De toekomst van Afghanistan onder de taliban oogt duister | Interview

„De Afghaanse staat heeft nog nooit gefunctioneerd”, zegt professor Ebrahim Afsah. De hoogleraar islamitisch en internationaal recht van de universiteiten van Wenen en Kopenhagen was ruim tien jaar direct betrokken bij de rechts- en bestuursopbouw van Afghanistan. Een achtergrondgesprek met een insider.

Een talibanstrijder houdt de wacht op een markt in Kabul.

Een talibanstrijder houdt de wacht op een markt in Kabul. Foto: AFP

U schildert een duister toekomstbeeld voor Afghanistan onder hernieuwde talibanheerschappij. Wilt u dat toelichten? Welke eventuele consequenties zal dit scenario hebben voor Europa?

„De taliban zijn onbekwaam om te regeren. Dat staat volledig los van wat nu de normatieve richtlijnen zijn van het maatschappelijk leven. Zij zijn primair crimineel en tegelijkertijd ideologisch gemotiveerd. Dat betekent dat de taliban de belangen van de bevolking niet kunnen, noch willen behartigen.”

„Het zal ook de komende weken al tot grote schaarste in de zorg komen en vermoedelijk nog voor het einde van het jaar tot hongersnoden. Daarbij komt de welbekende gewelddadige vervolging van niet-Pashtunen, leden van het oude regime en andersdenkenden. Je hoeft geen Cassandra (onheilprofetes, red.) te zijn om te kunnen voorspellen dat de burgeroorlog nu in een nieuwe, bloedigere fase is ingetreden en dat daarmee zeer vele Afghanen hun heil in de vlucht zullen zoeken.”

„Gezien de zeer verschillende leefsituatie in Europa en de buurstaten houdt dat in dat zeer vele Afghanen alle moeite zullen doen om niet in Iran of Pakistan te blijven, maar een leven in Amsterdam, Wenen of Berlijn zullen begeren. In het verleden waren Afghanen na de Somaliërs de slechtst integreerbare migrantengroep. Oorzaken daarvan vormden in het bijzonder een gebrekkige school- en beroepsopleiding, een gebrek aan vertrouwen in staatkundige en maatschappelijke instellingen, zeer afwijkende morele waarden en een uitgesproken sterke vijandigheid jegens vreemdelingen.”

Vijandig

„In het huidige moreel verhitte debat over de evacuatie van lokale Afghaanse hulpkrachten wordt steeds verondersteld dat het enerzijds om maar weinig mensen gaat en dat het anderzijds Afghanen betreft die gekwalificeerd zijn en een vriendelijke instelling hebben tegenover de westerse leefwijze. Beide veronderstellingen zijn fout. Er zullen dus niet alleen zeer veel mensen komen, maar de meesten daarvan zullen vijandig staan tegenover de hier geldende rechts- en ethische voorstellingen. Daarbij beschikken zij niet over de kwalificatie om hier in hun levensonderhoud door arbeid te kunnen voorzien. Zij zullen derhalve ten laste komen van de sociale voorzieningen, evenals de circa 60 procent van de Afghanen die hier momenteel al verblijven.”


De Afghanistan-expert prof. Gilles Dorronsoro geeft het Westen de exclusieve schuld van de vernietiging van de Afghaanse staat. Volgens hem hadden de taliban voor de aanslagen van 2001 weer een staat opgebouwd, inclusief justitie en politie. Hoe beoordeelt u deze stellingname vanuit uw jarenlange ervaring ter plaatse?

„De Afghaanse staat heeft nog nooit gefunctioneerd. In die zin is het dus ergens doelloos erover te twisten wie dan deze staat verwoest zou hebben. Uiteindelijk dragen de Afghanen als gemeenschap zelf de verantwoordelijkheid voor hun onvermogen en onwil om welke politieke gemeenschap dan ook te vormen. Alle Afghaanse regeringen, vanaf de grondlegger van een moderne staat, Abdul Rahman Khan, in de 19e eeuw, hebben zich door buitenlandse machten laten onderhouden. De Afghaanse staat heeft dus nog nóóit zijn uitgaven zelf gefinancierd. Toch naar mijn idee dé centrale definitie van wat een staat behoort te zijn. Ik geloof dus niet dat Dorronsoro gelijk heeft. Het Westen kon de idee van een staat zelfs niet vernietigen omdat juist daarover nog nooit eensgezindheid heeft geheerst.”


Scherp bekritiseert Dorronsoro ook de wijdverbreide corruptie in Afghanistan waarbij westerlingen (ngo’s, ondernemers, experts) zich evenzeer verrijkten. Deelt u dat?

„Kort gezegd: ja. De mate van verspilling, verduistering, openlijke corruptie, gepaard aan grote arrogantie en het ontbreken van elk schuldbewustzijn aan de zijde van de zogenoemde Afghaanse ‘elites’ is goed gedocumenteerd, onder andere in de droge taal van de regelmatige rapporten van de speciale Amerikaanse inspecteur SIGAR. Desalniettemin is het lastig om het psychologisch, politiek en sociaal ondermijnende effect van een slechts als crimineel te duiden Afghaanse elite op het noodzakelijke maatschappelijke verdrag adequaat te beschrijven. Deze elite is een zeer onheilig bondgenootschap aangegaan met de internationale ‘ontwikkelingsindustrie’ die William Easterly eens heel treffend heeft omschreven als het ‘kartel van de goede bedoelingen’.”


„Wat de Taliban als maatschappijmodel voorstaan, mag ons niet bevallen, maar het stemt overeen met de eisen van een belangrijk deel van de Afghaanse samenleving”, stelt Dorronsoro.

„Ik ben het uitdrukkelijk met hem eens dat het staats- en maatschappijmodel van de taliban veruit grotere steun geniet dan wat in de grondwet van 2004 is neergelegd. Onder westers toezicht kwam het vanaf 2001 tot een waarlijk Byzantijnse corruptie die bij de bevolking alleen maar afschuw kon oproepen. De incompetentie en morele verwerpelijkheid onder de vroegere Afghaanse regeringen van Karzai en Ghani kunnen niet te hoog worden ingeschat. Hun corruptie, onbekwaamheid en grootheidswaan werd in de ogen van de bevolking vermoedelijk alleen nog overtroffen door hun afhankelijkheid van de buitenlanders. Deze diepzittende normatieve en intellectuele vijandigheid jegens vreemdelingen is overigens niet alleen in Afghanistan, maar in de gehele islamitische wereld wijdverbreid.”


In uw bijdrage aan de Zwitserse krant Neue Zürcher Zeitung, ‘Het einde van een illusie’, schrijft u dat sinds de pogroms tegen buitenlanders vanaf 2007 het voor westerse hulpverleners in Afghanistan duidelijk werd dat hun inzet mislukt was. U plaatst daarbij het Afghaanse probleem in de brede context van de hele islamitische cultuurkring, haar ‘onbehagen met de moderniteit’. Vanwaar dit islamitische onbehagen met het hier en nu en hoe manifesteert het zich?

„Eigenlijk zitten alle moslimsamenlevingen de laatste decennia gevangen in heftige uitbarstingen van geweld, zelfmoord en van toenemende radicalisering van het denken. De oorzaken zijn veelvuldig, maar kunnen worden samengevat in de narcistische verwonding van duurzame inferioriteit sinds het aanbreken van de moderne tijd in de 18e eeuw. De cultuursocioloog Clifford Geertz duidde bijgevolg religie als het laatste toevluchtsoord voor individuen en volken, die in alles – werkelijk in alles! – moesten onderdoen voor de westelijke koloniale heren. Het letterlijk enige wat moslims beter dan anderen kunnen, is het juist moslim zijn. De hedendaagse radicalisering en endemische gewelddadigheid van de islam in bijna al zijn variëteiten voedt zich tenslotte uit deze ervaring van eigen ongeschiktheid om de werkelijk belangrijke zaken onder de knie te krijgen en de concurrentie met beter georganiseerde samenlevingen te doorstaan. Afghanistan is derhalve slechts een bijzonder sterke manifestatie van een breder fenomeen.”

Bas Belder is historicus.