Bravo Heerenveen! Bravo!

Op 20 juli 2020 bestaat vv Heerenveen honderd jaar. In de aanloop naar het eeuwfeest schrijft Edward Jorna elke woensdag over de club. Vandaag: Vijftig jaar ”Heerenveen”. Een stukgelezen gedenkboek.

In een tijd waarin het ene na het andere sportboek van de persen rolt is het nauwelijks nog voor te stellen, maar tot een halve eeuw geleden was het not done om een boek te schrijven over zoiets platvloers als sport. Politiek, historie of (streek)roman: allemaal best. Maar sport? Nooit aan beginnen! Of wilde meneer of mevrouw de schrijver misschien niet voor vol worden aangezien?

Het is om die reden dat in mijn eerste boekenkast, naast drie gebonden jaargangen van de voetballende stripfiguur Kick Wilstra en een groot aantal stripboeken van de Rob van de Rovers en de Wondersloffen van Sjakie , slechts twee sportboeken stonden: het plaatjesalbum 40 Sporten en spelen in woord en beeld van Blue Band dat mijn vader in 1954 bij elkaar spaarde en het boek Vijftig jaar ”Heerenveen”.

‘De Tank’

Ik durf niet te zeggen hoe vaak ik het 146 pagina’s tellende gedenkboek – uitgegeven door de Koperative Utjouwerij Bolsward en geschreven door L. Hofstra – gelezen heb, maar wel zo vaak dat ik op den duur de complete geschiedenis van de eerste halve eeuw van vv Heerenveen uit mijn hoofd kon opdreunen. Vroeg mijn vader naar de bijnaam van Marten Brandsma dan antwoordde ik zonder met de ogen te knipperen ‘De Tank’. En dan wist ik ook te vermelden dat hij de winnende goal had gescoord in die beroemde wedstrijd tegen Ajax (6-5) en dat hij misschien niet zo’n heel goede spits was, maar dat hij wel vaak op de goede plek stond. Immers, dat had mijn vader zelf talloze malen verteld.

Net als vele anderen vond mijn vader Abe Lenstra - naast een hele goede voetbaler - ook een luie voetballer

Net als vele anderen vond mijn vader Abe Lenstra - naast een hele goede voetbaler - ook een luie voetballer. ,,Hy rûn noait op in bal dy’t hy net helje koe.” Als kind was je in die tijd nog niet zo assertief en geloofde je je vader op zijn woord, maar toen al begreep ik niet waarom je überhaupt achter een bal aan zou moeten rennen die je toch niet zou kunnen halen. Een hoogspringer trekt zijn trainingspak toch ook niet uit als de lat op vier meter en 50 centimeter ligt?

In Vijftig jaar ”Heerenveen” houdt L. Hofstra zich vooral aan de feiten. Hier en daar lees ik tussen de regels door dat hij een voorliefde had voor Henny Jonkman, maar dat kan ik ook geproefd hebben door wat mijn vader ooit had gezegd. ,,In bettere oanfierder hat Hearrenfean noait hân.”

Over Abe Lenstra steekt Hofstra in het boek slechts éénmaal de loftrompet en wel na afloop van zijn laatste competitiewedstrijd voor Heerenveen in juni 1954 tegen het Haarlemse EDO (1-5 verlies). ‘Duizenden heeft hij voetbalgenot geschonken, door een fantastische baltechniek en een zeldzame lichaamsbeheersing. Tegenstanders en zelfs scheidsrechters brachten de handen vaak op elkaar voor mooie staaltjes voetbal.’

Uitgerekend in het jubileumjaar 1970 promoveerde Heerenveen (terug) naar de eerste divisie. Beter slotwoord had L. Hofstra zich vast niet kunnen wensen.

Aan een slotwoord deed de schrijver niet. Ik vermoed dat hij het niet nodig achtte. Immers, uitgerekend in het jubileumjaar 1970 promoveerde Heerenveen (terug) naar de eerste divisie. Een beter slotwoord had L. Hofstra zich vast niet kunnen wensen.

De schrijver had trouwens nog wel een goed woord over voor het kampioenschap. Bravo.

Schitterend woord. Je hoort het tegenwoordig veel te weinig. Bravo, bravo, bravo. Bravo Heerenveen!

Nieuws

menu