100 jaar Heerenveen: het elftal van de eeuw

Op 20 juli 2020 bestaat de vv Heerenveen honderd jaar. In de aanloop naar het eeuwfeest schrijft Edward Jorna elke woensdag over de club. Aflevering 5. Het elftal van de eeuw.

100 jaar Heerenveen moedigt logischerwijs aan tot het samenstellen van de beste 100 spelers aller tijden. Voor ik die uitdaging aanga vandaag eerst het beste elftal aller tijden. Het hoeft geen betoog dat dit mijn werkelijkheid is. En omdat de mens per definitie feilbaar is, hoor ik nadien graag (sport@frieschdagblad.nl) waar ik volgens u zoal de mist ben ingegaan.

Dat Abe Lenstra, algemeen beschouwd als de beste Friese voetballer ooit, in het elftal is opgenomen is evident. Daarmee is het spelsysteem ook direct duidelijk: mét stopperspil. Abe staat er immers op dat hij als linksbinnen wordt opgesteld en ik zou wel gek zijn om het conflict op te zoeken met de grote sterspeler. Voordat je weet heb je de poppen aan het dansen en is ‘hurdkop’ Abe op zondagmiddag aan het aaisykjen in de landerijen bij Stobbegat in plaats van dat hij schittert in het Friese Haagje.

Voor we verder gaan eerst nog even iets over het stopperspilsysteem. Dit systeem (1-3-2-5) kent zijn glorietijd in de eerste gouden periode van Heerenveen - de jaren veertig van de vorige eeuw - en heeft als belangrijkste kenmerk dat de centrale middenvelder (’spil’) naar de laatste linie is gehaald. De twee middenvelders worden ‘kanthalfs’ genoemd en de rechts- en linksbinnen spelen iets teruggetrokken waardoor je het ook als 1-3-2-2-3 kunt beschrijven.

Pieter Bijl. Hele schoolagenda’s en schriften schreef ik vol met zijn naam. Dat een klasgenoot, een rasechte Cambuur-supporter, er steevast ‘is een dweil’ achter pende, deerde me niet.

Wie in het elftal sowieso ook een plek krijgt is Pieter Bijl. Waarom? Deze sierlijke middenvelder, boerenzoon uit Espel, is mijn persoonlijke favoriet. Hele schoolagenda’s en schriften schreef ik vol met zijn naam. Dat een klasgenoot, een rasechte Cambuur-supporter, er steevast ‘is een dweil’ achter pende, deerde me niet. Het sterkte mij in mijn overtuiging dat Pieter Bijl, mijn lichtend voorbeeld, een speler was die ze in Leeuwarden nog nooit hadden gezien.

Met linksbinnen Abe Lenstra en (rechter)kanthalf Pieter Bijl gaan we verder bouwen en omdat deze rubriek nu eenmaal niet een oneindig aantal woorden kent, moeten we een beetje haast maken. Dan helpt het dus niet dat ik twijfel wie er op de ‘kool’ moet staan. Eerlijk gezegd kan ik me geen enkele excellente keeper voor de geest halen.

De redding van de eeuw

Daarom kies ik - op basis van één redding - voor Johan Tukker. Het was 30 mei 1990, Heerenveen en Emmen speelden de returnwedstrijd om een voor beide ploegen historische promotie naar de eredivisie (in Emmen was het drie dagen eerder 1-0 voor de Drenten geworden) en door een rake kopstoot van Gertjan Verbeek leidde Heerenveen met 1-0. En toen kwam die steenharde kopbal van dichtbij van Emmen-aanvaller Gerrie Schaap, die een seizoen later bij Heerenveen in de eredivisie speelde. Onhoudbaar. Maar niet voor Tukker. De redding van de eeuw!

Me dunkt, de rest van het elftal spreekt voor zichzelf. Hierbij!

Doel: Johan Tukker.

Achter: Petter Hansson, Henk Zoetendal (spil) en Tieme Klompe.

Midden: Pieter Bijl en Eddy Bosman.

Voor: Hennie Jonkman (aanvoerder), Jon Dahl Tomasson, Ruud van Nistelrooy, Abe Lenstra en Germ Hofma.

Wissels: Hiddo Reijs, Johan Hansma, Ole Tobiasen, Danijel Pranjić, Michel Vlap, Hakim Ziyech, Jan de Visser, Wim Molenaar, Afonso Alves, Marcus Allbäck en Klaas-Jan Huntelaar.

Nieuws

menu