Dit artikel is vandaag gratis

De Duitse inval werd Jan van Dalen (22), een Fries voetbaltalent van CAB uit Bolsward, op de eerste dag fataal

Het graf van Jan van Dalen en de andere gesneuvelden werd een jaar na de Duitse aanval in het bijzijn van familieleden onthuld. In 1973 werd het graf verplaatst naar het militair ereveld De Grebbeberg. Foto: FD

Hij debuteerde als vijftienjarige in het eerste team van CAB en haalde later zelfs het Friese elftal. Maar een routinier op de velden zou Jan van Dalen nooit worden. De Bolswarder stierf op de allereerste dag van de Duitse inval en werd slechts 22 jaar.

Oog in oog met de vijand is het kwestie van leven en dood. Dat beseft elke soldaat als hij ten strijde trekt. Voor Jan van Dalen uit Bolsward was dat in 1940 niet anders. De angst voor een Duitse inval was toen groot en dus deed Nederland een beroep op vele jonge mannen. Zij lieten huis en haard achter om de landsgrenzen te verdedigen. Op 10 mei 1940, de dag dat de troepen van Adolf Hitler aanvielen, morgen tachtig jaar geleden, stierf de 22-jarige Van Dalen zonder ook maar een moment oog in oog met een Duitser te hebben gestaan.

Jan werd geboren op 24 juli 1917 en was de tweede zoon van Jacobus van Dalen en Maaike Bruggenkamp. Het echtpaar kreeg acht kinderen: twee jongens en zes meisjes. Jan was de oudste zoon. Het gezin woonde in de Van Munnickhuizenstraat, gelegen in een van de nieuwe wijken van Bolsward. De liefde voor voetbal kreeg de kleine Jan van zijn vader met de paplepel mee. De jongeling ging spelen voor de Combinatie Achilles Bolsward (CAB). Hij bleek algauw een talentje te zijn. Jan had een atletische lichaamsbouw en beschikte ook nog eens over een goede techniek.

Een vaste waarde

Al op zijn vijftiende maakte Van Dalen zijn debuut in het eerste elftal. Als linksbinnen ontwikkelde hij zich tot een vaste waarde bij CAB. Tijdens het seizoen 1933/1934 miste Jan zelfs geen enkel duel. Hij bleek een echte doorzetter en was fanatiek bezig met sport. In de maanden dat het voetbal stil lag, verlegde Van Dalen zijn aandacht naar het kaatsen. In 1932 won Jan met zijn maten Jan Rienstra en Klaas Nieuwenhuis een jongenspartij en mocht hij volgens een bericht in de Leeuwarder Courant ‘luxe voorwerpen’ mee naar huis nemen.

Succesvol was Jan ook zeker op het voetbalveld. CAB was tijdens het seizoen 1938/1939 verwikkeld in een spannende strijd met Nicator. In de laatste competitiewedstrijd stonden beide ploegen in Leeuwarden in een rechtstreeks duel om de titel tegenover elkaar. Nicator had één punt meer dan de Bolswarders, maar die laatsten vierden na afloop het feestje. Onder toeziend oog van zo’n vierhonderd meegereisde CAB-supporters boekte de ploeg, met linksbinnen Van Dalen in de basis, een 0-2 zege. CAB pakte de titel in de derde klasse.

Door de mobilisatie liet Van Dalen Bolsward en alles wat hem lief was achter zich

Jan kwam dat seizoen alle negentien duels in actie en maakte daarin een goede indruk: hij werd zelfs opgeroepen voor het Friese elftal. Het seizoen erna moest CAB het echter zonder Van Dalen doen. De angst voor een Duitse inval nam elke maand verder toe en dus werden vanuit alle delen van het land jonge mannen opgeroepen zich te melden bij het leger. Door de mobilisatie liet Van Dalen Bolsward en alles wat hem lief was achter zich. Dat waren niet alleen zijn ouders en teamgenoten bij CAB: Jan had serieuze verkering met Alie Steunebrink en samen maakten ze plannen om te trouwen.

De plicht riep

Het leven leek Van Dalen op vele vlakken toe te lachen, want naast gelukkig in de liefde verdiende hij ook zijn eigen boterham. Van Dalen volgde na het afronden van de mulo een opleiding tot boekhouder. In 1937 plaatste Jan een advertentie in de Leeuwarder Courant, waarin hij zich als ‘jonge kantoorbediende’ aanbood en potentiële werkgevers liet weten over ‘goede getuigen’ te beschikken. Jan ging uiteindelijk aan de slag op kantoor bij Th.H. van der Meulen’s IJzerhandel in Bolsward en Leeuwarden.

Maar toen de plicht hem riep, trok Jan zijn militaire kloffie aan en reisde hij naar Haarlem. De dreiging vanuit het nationaalsocialistische Duitsland was reëel, maar de Nederlandse regering vertrouwde erop dat de uitgesproken neutraliteit niet zou worden geschonden door Hitler. Op 10 mei 1940 bleek dat vertrouwen onterecht: duizenden Duitse troepen trokken in snel tempo de grens over. Het Nederlandse leger stond voor de onmogelijke taak om de Duitse overmacht een halt toe te roepen.

Toen de plicht hem riep, trok Jan zijn militaire kloffie aan en reisde hij naar Haarlem

Nadat het bericht van de vijandelijke inval ’s ochtends in alle vroegte ook Haarlem had bereikt, waren Van Dalen en zijn medesoldaten in opperste staat van paraatheid. Er werden voorbereidingen getroffen om de Duitsers te gaan bevechten. Iedere auto, bus of vrachtwagen werd gevorderd om troepen van de ene na de andere plek te vervoeren. Jan maakte deel uit van het eerste Bataljon van het negende Regiment Infanterie. Zij kregen de opdracht om naar Leiden te rijden om daar nog meer soldaten op te pikken.

Jachtvliegtuig

Tot jaloezie van de andere militairen zou Van Dalen de reis naar Leiden in een gloednieuwe bus maken en het werd nog mooier voor de Bolswarder: als korporaal mocht Jan namelijk voor in de bus plaatsnemen. Maar toen een van de soldaten liet weten aan wagenziekte te lijden, stond Van Dalen zijn plaats af en ging hij achter in de bus zitten. Jan was niet de enige Fries in de bus. Ook de Amelander soldaat Jan Johannes van den Brink en de in Wonseradeel geboren Douwe Mulder zochten een zitplaats. Zij waren drie jaar jonger dan korporaal Van Dalen.

Tot Sassenheim verliep de rit zonder problemen. Al zagen de soldaten voor het eerst een teken van de Duitse aanval: een jachtvliegtuig vloog een paar keer laag over de militaire colonne heen. De piloot van de Luftwaffe leek weinig belangstelling voor de Nederlandse militairen te hebben. Maar net op het moment dat niemand nog een aanval verwachtte, opende het vliegtuig het vuur. Op de grond brak paniek uit: de meegebrachte paarden braken los door het spervuur en vele militairen zochten een veilig heenkomen in de berm, achter een trekker of renden zo snel ze konden het weiland in.

De bus met daarin Van Dalen werd geraakt. De piloot had een voltreffer te pakken

De colonne bevond zich op dat moment bij de Postbrug, tussen Sassenheim en Oegstgeest. Een paar soldaten schoten wanhopig met hun mitrailleur een salvo richting het vliegtuig, maar dat had geen enkel effect. Zonder luchtafweergeschut kon de Duitse piloot zijn gang gaan. Hij draaide zijn kist in de buurt van kasteel Endegeest en vloog opnieuw op de Nederlandse militairen af. Vanuit het vliegtuig wierp hij drie brandbommen. De bus met daarin korporaal Van Dalen werd geraakt. De piloot had een voltreffer te pakken.

Binnen een mum van tijd schoten de vlammen uit het zwaar beschadigde voertuig. Zeventien inzittenden overleefden de aanval niet: Jan van Dalen, Douwe Mulder en Jan Johannes van den Brink kwamen allen om door de kracht van de bom of stierven in de vlammenzee. Ook de chauffeur van de bus, Willem Marinus Kors, overleed ter plaatse. Wonder boven wonder wist de soldaat die voorin op de plek van Jan was gaan zitten het brandende voertuig wel levend te verlaten. De wisseling van zitplaats kostte Jan uiteindelijk het leven.

Geblakerde bus

Terwijl de angstige militairen na de aanval verder trokken in de richting van Leiden, bleef het geblakerde wrak van de bus langs de kant van de weg staan. Een dag later rinkelde de telefoon van de burgemeester van Sassenheim. De geneeskundig officier van het negende regiment liet weten dat de lichamen van de omgekomen militairen nog bij de Postbrug lagen. Aan de burgemeester de vraag of hij ervoor kon zorgen dat de gesneuvelden netjes werden begraven. Op de vraag waar dat dan moest gebeuren, was de officier duidelijk: in het naastgelegen weiland.

Velen leefden mee met het gezin. Het verlies van hun zoon viel niet te bevatten

In de krater die een afgeworpen vliegtuigbom had geslagen, werden elf geïdentificeerde lichamen begraven. Naast Mulder en Van den Brink werd ook Jan daar ter aarde besteld. Het nieuws van zijn dood zorgde in Bolsward voor een enorme schok en immens verdriet. Vele inwoners kenden de Van Dalens en leefden met hen mee. Het verlies van hun oudste zoon viel niet te bevatten. Verloofde Alie bleef alleen achter in de wetenschap dat de trouwplannen van haar en Jan nooit werkelijkheid zouden worden. Volgens de verhalen in de familie zou vader Jacobus binnen één nacht grijs zijn geworden.

Een mokerslag

Nadat Nederland zich had overgegeven aan de Duitsers en de nazi’s hun verstikkende greep op het land vestigden, verschenen eind mei in de Friese kranten de eerste berichten over het tragische lot dat Van Dalen had getroffen. Van der Meulen’s IJzerhandel plaatste een overlijdensadvertentie waarin die vol treurnis melding maakte van de dood van hun ‘aller vriend en zeer gewaardeerde medewerker’.

Ook bij zijn teamgenoten van CAB kwam het nieuws van Jans overlijden aan als een mokerslag: ‘Na het einde van de oorlogsdagen 10 Mei-14 Mei bereikte ons het droevige bericht, dat de sportieve en voortreffelijke speler Jan van Dalen, slechts 22 jaar oud, zijn leven te Oegstgeest voor zijn Vaderland had gegeven. Zijn nagedachtenis zal bij ons allen in ere blijven.’ Volgens de vereniging werd nimmer vergeefs een beroep gedaan op Van Dalen. Niet als er winst op het spel stond en ook niet wanneer het vaderland verdedigd moest worden.

Jan gaf altijd alles. In welke strijd dan ook.

U kunt ons helpen de journalistieke onafhankelijkheid in Fryslân te waarborgen. Klik hier om een bijdrage te leveren.

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen over het coronavirus? Meld u aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief

Nieuws

menu