Protestants zilver in Friese kerken

De zestiende-eeuwse reformatoren legden de nadruk op eenvoud, maar toch kwamen zilveren gebruiksvoorwerpen al snel om de hoek kijken in protestantse kerken. Ook in Friese kerken staan veel zilveren bekers, kannen, borden, offervazen, doopschalen en doopkannen. Hoe kan dat?

Een doopbekken uit Easterwierrum

Een doopbekken uit Easterwierrum fd

Lange tijd is door onderzoekers benadrukt dat de overgang naar de reformatie een volledige breuk is geweest op religieus gebied, maar het wordt steeds duidelijker dat er in de kerken ook veel hetzelfde is gebleven. Voor protestanten aanstootgevende zaken zoals altaren, beelden en schilderijen verdwenen uit de voormalige katholieke kerken. Maar lang niet alles werd overboord gegooid. Als het gaat om zilver is sprake van continuïteit in materiaal, in vorm en in traditie.

De aanwezigheid van zilver in protestantse kerken lijkt vandaag de dag heel vanzelfsprekend. Kerken bezitten vaak allerhande zilveren objecten: offervazen, doopschalen en doopkannen, zilverbeslag op Statenbijbels en diverse andere voorwerpen zoals een inktstel, een kurkentrekker, theelepeltjes, kandelaars of voorzittershamers met zilveren gedenkplaatjes. Een predikant die al 45 jaar op de preekstoel stond in Rotterdam en omgeving had nog nooit anders gezien. Tot hij in het Zeeuwse Oud-Vossemeer kwam, waar een tinnen avondmaalsstel gebruikt werd. Verbaasd vroeg hij zich af of dat vaker voorkwam.

Avondmaalsbekers zijn de oudste zilveren gebruiksvoorwerpen in protestantse kerken. De voormannen van de reformatie adviseerden nog wel om eenvoudige materialen te gebruiken: bij voorkeur glas of tin of zelfs hout. Met name het gebruik van tin was heel algemeen in die tijd; ook in de katholieke kerk beschikte niet iedere dorpskerk over gouden en zilveren misgerei. Maar het gebruik van zilveren avondmaalsbekers doet al spoedig na de reformatie zijn intrede in protestantse kerken. Je zou kunnen zeggen dat hier in zekere zin sprake is van continuïteit van materiaal met de voorgaande katholieke periode.

Omgesmolten

De continuïteit in de toepassing van zilver als materiaal blijkt bijvoorbeeld bij de avondmaalsbeker in het Groningse Warffum uit 1596. Deze avondmaalsbeker markeert op bijzondere wijze de overgang naar de reformatie, die twee jaar eerder was doorgevoerd in Groningen. De beker dateert van kort na het moment dat de kerk van Warffum werd gebruikt voor de protestantse eredienst. Op de onderzijde van de beker staat in het Latijn: ‘De kerk van Warffum is voor het eerst gereformeerd ten tijde van Wibrand Georgi in het jaar 1595’. Uit een bewaard gebleven kwitantie in het kerkarchief blijkt dat de kerkvoogd een verguld zilveren kelk en een pateen (schijfje dat op de miskelk past) naar de zilversmid Jurjen Muntinck bracht om er een avondmaalsbeker van te maken. Katholiek zilver werd zo omgesmolten tot protestants zilver.

Dat is ook het geval in Easterwierrum. Daar heeft de kerk een zilveren avondmaalsbeker en doopbekken / collecteschaal waarop is gegraveerd: ‘Ghemaackt van een paapskenkelck was olt anno 1319 Vernieut ende geheylicht tot den dienst des Heeren Anno 1631’. Dat betekent dat er omstreeks 1630 nog steeds katholiek zilver was. Het is inmiddels een bekend gegeven dat de toenmalige stads- en dorpsbestuurders het katholieke vaatwerk vaak in beslag namen en bewaarden in afwachting van hoe de zaken zich zouden ontwikkelen. Toen duidelijk was dat de reformatie doorzette is het kerkzilver waarschijnlijk beschikbaar gesteld voor de vervaardiging van protestants gerei.

In sommige kerken werd het katholieke zilverwerk niet omgesmolten tot nieuw protestants zilverwerk, maar kreeg het katholieke materiaal simpelweg een nieuwe functie. Dat gebeurde met name in Lutherse kerken, waar men het gebruik van katholieke vaatwerk zag als een voortzetting van de christelijke traditie. Zo bleef in de Lutherse kerk te Woerden een middeleeuwse kelk in gebruik. Die kelk geldt nu als het oudste stuk avondmaalsgerei van protestants Nederland.

Ook de Protestantse Gemeente Leeuwarden heeft enkele avondmaalsbekers uit de roerige tijd voorafgaand aan de reformatie, de katholieke periode dus. Deze zijn gemaakt in 1564. Dat die bewaard zijn heeft waarschijnlijk vooral te maken met de vorm: een eenvoudige beker op een voet. Daar namen de protestanten geen aanstoot aan. Het waren drinkbekers van geestelijken, die na de reformatie in de Grote of Jacobijnerkerk in gebruik werden genomen als avondmaalsbekers.

Patroonheilige

Dat rooms-katholieke gewoonten nog lang doorwerkten in het nieuwe bestel bewijst de avondmaalsbeker in het Drentse Norg. Op de beker werd als tekst aangebracht: ‘De Kerkcken Beker tot Norch Ao 1627’. Maar op de bodem stond ook ‘Sante Margrita Patrona tot Norgh’, een verwijzing naar de patroonheilige van de kerk. Toen dit tijdens een gereformeerde visitatie in 1649 bekend werd, moest de tekst verwijderd worden. Op een avondmaalsbeker uit 1617 in het Utrechtse Houten vinden we iets soortgelijks.

Op de onderzijde daarvan staat (nog steeds) te lezen: ‘Desen beker behoert toe die broederschap van onse lieven vrou’. De beker is in 1617 vervaardigd door Jan Dirck van Rinevelt en werd waarschijnlijk omstreeks 1631 door de protestanten in gebruik genomen. De aanwezigheid van de tekst was daar blijkbaar geen probleem. En op een beker in het Groningse Meedhuizen staat tot op de dag van vandaag als heilige de diaken Laurentius op de avondmaalsbeker die in 1639 eigendom werd van de kerk.

De oudste bekers die speciaal voor een protestantse kerk gemaakt zijn, zijn die voor de Buurkerk te Utrecht. De bekers dragen het jaartal 1591. Dat is elf jaar nadat de stad protestants werd, in 1580. Protestants Haarlem heeft in 1592 zilveren bekers, Doetinchem in 1595 en Enschede in 1598. Meestal gaat het om één of twee bekers, maar in Rotterdam schafte men er in 1600 meteen vier aan. De vroege bekers lijken min of meer op elkaar met eenvoudige banden onder de monding en met spits naar onderen toelopende ranken. Later kwam er meer decoratie voor, maar een in opdracht van een protestantse kerk gemaakte beker bleef eenvoudig, soms gewoon glad.

Kunsthistorisch is dat misschien niet heel interessant, maar op de plekken waar ze gebruikt worden, zijn het stuk voor stuk unieke exemplaren die in veel gevallen al eeuwenlang functioneren bij de viering van het avondmaal. Het zijn tastbare voorwerpen in de geloofsbeleving van vroeger en nu. De bekers gaan letterlijk van hand tot hand en steeds worden de door Jezus uitgesproken instellingswoorden herhaald: Neemt, drinkt allen daar uit. Voor de kerkelijk gemeente zijn het dus belangrijke voorwerpen. De oude bekers zijn ook bijzonder omdat ze meestal gemaakt zijn door zilversmeden in de directe omgeving van het kerkgebouw, ook in kleine plaatsen waarvan soms nauwelijks iets bekend is. Het zijn daardoor allemaal unieke exemplaren.

Algemeen geaccepteerd

In de loop van de zeventiende eeuw is de toepassing van zilver voor avondmaalsgerei algemeen geaccepteerd. De bekende theoloog Voetius merkt in zijn Politica Ecclesiastica (1663-1676) op dat in de meeste kerken zilveren bekers worden gebruikt, vergelijkbaar met bekers die in gebruik zijn bij de burgerij thuis en zelfs bij het gewone volk. Hierin klinkt iets door van: als je thuis een zilveren beker gebruikt, waarom in de kerk dan niet? Er zijn veel zeventiende-eeuwse avondmaalsbekers met een rijke decoratie. Vaak is dit gecombineerd met personificaties van Geloof, Hoop en Liefde of andere deugden.

Er zijn avondmaalsbekers die ook een versiering in de bodem hebben, dat komt vooral in het Noorden van het land voor. Zo heeft de beker van Easterlittens uit 1649 in de bodem een Saksische munt uit 1623 en in de bodem van de beker van Jouswier uit 1651 is een munt uit 1617 ingelaten. De reden daarvan is niet duidelijk. Avondmaalsbekers werden ook wel met het kerkgebouw versierd. Op de beker van Tjerkgaast uit 1650 is het kerkgebouw uit die tijd gegraveerd, met aanvullend op de onderzijde in het Latijn ‘Beker bestemd voor de Heilige sacramenten in het dorp Tjerkgaast en omgeving 1650’. Op die manier is direct duidelijk van wie de beker is. De beker van de kerk in Surhuisterveen geeft de situatie weer toen de kerk nog geen torentje had . Daarbij zijn afgebeeld personificaties van Geloof, Hoop en Liefde afgebeeld, waarbij de personificatie van het geloof (kruis) is vervangen door een vrouw die naar de kerk gaat met een kerkboek vol zilverwerk onder de arm.

Genoeg geld

De beide bekers met het kerkgebouw zijn gemaakt in opdracht van de kerk, maar veel zilveren voorwerpen zijn in de loop van de tijd aan de kerk geschonken, vaak ter gelegenheid van een bepaalde gebeurtenis. In de loop van de zeventiende eeuw worden steeds vaker ook andere onderdelen van het avondmaalsgerei van zilver gemaakt, eveneens vaak geschonken. Vanaf de achttiende eeuw schaffen kerken zelf complete avondmaalssets aan. Het indrukwekkendst zijn de gouden avondmaalsstellen van Dordrecht en Den Haag. De gouden en ook zilveren sets geven er blijk van dat er voldoende geld was en dat dat ook gebruikt mocht worden om het huis van God te versieren. Maar niet alle kerken gingen hier in mee. Bijvoorbeeld in doopsgezinde kring bleef lange tijde de eenvoud en soberheid gehandhaafd. Daar waar er wel zilveren avondmaalsgerei was, was dit als gevolg van een schenking. Zo kregen de doopsgezinden in Holwerd in 1781 een set van zes grote zilveren avondmaalsbekers van de gereformeerden, als dank voor het gebruik van het kerkgebouw.

Maar vanaf de negentiende eeuw werd ook in deze kring zilver algemeen geaccepteerd en aangeschaft, net als in andere kerken in Nederland. De negentiende eeuw was ook de tijd van de grote firma’s en zilverfabrieken die leveren aan het hele land. Het productieproces werd aanzienlijk betaalbaarder en aan de hand van een prijscourant kon men makkelijker kiezen. Zo is een kan in de kerk van Ballum uit 1894 met gemak terug te vinden in een catalogus van de fa. J.M. van Kempen te Voorschoten. Dezelfde kan vinden we op minimaal zes andere plaatsen in Nederland, voor zover nu bekend. Zilveren avondmaalsgerei kwam zo binnen het bereik van een groter aantal kerken, hetzij door aankoop, hetzij door schenking van gemeenteleden. En dat geldt eigenlijk nog altijd: nog steeds worden er kerken gebouwd en nog steeds wordt er nieuw avondmaalszilver besteld. Dat geeft ook het belang van de viering in het kerkelijk leven aan.

Nieuws

menu