Twintig jaar na de aanslagen van 9/11 is duidelijk: De hoogtijdagen van het leiderschap van de VS zijn nu echt voorbij | Analyse

Het Amerikaanse mondiale leiderschap is de afgelopen jaren in verval geraakt. Dat was wellicht ook zonder de aanslagen van 9/11 wel gebeurd, maar de oorlogen die de VS na 2001 in Irak en Afghanistan begonnen, hebben die ontwikkeling wel versneld.

Compilatie van het moment waarop het tweede vliegtuig de tweede toren van het World Trade Center in New York in vliegt.

Compilatie van het moment waarop het tweede vliegtuig de tweede toren van het World Trade Center in New York in vliegt. Foto: EPA

Op de dag af twintig jaar geleden boorden passagiersvliegtuigen zich in de WTC-torens in New York. De wereld zou na 9/11 nooit meer hetzelfde zijn, werd gedacht. Gezaghebbende commentatoren voorspelden niets minder dan een wereldoorlog of ze zagen de terreuraanslagen als een prelude op de langverwachte botsing der beschavingen tussen de islamitische wereld en het Westen.

Zo ver is het niet gekomen. Wat nu twintig jaar na dato wel kan worden geconstateerd, is dat de ene wereldorde werd vervangen door een andere. Ook zonder 9/11 zou het mondiale Amerikaanse leiderschap in verval zijn geraakt, maar de reactie van de VS op de terroristische aanslagen heeft die erosie wel versneld.

Al Quaida

Terug naar die zonnige dinsdagmiddag 11 september 2001. Bij wat wordt beschouwd als de grootste terroristische aanslagen uit de geschiedenis vlogen door de islamitische terreurorganisatie Al Qaida gekaapte passagiersvliegtuigen in de torens van het World Trade Center in New York en in het Pentagon in Washington. Bij de aanslagen kwamen bijna drieduizend mensen om.

Met de aanslagen wilde Al Qaida-leider Osama bin Laden de Verenigde Staten inpeperen dat ze zich niet met het islamitische Midden-Oosten hadden te bemoeien. Zijn voornaamste grief was de aanwezigheid van Amerikaanse troepen die na de Golfoorlog in de jaren negentig in Saudi-Arabië waren blijven hangen.

In zijn ogen wilden de VS met de steun aan dictatoriale Arabische regimes de islamitische wereld overheersen, de westerse levensstijl opdringen en natuurlijk de olie inpikken. Uit propaganda-overwegingen voegde hij er nog aan toe dat hij streed voor de bevrijding van Palestina, maar op oprechte belangstelling voor de Palestijnse zaak is Bin Laden nooit betrapt.

De Amerikaanse reactie liet niet lang op zich wachten. President George W. Bush kondigde de wereldwijde War on Terror aan. Binnen twee maanden werd het Afghaanse talibanregime, dat een vrijhaven en trainingsfaciliteiten bood aan Al Qaida, verdreven.

De NAVO kondigde voor het eerst in haar geschiedenis artikel 5 af: een aanval op één van ons is een aanval op ons allen. Twee jaar later werd ook Irak binnengevallen omdat het massavernietigingswapens zou hebben en banden zou hebben met Al Qaida, zoals zelfs de gematigde minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell (later tot zijn spijt) in de VN-Veiligheidsraad verklaarde.

Onbetwistbare supermacht

Dat Amerika er met volle militaire kracht inging zonder zelfs maar internationale instituties als de Verenigde Naties om goedkeuring te vragen, is deels te verklaren uit het feit dat Amerika rond de eeuwwisseling op het toppunt van zijn macht was. De Sovjet-Unie was in de Koude Oorlog verslagen waardoor de Verenigde Staten de laatst overgebleven en onbetwistbare supermacht waren.

De politicoloog Francis Fukuyama voorspelde het ‘einde van de geschiedenis’ omdat de hele wereld de westerse liberale democratie zou omarmen. Neo-conservatieven rondom president Bush zoals Dick Cheney, Donald Rumsfeld en Karl Rove verstevigden na 9/11 hun greep op de regering. In plaats van isolationisme, wat tot dan toe de Republikeinse lijn was, pleitten de neoconservatieven voor interventionisme. In hun optiek moesten bedreigingen overal ter wereld desnoods preventief en unilateraal met militaire middelen worden aangepakt (termen als preemptive strikes en shock and awe - overweldigende vuurkracht - deden in de krantenkolommen hun intrede).

Twijfelende bondgenoten voelden zich voor het blok gezet, want ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’, zoals de Bush-doctrine luidde. Volgens de idealistische neoconservatieve ideologen is de samenleving maakbaar - niet toevallig waren velen van hen in de jaren zeventig extreem links - en zou de op westerse leest geschoeide democratie in het Midden-Oosten kunnen worden geïntroduceerd. Om te beginnen in Afghanistan en Irak. Omdat democratieën geen oorlog met elkaar voeren, zou het hele Midden-Oosten volgens hen in een vreedzaam paradijs transformeren. De weg naar vrede in Jeruzalem loopt vanaf Bagdad, heette het.

Schisma

Inmiddels zijn we twintig jaar later een stuk of wat illusies armer. De langs etnische lijnen verdeelde tribale en diep-conservatieve Afghaanse samenleving viel niet om te toveren in een model-democratie à la Denemarken. De overwinning vorige maand van de taliban komt mede doordat veel Afghanen liever in een islamitische dictatuur leven die rust en orde belooft dan onder een door buitenstaanders opgedrongen regering met een wezensvreemd politiek model die zich ook nog eens heeft ontpopt tot een corrupte kleptocratie.

De burgeroorlog in Irak heeft het Westen met de neus op de feiten gedrukt hoe risicovol het is bestaande machtsstructuren omver te werpen waarbij het oude schisma in de islamitische wereld tussen soennieten en sjiieten - termen die weinigen in het Westen voor 9/11 vertrouwd in de oren klonken - zich bloedig openbaarde. Hoe moeilijk het is om in het Midden-Oosten politieke en sociale hervormingen door te voeren, werd ook duidelijk tijdens de Arabische Lente van 2011 waarbij alle autocratische heersers met de schrik vrij kwamen.

Misstanden

De oorlogen in Afghanistan en Irak hebben de internationale reputatie van de VS ernstig geschaad, niet alleen vanwege het hoogmoedige en unilaterale optreden, maar ook om de misstanden in de War on Terror . Het gevangenkamp op Guantánamo Bay, de mishandelingen in Abu Ghraib en andere (geheime) gevangenissen, het waterboarden en de dubieuze drone-aanvallen in landen als Pakistan en Jemen hebben het imago van de VS als voorvechter van vrijheid en mensenrechten in diskrediet gebracht. Bovendien was dat beleid contraproductief omdat het alleen maar meer vijanden schiep.

In strategisch opzicht was de War on Terror daarentegen wel een groot succes. Weinigen hadden het voor mogelijk gehouden dat in de twintig jaar na 9/11 geen enkele grote terroristische aanslag op het Amerikaanse grondgebied zou plaatsvinden. Maar gaandeweg begonnen steeds meer Amerikanen zich af te vragen waarom de VS zo’n hoge prijs in bloed en dollars zouden moeten betalen voor de uitzichtloze oorlogen in ver weg gelegen landen.

Het was Donald Trump met zijn ‘America First’ die het gevoel vertolkte dat Amerika eerst maar voor zichzelf moet zorgen voordat het zich om de rest van de wereld gaat bekommeren. Zijn opvolger Joe Biden roept het minder hard, maar hij is dezelfde mening toegedaan.

Vooral voor de Europese bondgenoten is dat een hard gelag. Decennialang heeft Europa, schuilend onder de Amerikaanse veiligheidsparaplu, zijn welvaartssamenlevingen kunnen opbouwen en onderwijl het denken over geopolitieke machtspolitiek uitbesteed aan de Verenigde Staten.

Verbitterd

Door de aftocht uit Afghanistan, die niet werd gecoördineerd met de Europese bondgenoten, voelt Europa zich in de kou gezet. De Europeanen hadden er op gehoopt dat Washington meer rekening met hen had gehouden, omdat zij in de afgelopen jaren solidair met de VS zijn geweest en in Afghanistan en Irak een militaire bijdrage hebben geleverd.

Maar op veel begrip hoefden de Europeanen niet te rekenen, omdat zij in de ogen van de opeenvolgende Amerikaanse presidenten stelselmatig te weinig bijdragen aan de NAVO en zelfs niet in staat zijn in hun eigen achtertuin orde op zaken te stellen. Zo moest tijdens de Brits-Franse interventie in Libië in 2011 Amerika militair bijspringen om een Europese afgang te voorkomen.

De Europeanen kunnen verbitterd zijn vanwege de eenzijdig afgekondigde Amerikaanse aftocht uit Afghanistan, maar het is veelzeggend dat zij niet bij machte waren daarna er nog een militaire presentie te kunnen hebben, terwijl de aan Europa grenzende regio, gezien de migratieproblematiek en de terreurdreiging, voor hen van veel groter strategisch belang is dan voor de VS.

Nu de EU er in de wereld alleen voor staat, gaan er stemmen op in de EU voor ‘strategische autonomie’ en voor de oprichting van een Europees leger, zoals onlangs EU-buitenlandchef Josep Borrell en EU-president Charles Michel deden. Maar het is de vraag of de EU, die is opgericht om machtspolitiek te voorkomen, in staat is machtspolitiek te gaan voeren.

In verval

De pijnlijke ervaringen in Afghanistan en Irak hebben de VS kopschuw gemaakt voor een nieuwe, overzeese interventie. Het neoconservatieve concept dat een land met militaire middelen en enorme financiële investeringen de moderniteit kan worden ingesleurd is failliet. De overmoed uit 2001 heeft plaatsgemaakt voor realisme. De politieagent van de wereld die de VS heten te zijn, is met pensioen.

Ook zonder de aanslagen van 9/11 was het Amerikaanse mondiale leiderschap in verval geraakt, maar die ontwikkeling is in een stroomversnelling geraakt door de ‘eindeloze’ oorlogen. Al Qaida voerde de aanslagen destijds uit omdat het de VS uit het Midden-Oosten wilde wegjagen. Osama bin Laden leeft niet meer, maar anders zou hij het huidige Amerikaanse isolationisme toch een beetje als een overwinning vieren.