Wat is er toch gebeurd met de dreigende virusziekte SARS?

Deze serie van het Friesch Dagblad gaat over zaken waarover mensen zich ooit veel zorgen maakten, maar waar je nu weinig van hoort. Bepaalde klimaatdreigingen, ziekten, atoombommen. Waar zijn die problemen gebleven? Vandaag de negende aflevering: de virusziekte SARS.

Een aanplakbiljet in Peking in september 2003. De Chinese overheid waarschuwde mensen om hygiënemaatregelen in acht te nemen om de ziekte in te dammen. De maatregelen hadden succes.

Een aanplakbiljet in Peking in september 2003. De Chinese overheid waarschuwde mensen om hygiënemaatregelen in acht te nemen om de ziekte in te dammen. De maatregelen hadden succes. Foto: AFP

Op 29 maart 2003 overleed Carlo Urbani (1956), een uit Italië afkomstige arts van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), aan een tot dan toe nog onbekende ziekte die vooral om zich heen greep in Zuidoost-Azië. Hij deed er onderzoek naar en raakte in Vietnam besmet. Hij bleek niet meer te redden. De medische wereld wist dat het om een virusinfectie ging waaraan mensen overleden, dat zij besmettelijk was en dat het ziektebeeld en het verloop ervan leek op griep.

De ziekte kreeg de naam SARS (een afkorting van Severe Acute Respiratory Syndrome). Zij maakte de meeste slachtoffers tussen 2002 en 2003. Het ging, zoals de omschrijving al aangeeft om een infectie van de luchtwegen, met name de longen. In China, waar het virus ontstond, vielen bijna 350 doden en raakten vijfduizend mensen besmet. Wereldwijd waren er achtduizend besmettingen en bijna achthonderd doden. Een sterftecijfer van ongeveer 10 procent.

Mortaliteit

De besmettingscijfers lijken achteraf gezien niet groot. Ter vergelijking: ieder jaar sterven er in Nederland een paar duizend mensen aan de gevolgen van ‘gewone’ griep (vooral ouderen en zieken). Dat vinden de meeste mensen niet iets om druk over te doen. Maar in 2002 vormde met name de onbekendheid en de ongrijpbaarheid van het virus een belangrijke reden voor besmettingsangst en er ontstond in Europa (ook Nederland) en de Verenigde Staten grote paniek.

Deze serie Verdwenen Zorgen gaat over zaken waarover mensen zich ooit veel zorgen maakten, maar waar je nu weinig van hoort. Dit keer: Wat is er toch gebeurd met de sinaasappels van Outspan? https://t.co/SZZBva96KU

— Friesch Dagblad (@frieschdagblad) July 22, 2019

Tegen virussen is medisch gezien (behalve inenting, maar dan moet je wel de juiste verzwakte stammen hebben) weinig te doen, en al helemaal niet als het om een nieuw ontdekt virus gaat. Antibiotica heeft geen invloed op hen. De grote vraag was in 2002-2003: waar is die ziektemaker vandaan gekomen, en wat kunnen we doen aan de bestrijding ervan? En vooral: hoe kunnen we voorkomen dat het virus zich dodelijk verspreidt over de hele wereld? Deze vragen hielden de media en deskundigen bijna dagelijks bezig.

Wereldgeheugen

De SARS-angst had mede te maken met het collectieve wereldgeheugen. En dat wereldgeheugen herinnerde zich vooral de herfst van 1918, tijdens het laatste jaar van Eerste Wereldoorlog. Toen dook opeens de Spaanse Griep op in Europa. Nog steeds is het niet helder waar de ziekte is ontstaan. De meeste historici en medici wijzen naar de Verenigde Staten. Het dodelijke virus is volgens hen met de soldaten naar Europa gekomen. Maar anderen zeggen juist dat (dodelijke) mutaties van griepvirussen ontstaan in regio’s waar vogels (kippen, eenden), varkens en mensen dicht op elkaar leven. Zo’n regio is Zuidoost-Azië. Vogels besmetten varkens, en varkens besmetten vervolgens mensen. Er waren tijdens de Eerste Wereldoorlog nogal wat Chinese arbeiders aan het werk voor de Geallieerde legers.

De besmetting vond niet alleen plaats via de adem maar ook via urine, ontlasting en huidcontact

De pandemie die ontstond kostte naar schatting vijftig tot honderd miljoen mensen het leven. Dat was een veelvoud van het aantal militaire slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. De verschijnselen waren hoge koorts, hoesten, spierpijn en keelpijn. Daarna kregen zieken grote moeheid en flauwtes. Uiteindelijk was er bij de besmette mensen zelfs geen energie meer om te eten, te drinken en adem te halen. Binnen enkele dagen had de ziekte de dood tot gevolg. Van alle militairen die overleden gedurende de Eerste Wereldoorlog, overleed 70 procent aan de Spaanse Griep.

Virus SARS

Toen de Eerste Wereldoorlog voorbij was en de militairen weer huiswaarts keerden, sloeg het virus in enorm tempo om zich heen in de thuislanden van de militairen. Maar de ziekte dook ook op in landen die niet aan de oorlog meededen. Zo vielen er in Nederland duizenden slachtoffers. En het bijzondere aan de Spaanse Griep was dat juist niet de oude, zwakke mensen en baby’s en peuters er aan ten gronde gingen, maar vooral de twintigers, dertigers en veertigers. Vooral mensen met een sterk afweersysteem stierven. De conclusie van medici was al gauw – en dat lijkt tot nu toe terecht – dat het natuurlijk afweersysteem van een heel gezond lichaam zo’n felle reactie vormt dat het niet alleen het virus maar ook eigen lichaamscellen vernietigt.

Wat is er toch gebeurd met de dreiging van een oliecrisis?

Deze serie van het Friesch Dagblad gaat over zaken waarover mensen zich ooit veel zorgen maakten, maar waar je nu weinig van hoort. Bepaalde klimaatdreigingen, ziekten, atoombommen. Waar zijn die problemen gebleven? Vandaag de zevende aflevering: de dreiging van een oliecrisis.

Terug naar SARS. Na wereldwijd onderzoek - bij de identificatie van het virus dat de ziekte veroorzaakt speelde de Nederlandse viroloog en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Ab Osterhaus een belangrijke rol – werd bekend dat het Coronavirus de boosdoener was. Dit virus werd nooit als iets bedreigend gezien. In al zijn variaties is Corona naast rhinovirussen hoogstwaarschijnlijk de veroorzaker van een groot percentage van alle gewone verkoudheid bij volwassenen. Maar hier ging het om een verkoudheidsvirus dat dus plotseling dodelijke gevolgen kon hebben.

Urine

De besmetting vond in 2002-2003 niet alleen plaats via de adem, maar waarschijnlijk ook via urine, ontlasting en huidcontact. Mensen konden ook SARS krijgen door besmet water te drinken of geïnfecteerd voedsel te eten. Want het virus bleek ook via de nieren, de dunne darm en zweetklieren het lichaam binnen te kunnen dringen. Vooral familieleden, verzorgenden en behandelend artsen (zo ook Urbani) van patiënten raakten besmet. Snel werd overigens al duidelijk dat het virus veel minder besmettelijk was dan een ‘gewone’ griepvorm. Een geluk bij de bestrijding van een mogelijke pandemie. SARS werd door allerlei maatregelen ter voorkoming van verspreiding ingedamd en is verdwenen. Tenminste tot nu toe.

Nog steeds vormen virussen een bedreiging voor mens en dier. We kennen nu de zorg die heerst over een mogelijke pandemie van het ebolavirus in Congo en omliggende landen. AIDS is met de tegenwoordige medicinale bestrijders van de gevolgen een chronische ziekte geworden. Maar virussen, met hun soms zeer dodelijke eigenschappen zullen we nooit kwijtraken. Het zijn maar eenvoudige organismen, waarover in de wetenschap nog steeds de discussie woedt of het wel of niet gaat om levende wezens. Ze kunnen in ieder geval geen nakomelingen krijgen zonder een gastheer en in natuurlijke toestand kunnen ze in allerlei omstandigheden eeuwenlang blijven bestaan. Maar als ze kans zien zich te verspreiden, en hoe makkelijk gaat dat tegenwoordig met onze transportmogelijkheden zoals vliegverkeer, dan kunnen ze grote rampen veroorzaken.

Reageren? opinie@frieschdagblad.nl

Lees ook: Verdwenen zorgen: Wat is er toch gebeurd met de neutronenbom?

Nieuws

menu