Het Europese recht gaat boven het nationale recht. Dat ligt al sinds 1963 vast | Europese zaken

Het Hof van Justitie van de Europese Unie is vaak verkeerd begrepen. Het Hof heeft veel invloed, maar houdt de eigen grenzen goed in de gaten.

Een vrachtwagen van Van Gend & Loos in Amsterdam in 1988. Het bedrijf ging in 2003 op in DHL.

Een vrachtwagen van Van Gend & Loos in Amsterdam in 1988. Het bedrijf ging in 2003 op in DHL. Foto: ANP

Er valt genuanceerd te oordelen over het feit dat Nederland geen Constitutioneel Hof kent. Eind vorige week organiseerde het Hof van Justitie van de Europese Unie samen met het Constitutionele Hof van Letland een conferentie in Riga. Daar stond de vraag centraal hoe verschillen tussen de lidstaten inzake de spelregels van de rechtsstaat van invloed zijn op het dagelijkse werk van het Europese Hof.

In het licht van de spannende discussie met de zittende regeringen in de lidstaten Polen en Hongarije roept dat allerlei gespreksonderwerpen op. Spannend, want de hoogste rechter in Polen durfde het vorige week opnieuw niet aan uit te spreken dat het Poolse recht voorrang heeft op dat van de Europese Unie.

Van Gend & Loos-arrest

Als Nederland zijn eigen geschiedenis een beetje kent, weten de juristen en rechters in ons land dat ook hier de gedachte van de voorrang van het Europese recht niet direct bij het ondertekenen van het Verdrag van Rome in 1957 goed tussen de oren zat. Het leidde ongeveer zestig jaar geleden, in 1963, tot een arrest dat nog steeds te boek staat als het belangrijkste in de geschiedenis van het Hof van Justitie in Luxemburg: het Van Gend & Loos-arrest .

De ouderen onder ons kennen dat transportbedrijf nog wel, dat inmiddels ter ziele is. Het bedrijf had in opdracht de kunsthars ureumformaldehyde opgehaald in Duitsland en bij de opdrachtgever in Nederland afgeleverd. Nederland had, op een moment dat viel na de invoering van het Verdrag van Rome, het importtarief voor deze chemische stof verhoogd van 3 naar 8 procent. Daartegen werd juridisch beroep ingesteld bij – toen nog – de Nederlandse Tariefcommissie. Die legde rechtsvragen (prejudiciële vragen) voor aan het Hof van Justitie.

Het Hof bepaalde dat het Europese recht een specifiek karakter kent en voorrang heeft op het nationale recht. Daarom was de verhoging van het invoertarief in strijd met de in Europees verband gemaakte afspraken. Die uitspraak leek voor Nederland niet heel veel gevolgen te hebben. Onze eigen grondwet kende al de bepaling dat internationale afspraken voorrang hebben boven nationaal recht.

Maar er bleken twee dingen. In de eerste plaats bleek het Europese recht voorrang te hebben boven nationaal recht. In de tweede plaats bleek dat de nationale constituties van de lidstaten niet altijd op dezelfde wijze hierop aansloten.

Aanvankelijke kritiek

Kortom: het beginsel is duidelijk, de uitvoering ervan niet altijd. Aanvankelijk was er veel kritiek op dit arrest. Het Europese Hof van Justitie zou de eigen hand hebben overspeeld. Het zou een ‘activistisch Hof’ zijn dat zich teveel met de politiek van de dag zou bemoeien. Vanuit het Hof zelf is dat altijd ontkend. Er zou slechts duidelijkheid zijn gegeven over de afspraken die de regeringen van de lidstaten hadden gemaakt over wat toen de Europese Economische Gemeenschap heette.

Zeg dat vandaag eens tegen de rechtbank in Den Haag dat activistisch recht maakte in de vonnissen rond Urgenda, de avondklok en Shell. Urgenda bleef in stand in de arresten van Gerechtshof en Hoge Raad. Het is onduidelijk waarom de Hoge Raad daarover nooit prejudiciële vragen voorlegde aan het Hof van Justitie.

Kwetsbaar

De rechtspraak in Nederland ontwikkelt zich in een richting, die het Hof van Justitie van de Europese Unie maar zeer mondjesmaat zou inslaan. Daarmee maakt de Nederlandse rechtspraak zich kwetsbaar in de discussie met de collega’s in Polen over de vraag naar de voorrang ten opzichte van het nationale en constitutionele recht van de lidstaten.

In ieder geval laat de jurisprudentie van het Hof van Justitie in Luxemburg zien dat de Europese rechter zich bewust is van de doelstellingen van de Europese integratie. Maar het laat ook zien dat het daarmee zorgvuldig en voorzichtig wenst om te gaan. Het Hof houdt de eigen grenzen goed in de gaten.

Constitutioneel Hof

Dat bleek eind vorige week op dat congres in Letland. Daar werd zorgvuldig gesproken over al deze nuances binnen een helder principe. Je zou wensen dat in Nederland ook zo’n Constitutioneel Hof zou worden opgericht. Alleen, we hebben in Nederland de Eerste Kamer. Geen juridisch, maar een politiek orgaan. Met ook als taak nieuwe wetgeving zorgvuldig te wegen tegen de achtergrond van het Europese recht.

De Eerste Kamer heeft vanwege de eigen taakopvatting hierover, altijd veel aandacht gehad voor de juridische ontwikkelingen in de Europese Unie. De rechtstreeks gekozen Tweede Kamer liep daar altijd ver bij achterop. In de Nederlandse verhoudingen zou een Constitutioneel Hof hetzelfde werk doen. Maar dan toch wat minder democratisch gelegitimeerd.