De tijd heeft vleugels en geen teugels, zo ervaart Epke Zonderland. Zijn beperkte fitheid staat mogelijk deelname aan Olympische Spelen in de weg

Epke Zonderland maakt zich grote zorgen over zijn beperkte fitheid. Die staat mogelijk zijn deelname aan de Olympische Spelen van Tokio in de weg.

Portret van Epke Zonderland. De turnselectie bereidt zich voor op de Olympische Spelen in Tokio.

Portret van Epke Zonderland. De turnselectie bereidt zich voor op de Olympische Spelen in Tokio. Foto: Vincent Jannink/ANP

Ouder worden. Iedereen gaat er op zijn eigen manier mee om. Zo ook Epke Zonderland. Niet dat de 35-jarige Lemster een oude man is, maar zo voelt hij zich soms wel. Zijn geest vraagt het lichaam om nog één huzarenstukje te leveren in Tokio, tijdens de Olympische Spelen. Maar juist het lichaam van de olympisch kampioen aan de rekstok sputtert tegen. ,,Het wordt een race tegen de klok.”

Een uitspraak die afkomstig is van de bondscoach van de turnploeg Bram van Bokhoven en later enigszins wordt bevestigd door de Friese turner zelf. Gisteren, tijdens de persconferentie van de KNGU vlak voor het vertrek naar Japan, klinkt hij verkouden. ,,Dat ben ik ook”, antwoordt hij desgevraagd. Zonderland heeft al jaren gezondheidsklachten die zich uiten in veelvuldig verkouden zijn en vollopende holtes. De hele voorbereiding is in het water gevallen. ,,Het is elke keer wat. Het ene moment denk ik dat ik er ben, het andere moment volgt er weer een tegenslag.”

Zonderland lijkt het grote slachtoffer te worden van de uitgestelde Olympische Spelen. Een jaar in een mensenleven stelt niet zoveel voor, maar wel als je als topsporter klaar bent om afscheid te nemen. Het jaar 2020 zou in het teken moeten staan van zijn grootse afscheid van de turnsport op het mooist denkbare podium. Maar corona bepaalde anders. ,,Vorig jaar voelde ik me erg goed, nu ben ik nog steeds niet waar ik wil zijn.”

Verkoudheidje

Sinds februari kwakkelt de Fries wat met zijn gezondheid. Dan weer dit, dan weer dat. Nu een verkoudheidje en in coronatijd is men dan altijd wat huiverig. Testen, testen en nog eens testen. Iets wat al in overvloed gebeurt. Zonderland oogt deze middag ook wat ‘smel om it kopke’, om het op z’n Fries te zeggen. ,,De gedachte om niet te gaan spookt wel door mijn hoofd.”

Een uitspraak die even moet landen. Want als Zonderland niet meereist naar Tokio, zit zijn carrière er nu al op. Geen groots afscheid van het hoogste podium, maar door de achterdeur van Schiphol. De arts, die onlangs vader werd van zijn tweede kind, weet zelf ook niet wat de oorzaak is van zijn fysieke leed. ,,Ik heb het idee dat ik tegen een muur aanloop. Ik ben niet fit en hoe ouder ik word, hoe moeizamer ik herstel. Ik heb het idee dat mijn lichaam een beetje op is.”

Al dertig jaar is zijn lichaam afgestemd op de turnsport. Trainen, uitvoeren, vallen, opstaan. Alles heeft het fysiek imponerende lijf van de Fries al een keer doorstaan. Maar uitgerekend nu, op het moment dat hij nog één keer wil laten zien aan de wereld wat hij kan, lijkt het lichaam ‘stop’ te zeggen. ,,Als ik normaal op mijn niveau zit, denk ik aan medailles. Nu zou het halen van de rekstokfinale al heel bijzonder zijn.”

De lach

Het is niet dat zijn stemming er onder lijdt op deze middag in Oranjewoud, waar de landelijke pers zich heeft verzameld om hem en zijn collega’s Bart Deurloo en Casimir Schmidt. Alle aandacht is vooral gevestigd op de goedlachse Lemster. Een ontspannen onderbreking van een gespannen sfeer die tot dat moment in de zaal hangt, vooral als het gaat over turncoach Vincent Wevers, de afwezigheid van diens dochters Sanne en Lieke en alle negatieve verhalen die de laatste tijd naar buiten zijn gekomen. Maar waar Epke komt, is de lach.

Want ergens in zijn hoofd zit berusting. Ook al komt dat nog niet zo expliciet over zijn lippen, die indruk wekt hij wel. ,,De druk is er wel wat af”, klinkt het bevestigend. ,,Er is wel een bepaalde ontspanning nu, ook al houd ik wel van een beetje druk. Maar het is wel duidelijk dat het straks mooi is geweest.”

Ouder worden. Iedereen gaat er op zijn eigen manier mee om. ,,Het voelt dubbel”, beschrijft Zonderland. ,,Je weet dat er ergens een keer een einde komt aan je carrière. Dat het klaar is en tijd is voor andere zaken. Het is enerzijds wel fijn om te weten dat ik de grens heb bereikt. Aan de andere kant wil ik het wel mooi afsluiten. En dat doe je toch liever in goede vorm als de Olympische Spelen je laatste kunstje zijn.”

Uitstijgen

Wat dan de grote drijfveer is om niet af te zeggen en toch te gaan? ,,Ik heb het gevoel dat ik nog één keer boven mezelf uit kan stijgen. Nog één keer een goede oefening kan turnen”, verklaart de succesvolste turner aller tijden. Drie Europese titels, drie wereldtitels en olympisch goud in 2012 staan er op zijn palmares. Medailles zitten nu niet in zijn gedachten. Het gaat om een waardig afscheid van de sport. Zijn sport. Aan zijn rekstok.

Van Bokhoven noemt het een race tegen de klok. En als iemand in staat is om de klok te verslaan, is het Epke Zonderland wel. Maar diep van binnen weet de Fries dat die andere race tegen moeder Natuur altijd in zijn nadeel beslecht zal worden. De tijd heeft vleugels en geen teugels. En daar heeft hij zich reeds bij neergelegd. Nog één keer en dan is het klaar.