Waarom goede voornemens altijd mislukken

Hoe langer je samen bent, hoe meer gewoontes, zoals ruziemaken, inslijten en hoe moeilijker het is om samen nieuw gedrag aan te leren. Het interactie-effect is enorm: je wordt boos omdat de ander boos reageert. Hoe kun je dit doorbreken?

Waarom goede voornemens altijd mislukken.

Waarom goede voornemens altijd mislukken. Foto: Shutterstock

Hij heeft weer eens veel plannen”, schampert zijn vrouw, ,,maar de afgelopen veertig jaar heeft hij altijd allerlei goeie plannen en na drie maanden is hij ze allemaal vergeten.” Jan en Alie zijn dit jaar veertig jaar getrouwd en komen bij de psycholoog omdat ze het graag samen beter willen hebben. Ze hebben duidelijke gewoontes: Jan maakt plannen en Alie schiet ze af. Ze heeft ook wel gelijk omdat veel van de plannen weliswaar groots beginnen, maar meestal wegraken. Jan is teleurgesteld in zijn vrouw. ,,Als ze nou maar eens wat meer vertrouwen zou hebben, dan was het voor mij makkelijker, nu roei ik altijd tegen de stroom in”, begint hij en al snel start een knallende ruzie. Als ik na verloop van tijd vraag of ze zojuist hebben voorgedaan hoe hun ruzies verlopen dan beamen ze dat direct.

Als cliënten binnenkomen met dit soort problemen dan weet je dat het moeilijk wordt. En het wordt vooral moeilijk omdat we opgevoed zijn met het idee dat we patronen die we niet meer willen moeten veranderen door duidelijke doelen te stellen en vaste afspraken te maken. ‘Als je het echt wilt, dan lukt het.’ Zo willen we meer bewegen, beter eten, minder ruzie maken, gelukkiger worden en al die andere dingen die we ons voornemen bij oud en nieuw. Na verloop van tijd is het dan helaas mislukt, we hebben onszelf twee weken naar de plaatselijke fitness gesleept, hebben inderdaad drie weken een dieet gevolgd en hebben ons drie keer ingehouden toen onze partner weer eens wat deed waar we ons reuze aan ergerden.

Hoe kan het nou dat je nieuw gedrag makkelijk opstart, maar dat het zo moeilijk vol te houden is? En misschien nog wel belangrijker: hoe kun je nou wel iets doen aan al die slechte gewoontes?

Twee breingebieden

Het antwoord is opvallend genoeg hartstikke simpel. Het deel van ons brein waarmee we ons dingen voornemen, is niet het deel van ons brein waarmee we ons dagelijkse gedrag uitvoeren. Daniel Kahneman, de enige psycholoog die ooit de Nobelprijs won, noemt die twee breingebieden systeem 1 en systeem 2, mooi simpel. Systeem 2 is een traag deel van ons brein en je zou het ons denkbrein kunnen noemen. Dat deel van het brein staat enorm open voor reflectie, je kunt vrij goed beschrijven wat je zoal denkt en wat je jezelf voorneemt. Het andere deel, systeem 1, is veel sneller en eerder emotioneel van kleur. Dat tweede deel reageert op de omgeving. Soms is dat letterlijk je huis, je tuin of je werkplek, soms zijn dat de mensen die je treft, dus je sociale omgeving. Dit deel van je brein staat veel minder open voor reflectie, maar bepaalt veel meer van je daadwerkelijke gedrag.

Elkaar besmetten

Jan en Alie nemen zich dus voor om minder vaak ruzie te maken, maar hun dagelijkse werkelijkheid zorgt ervoor dat ze toch steeds in ruzies verzanden. Gottman, een wereldberoemde onderzoeker, heeft ruzies tot zijn werkterrein gemaakt en het is behoorlijk verrassend wat hij zegt: ruzies komen niet door de persoonlijkheid van de ander of doordat je in elkaars bijzijn je anders gaat gedragen. Dus de veelgehoorde klacht ‘doordat jij zo doet, reageer ik door boos te worden’, klopt niet. Het interactie-effect is namelijk vijf keer zo groot. Je besmet elkaar met je emoties. Je wordt vooral boos omdat de ander boos reageert. En omdat ruzies ook vaak heel sterke gewoontes zijn, is het moeilijk ze te veranderen, althans het lukt niet via systeem 2.

Wat dan wel? Het belangrijkste van gewoontes is dat ze vaste patronen hebben en het gaat haast vanzelf. Zo is dat bij ruzie maken bij Jan en Alie ook, ze doen het zonder moeite. Als ze het zouden willen veranderen, moeten ze vooral nieuw gedrag inpassen in hun oude ruziegewoonte. Dat doe je in een als-dan redenering. ‘Als Jan weer eens met een plan komt, dan reageer ik eerst even niet, daarna zeg ik eerst iets aardigs over zijn plan.’ En als psycholoog geef ik dat niet mee als huiswerk, maar we oefenen ter plekke in de kamer en maken er video-opnames van. Jan en Alie maken steeds weer eventjes ruzie en elke keer geven ze er de nieuwe draai aan, althans dat proberen ze. Samen kijken we daarna de video af. Eerst kost het ze echt moeite, maar we stoppen de ruzie steeds direct en kijken na wat er goed ging en waar de besmettelijke emoties weer begonnen.

Na vijf sessies oefenen en terugkijken, hebben ze nauwelijks ruzies meer thuis. Maar beiden aarzelen of dit wel echte therapie is. ,,Moeten we niet uitzoeken hoe onze persoonlijkheid zich heeft gevormd?”, vragen ze zich hardop af. En zal het Jan nu wel lukken om zich aan z’n plannen te houden?

Nieuws

menu