magnetische zuidpool, is weinig leven meer te bekennen. Dit is het domein van de meteorologen die de uitzonderlijke klimatologische omstandigheden bestuderen en van wetenschappers die willen weten wat zich in en onder de kilometers dikke ijskap bevindt. In de ijslaag is eeuwenlang van alles ingevroren en dat is voor wetenschappers belangrijke, goed opgeslagen informatie. Het oudste ijs dat tot nu met ijsboringen is onderzocht, is zo’n 800.000 jaar oud. Omdat alles wat erbovenop lag jonger was, gaf het onderzoekers van de universiteit van Bern een goed beeld van de concentraties CO2 en andere stoffen in de atmosfeer van de afgelopen 800.000 jaar. Dat is een veel langere periode dan gemeten kan worden door te graven in de bodem op andere locaties. Het geeft de wetenschap een beeld van hoe klimaatveranderingen elkaar eerder opvolgden op onze planeet.

Als het aan de onderzoekers ligt, begint aan het einde van dit jaar een project waarbij uiteindelijk nog ouder ijs wordt aangeboord. De verwachting is dat er binnen drie jaar ijs van anderhalf miljoen jaar oud kan worden onderzocht. In die periode volgden de ijstijden elkaar in een hoger tempo op, denkt men, waardoor nog duidelijker moet worden wat het verschil is tussen natuurlijke klimaatveranderingen in het verleden en de door de mens veroorzaakte klimaatverandering nu. Het biedt op die manier een referentiekader waarmee klimaatdoelen en -beleid worden gelegitimeerd.

Doorslaggevend voor verdragen

Het onderzoek op Antarctica is eerder doorslaggevend geweest als het gaat om afspraken die wereldwijd zijn doorgevoerd om de aarde te beschermen. Het gat in de ozonlaag kwam in 1984 aan het licht door metingen door Britse onderzoekers. Eerder, al vanaf het begin van de jaren zeventig, waren er wel vermoedens dat stikstofoxides in de uitstoot van industrie en in het bijzonder chloorfluorkoolwaterstoffen (cfk’s) die werden gebruikt als drijfgassen van spuitbussen en in koelkasten, schade zouden aanrichten. Het waren uiteindelijk metingen van Britse onderzoekers in 1984 die aantoonden dat er boven Antarctica bijzonder weinig ozon over was. Dit leidde tot het Montrealprotocol in 1989, dat het gebruik van cfk’s aan banden legde en geldt als een van de succesvolste milieuverdragen tot dusver. Evenwel zal het nog decennia duren voor de ozonlaag boven Antarctica zich volledig heeft hersteld.

Als het om internationale samenwerking gaat, biedt Antarctica meer succesvolle voorbeelden. Er zijn meerdere landen die om verschillende redenen een claim op delen van het continent hebben gelegd. Landen als Nieuw-Zeeland, Australië, Argentinië en Chili vinden dat de taartpunt bezuiden hun grondgebied bij hun land hoort. Noorwegen en Groot-Brittannië ontlenen hun claims bovendien aan de expedities van Roald Amundsen en Robert Scott. Amundsen was in december 1911 de eerste die de zuidpool bereikte. In dezelfde poolzomer, begin 1912, lukte ook Scott dat, al overleefden de deelnemers aan zijn expeditie de terugreis niet. Frankrijk vindt eveneens dat een deel van het zevende continent het land toebehoort en daarnaast is er een flinke taartpunt niet opgeëist. Rusland en de Verenigde Staten behouden zich het recht voor om een deel op te eisen, maar hebben dat nooit concreet gemaakt.

Afspraken en bepalingen

Alle claims, waarvan sommige elkaar overlappen, zijn bevroren toen de mogendheden in 1959 met een groep van in totaal twaalf landen het Antarctisch Verdrag opstelden. In het verdrag wordt verder geregeld dat er geen militaire activiteiten ontplooid worden en dat het continent vrij toegankelijk is voor wetenschappelijk onderzoek. Later is het Antarctisch Milieuprotocol aan het verdrag toegevoegd, waarin is bepaald dat tot in elk geval 2048 geen delfstoffen geëxploiteerd mogen worden, maar ook bepalingen zijn opgenomen dat er geen afval mag worden achtergelaten door onderzoekers, dat dieren niet te veel worden gestoord en dat er geen plant- en diersoorten die nu niet op het continent voorkomen worden geïntroduceerd.

Het feitelijk bestuur van Antarctica is in handen van een groep landen die jaarlijks bijeenkomt. Naast de twaalf landen die het verdrag opstelden, zijn er inmiddels zeventien landen, waaronder Nederland, die de status consultatief lid hebben, wat betekent dat ze invloed hebben op de besluitvorming. Vijfentwintig andere landen zijn toetredend lid, zij hebben wel het verdrag geratificeerd en wonen de vergaderingen bij, maar hebben geen stemrecht.

De meebepalende landen waren het er vorig jaar snel over eens dat alles op alles moet worden gesteld om het coronavirus buiten het continent te houden. De mensen die al op het continent waren, waren vanzelfsprekend veilig zolang er niemand vanuit de bewoonde wereld naar ze toe zou komen. Dus kwamen de landen overeen dat nieuwe reizen tot een minimum zou worden beperkt en het kleine beetje Antarctisch toerisme dat onder strenge voorwaarden wordt toegestaan, is stilgelegd.

Militairen en technici besmet

De maatregelen betekenen dat de aflossingen van de zuidpoolexpeditites dit jaar anders verlopen dan andere jaren. Veel onderzoeken moeten voorlopig wachten tot ze kunnen worden uitgevoerd. Toch heeft het corona niet van het continent kunnen houden. Het virus bereikte Antarctica in december, toen een Chileense ploeg van 26 militairen en tien technici allemaal besmet bleken. Omdat zij zich in een basis bevonden aan de kust van het Antarctisch schiereiland, een uitloper van het continent naar Zuid-Amerika, konden zij snel worden afgelost en naar een ziekenhuis in Chili worden overgebracht. Zo liep het met een sisser af, want op een basis meer in het binnenland of aan het einde van de poolzomer had een virusuitbraak voor grote problemen kunnen zorgen.

Om dergelijke problemen te voorkomen stuurde het British Antarctic Survey, het bureau dat al het Britse onderzoek op Antarctica coordineert, ditmaal een schip met veertig speciaal geselecteerde mannen en vrouwen naar het uiterste zuiden. Hun taak is om drie permanente bases operationeel te houden en de meest essentiële, meerjarige onderzoeken te continueren nu alle overige onderzoeken zijn geschrapt. De veertig mensen die het komende jaar op Antarctica zullen wonen, werden extra onderzocht op Covid-19-risicofactoren en gingen twee weken voor hun afreizen al in quarantaine. Dat ze per schip vanuit Harwich naar Antarctica afreizen is een extra voorzorgsmaatregel om corona buiten de deur te houden.

Lees ook: Tallship Europa vaart door corona niet langs Antarctica, maar wacht op betere tijden in haven Harlingen

Normaal vliegen poolreizigers naar het uiterste zuiden van Oceanië of Zuid-Amerika om daarvandaan de oceaan over te steken, een kwestie van hooguit enkele dagen. Het schip heeft er ditmaal acht weken over gedaan. Het is onderweg in geen enkele haven aangemeerd, waardoor de afzondering voor deze ploeg maanden langer duurt dan normaal.

Ook voor het onderzoeksteam dat afgelost werd was het overigens een vreemde gewaarwording. Zij zonderden zich begin 2020 af van de wereld, toen het coronavirus nog maar net de kop opstak. Zij hebben een jaar geleefd zonder bang te hoeven zijn in aanraking te komen met het virus, maar ze komen terug in een andere wereld, waarin isolatie niet meer is voorbehouden aan poolreizigers.

Voor de onderzoekers die nu niet zijn afgereisd en de plannen die voor volgend jaar op stapel staan, zoals de boringen naar het oeroude ijs, is het voorlopig afwachten hoe de pandemie zich ontwikkelt. Zij hopen dat er volgend jaar weer gereisd kan worden, zodat zij in de kou hun bijdrage kunnen leveren aan de kennis van de mensheid.