Dit artikel is vandaag gratis

De Olympische Spelen zitten erop. Dit is hoe de Nederlandse ploeg het er vanaf bracht in Tokio en de verwachtingen grotendeels waarmaakte

Marit Bouwmeester (l) juicht met haar broer en coach Roelof Bouwmeester. Foto: ANP

Databureau Gracenote voorspelde in de zomer van 2019 dat de Nederlandse sportploeg 34 medailles zou gaan behalen op de Olympische Spelen van Tokio. Na het uitstel vanwege de coronacrisis liep dat aantal op naar 46. In juli, bij de laatste prognose voor de start van het mondiale sportevenement, voorspelde Gracenote zelfs dat TeamNL op de zesde plaats van de medaillespiegel zou uitkomen met maar liefst 48 plakken. Het werden er uiteindelijk 36.

Pieter van den Hoogenband, de chef de mission van TeamNL, wilde de afgelopen maanden nooit ingaan op die voorspellingen. ,,Sporters en coaches hebben natuurlijk hun verwachtingen en als je die bij elkaar optelt, gaan we heel goed scoren”, zei Van den Hoogenband al in 2019. ,,Maar uiteindelijk blijft het sport en komt het aan op het moment zelf.” Toen hij zelf nog zwom, vond ‘VDH’ het altijd storend als de chef de mission zich waagde aan voorspellingen wat betreft de medailleoogst.

,,Niks is zo vervelend als de chef de mission die gaat oreren over een aantal medailles, maar we staan er absoluut goed voor en hebben er enorm veel zin in”, zei de 43-jarige Limburger kort voor de start van de Spelen.

Extra persconferentie

Toen de oogst in Tokio na vier dagen ‘pas’ op drie zilveren medailles stond en TeamNL vooral coronazorgen had na een aantal positieve tests, belegde sportkoepel NOC*NSF een extra persconferentie waarop Van den Hoogenband en technisch directeur Maurits Hendriks uitleg gaven. ,,Het gaat alle kanten op. We hebben nog dertien dagen te gaan, alle dagen zullen we winnen en verliezen. Op 8 augustus maken we de totale balans op”, zei Van den Hoogenband toen.

Zijn ploeg had op dat moment al de nodige teleurstellingen moeten verwerken en naast voorspelde medailles gegrepen. Een dag later vestigde TeamNL een dagrecord op de Spelen met acht medailles. Daarmee werd het record van 11 augustus 1928 in Amsterdam (zeven) overtroffen.

Successen atletiekploeg

In de tweede week van de Spelen liep de teller hard op, vooral dankzij de successen van de atletiekploeg (acht medailles) en op de wielerbaan in Izu. Daar pakte Nederland drie keer goud, zilver en twee keer brons. In de teamsporten vielen de resultaten wat tegen. De hockeysters pakten weliswaar goud, maar de handbalsters, voetbalsters en waterpolosters werden allemaal in de kwartfinales uitgeschakeld. Bij het zeilen bleef de oogst met één gouden en twee bronzen medailles iets achter bij de hoge verwachtingen.