Dit artikel is vandaag gratis

Waarom meer praten over het levenseinde verrijkend kan zijn: 'We hebben in Nederland de dood naar de rand van de samenleving geduwd'

Een nabestaande neemt afscheid bij de doodskist van een overledene. Foto: ANP

Veel mensen hebben er moeite mee het gesprek over de dood te voeren. Dat terwijl het rouwproces beter verloopt wanneer er vooraf over het afscheid gesproken is. Stichting Ideële Reclame (SIRE) startte dinsdag daarom een campagne om de dood bespreekbaar te maken.

„Gecondoleerd en tot maandag”, „Ach, misschien is het wel een mooie leeftijd”, of „Ach joh, je gaat nog lang niet dood.” Volgens recent onderzoek van onderzoeksbureau DirectResearch kapt 64 procent van de Nederlanders een gesprek over de dood af met deze zogenaamde ‘dooddoeners’. „Uitspraken die goedbedoeld zijn, maar niet helpen bij het gesprek over het levenseinde”, aldus SIRE-directeur Lucy van der Helm. De SIRE-campagne draagt daarom de naam ‘Dooddoeners’.

Waarom deze campagne?

„We hebben in Nederland de dood naar de rand van de samenleving geduwd. We praten er liever niet over, het is te confronterend, we zijn er bang voor. Tegelijk zagen we in het onderzoek dat 54 procent van de mensen aangeeft niet goed afscheid te hebben genomen van een dierbare. We weten dat een goed afscheid en gesprekken over het naderende einde helpen bij het rouwproces. Het verdriet is dan minder.”

Waarom vinden veel mensen het zo moeilijk om over het einde van het leven te praten?

„Het wordt niet meer aangeleerd. Veel ouders houden hun kinderen bij de dood weg. Tegenwoordig sterven mensen vaak in het ziekenhuis of een instelling, vroeger was dat meer thuis. Toen mijn opa overleed stond de kist in de kamer, kleinkinderen liepen eromheen, mensen toonden onder meer door hun kleding dat ze in de rouw waren, de kerkklokken –we waren katholiek– luidden. Een overlijden was een zaak van de hele gemeenschap. Uit het onderzoek blijkt ook dat veel mensen niet over de dood willen nadenken. Ze zijn –vaak onbewust– niet zo met de dood bezig. Terwijl ik denk dat we er juist met elkaar over moeten praten. Zo’n gesprek gaat ons veel brengen: het verbindt en verrijkt. We moeten de dood weer leren omarmen.”

Omarmen; dat klinkt erg positief. De dood is toch vooral een ernstig gebeuren?

„Natuurlijk is het ernstig. Het is ook niet makkelijk om erover te praten. Maar Rob Bruntink –een expert in palliatieve zorg die we hebben geconsulteerd– zegt: Ik heb nog nooit iemand ontmoet die minder is geworden door het praten over de dood; al praat je er maar twee minuten per dag over. Zo’n gesprek hoeft niet meteen emotioneel te worden. En als je niet zo’n prater bent, kijk dan eens een documentaire of luister een podcast over het sterven. Daarover nadenken levert een hoop op.”

Sommige mensen zien de dood als overgang naar een eeuwige bestemming. In hoeverre is de visie op de dood van invloed op het al dan niet erover praten?

„Ik denk wel dat dit invloed heeft. Vroeger stond de dood veel meer in het midden van de samenleving. Mensen hadden houvast aan het geloof en aan de rituelen die bij het einde van het leven horen. Die gaven mensen troost. Dat is nu veel minder, omdat er minder mensen zijn die geloven. Daarnaast zien we door de vooruitgang van de medische wetenschap een soort maakbaarheidsutopie ontstaan. We denken dat we onsterfelijk worden. Dat helpt ook niet mee om ziekte en dood te accepteren. Ik ben wel benieuwd of mensen die geloven juist minder nadenken over hun overlijden, omdat ze weten wat hun te wachten staat na de dood.”

Door corona werden mensen meer dan normaal geconfronteerd met sterfgevallen. Maakt dit het spreken over de dood makkelijker?

„Ik denk dat corona een goede aanleiding is om meer over de dood te gaan praten. De pandemie laat ons zien hoe kwetsbaar we zijn. De dood kan zo voor de deur liggen. Bij corona was het ook nog eens zo dat mensen vaak geen afscheid konden nemen van een dierbare. Dat is het allerergste wat je kan overkomen. Overigens zagen we wel dat mensen in coronatijd op zoek gingen naar hun eigen rituelen. Konden ze geen afscheid nemen van een geliefde, dan werd bijvoorbeeld een bankje in het park een monument.”

Nieuws

menu