Ada Kok: een eigenzinnige vlinder en het niet meer verwachte zwemgoud op de Olympische Spelen van Mexico-Stad in 1968

Zwemster Ada Kok is in 1968 tijdens de Olympische Spelen van Mexico-stad topfavoriet voor goud op de vlinderslag, maar na een mislukte 100 meter haalt ze pas op de dubbele afstand haar gram. In de nieuwe zomerserie van Andere Tijden Sport een uitgebreide terugblik op de carrière van de Amsterdamse, waarin plezier altijd de belangrijkste drijfveer bleek.

Ada Kok viert haar overwinning op de 200 meter vrije slag bij de Olympische Spelen van 1968.

Ada Kok viert haar overwinning op de 200 meter vrije slag bij de Olympische Spelen van 1968.

Ada Kok (6 juni 1947) groeit op als oudste dochter van een ondernemend stel, dat in Amsterdam een zuivelwinkel runt. Zonder grote sportieve ambities aanvankelijk. Pas als haar jongere zus Gretta in 1960 wordt geselecteerd voor de Spelen van Tokio en na afloop met ,,allerlei leuke spulletjes” thuiskomt, besluit ze dat ze ook wel eens zo’n buitenlandse trip mee wil maken. De olympische droom is geboren.

Ada en Gretta Kok worden lid van de zwemclub in Naarden, waar de strenge Wil Bunschoten-Van Breukelen de scepter zwaait. Om onder haar bewind te kunnen trainen, pakken de zusjes iedere keer de trein van Amsterdam naar Hilversum, om vervolgens per fiets naar het zwembad van Baarn te gaan. Daar wacht hen een spartaans programma.

Vlinderslag

Vreemd genoeg heeft Ada Kok op dat moment nog nooit de vlinderslag gezwommen. Toch wordt ze, wanneer een ander meisje ziek afgehaakt, gevraagd die rol op zich te nemen in de estafetteploeg. Vol wilskracht probeert de toekomstig kampioene de techniek onder de knie te krijgen en dat lukt wonderwel.

Zodanig dat Kok al op vijftienjarige leeftijd laat zien dat ze het in zich heeft om een wereldtopper te worden, door bij de Europese kampioenschappen van Leipzig in 1962 uit het niets naar de Europese titel te zwemmen. Een jaar later verbreekt ze voor het eerst een wereldrecord, met een geleend badpak nota bene.

Verwachtingen

Logisch dus dat de verwachtingen voor de Olympische Spelen van 1964 hooggespannen zijn. Ada Kok gaat goud winnen in Tokio. Daarvan is iedereen overtuigd. De dan pas zeventienjarige wereldrecordhoudster op de 100 meter vlinderslag wint immers bijna iedere race waaraan ze meedoet.

De enige die het haar in de olympische finale wel eens lastig zou kunnen maken is Sharon Stouder en uiteindelijk gaat de Amerikaanse er ook met het goud vandoor. Kok wordt ‘slechts’ tweede, maar krijgt met de estafetteploeg nog een kans om dat mindere optreden goed te maken op de viermaal 100 meter wisselslag.

Nadat Ria van Velsen en Klenie Bimolt klaar zijn met de rug- en schoolslag ligt Nederland op de zesde plaats. Ada Kok begint aan een onvoorstelbare inhaalrace, die er voor zorgt dat Erica Terpstra als tweede van het startblok kan. De oranje-vrouwen winnen zilver.

Vier jaar door

Die medaille is voor Kok niet genoeg. Ze wil goud en gaat daarom nog vier jaar door. Omdat de 200 meter vlinderslag aan het olympische programma is toegevoegd, krijgt de specialiste op het onderdeel een extra kans in Mexico-Stad. Daarnaast komt er met Rob Kerhoven een nieuwe bondscoach.

Die is jong, ambitieus en streng. En met dat laatste heeft Kok grote moeite. Waar ze tijdens kampioenschappen ’s avonds nog wel eens een drankje wil gaan drinken in de stad om ontspannen aan de race te kunnen beginnen, beveelt de trainer haar thuis te blijven. Het botst.

Overtraind

Desondanks gaat Kok ‘gewoon’ mee op de trip naar het Oostblok, waar Kerkhoven zijn zwemmers klaar wil stomen voor de Spelen. Het pakt totaal verkeerd uit. In plaats van een goede basis te leggen, slaat de sfeer om en eenmaal in Mexico aangekomen blijkt een groot deel van de atleten overtraind.

Ook Kok zit niet lekker in haar vel. De voorrondes van de 100 meter wisselslag doorkomen lukt nog wel, maar tijdens de finale gaat het onder toeziend oog van diverse hoogwaardigheidsbekleders mis. En als ze gedoucht en wel naar het olympisch dorp terug wil keren wordt het verschil tussen winnen en verliezen pijnlijk duidelijk: alle bussen zijn al weg.

Olympisch kampioen

Een dag later, op de 200 meter, haalt Kok alsnog haar gram: olympisch kampioen. Een titel die niet zozeer valt toe te schrijven aan de begeleiding van Kerkhoven, maar het resultaat is van volharding, een stukje rancune en het doen van een eigen wedstrijdvoorbereiding: gestoeld op het maken van plezier.

Plotseling zien alle mensen die een etmaal eerder geen oog voor haar hadden Kok wel staan. Ze walgt ervan en besluit direct het thuisfront te bellen. Daarna volgt een gezellige avond in de binnenstad, zonder al die ‘successupporters’. Om nooit te vergeten.

Andere Tijden Sport. Ada Kok: Blijheid. Vrijheid. Goud! Zondag 18 juli om 22.00 uur op NPO1.