Dit artikel is vandaag gratis

Warme herfstdagen zijn nu niet erg voor de natuur, maar houden planten en dieren een ander jaarritme vol?

Warm herfstweer. Foto: Shutterstock

Zomerse dagen aan het eind van oktober, zoals deze week worden verwacht, zijn nu niet erg voor de natuur. Pas over tien of twintig jaar zal blijken of inheemse dieren en planten zich echt anders gaan gedragen nu de zomer al een paar jaar langer duurt en de winter eerder ophoudt.

Het zou overigens voor de oorspronkelijk in Nederland voorkomende soorten wel gewenst zijn dat er eens wat jaren volgen met ‘normaal’ Hollands weer, want een adempauze is voor die flora en fauna wel nodig. Dat zegt bioloog Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit (WUR).

Van Vliet constateert dat de bladverkleuring aan de bomen ondanks de warme oktoberdagen niet extreem laat is, zoals bijvoorbeeld in 2020 wel het geval was. „Dat komt doordat het eind september ‘s nachts even koud is geweest, met temperaturen rond het vriespunt. Over de afgelopen vijftien jaar gezien is de bladverkleuring wel echt wat later geworden.”

Groene omgeving

Ecoloog Wieger Wamelink van de WUR noemt het „krankzinnig” dat de meeste eikenbomen nog groen zijn. „Zo lang het warm blijft, zoals nu, gaan bomen door met groeien. Dat is goed, want bomen slaan CO2 op. En het is wetenschappelijk aangetoond dat mensen zich beter voelen in een groene omgeving. Maar we weten nog niet wat het gevolg is van bomen die zo lang door blijven groeien. Houden ze dat op de langere termijn vol? En wat gebeurt er met het gras en de struiken die onder bomen groeien?”

Wamelink constateert tevens dat er deze herfst extreem veel eikels en beukennootjes zijn. „En dat was de vorige keer na een zeer warme zomer ook zo. We onderzoeken of hete zomers er iets mee te maken hebben. Maar de zomer van 2021 was vrij nat en toen hebben de bomen knoppen gezet. Dat kan ook een reden zijn.”

De warme herfstdagen brengen dieren in de war. Insecten zijn nog flink actief en er vliegen nog veel meer vlinders dan gewoonlijk tegen november. Dat geldt dan weer niet voor het veenbesblauwtje en de veenbesparelmoervlinder, want die houden juist van kou, aldus de Vlinderstichting. „Ik zie ook nog egels, die eigenlijk aan hun winterslaap toe zijn. En vleermuizen. En er vliegen nog volop wespen bij de klimop”, zegt bioloog Van Vliet. „Dat is vanuit natuurlijk perspectief ongewenst. Inheemse soorten krijgen het steeds zwaarder, terwijl warmteminnende soorten, die hier niet thuishoren, het steeds beter doen.”

In de herfstzon

Amfibieën zoals padden, kikkers en salamanders koesteren zich in de herfstzon, terwijl ze gewoonlijk al in spleten en kieren onder de grond kruipen. Amfibieën en reptielen kunnen goed tegen een warm najaar, zegt RAVON, de organisatie die deze soorten en vissen beschermt. „In zuidelijke landen weten die dieren niet beter. Het is niet erg dat ze nog wakker zijn. Sommige soorten, zoals de zandhagedis, zijn trouwens al in september aan hun winterslaap begonnen.”

RAVON heeft de indruk dat een late herfst en een vroeg einde van de winter wel iets aan de leefwijze van amfibieën gaan veranderen. „We hebben gegevens over veertig jaar van de bruine kikker. Die is gemiddeld acht dagen eerder eieren gaan leggen. Dat heeft weer gevolgen voor allerlei ander leven in de natuur.”

Nieuws

menu