Dit artikel is vandaag gratis

Epke Zonderland wist het na de Olympische Spelen van Tokio meteen: het is prima zo

Epke Zonderland kijkt naar de training van jonge turners tijdens de opening van de nieuwe turnhal bij Sportstad Heerenveen. Foto: ANP

Turner Epke Zonderland nam donderdag afscheid van de topsport. Hij deed dat in de nieuwe turnhal in Heerenveen, die hij officieel opende.

Turner Epke Zonderland is sinds zijn afscheid van de turnsport een drukbezet man, maar kan zich ergens wel herkennen in het ‘zwarte gat’ dat sommige sporters ervaren wanneer ze stoppen. Dat zei hij donderdag tijdens zijn afscheid, waarbij hij tevens het in 2021 in gebruik genomen nationale topsportcentrum in Heerenveen opende.

,,Natuurlijk had ik na mijn afscheid een heel duidelijk plan. Ik wilde verder met geneeskunde”, zei hij over zijn afscheid vlak na de Olympische Spelen van Tokio. ,,Maar tijdens de periode dat ik vakantie had, heb ik dat gevoel van het zwarte gat wel herkend. Ik snap dat andere sporters dat zo kunnen ervaren. Zelf voelde ik die onwennigheid ook wel een beetje. Voorheen wist je ruim een jaar van tevoren gewoon precies wat je ging doen. Je wedstrijden waren gepland, je trainingsschema ook. Er was altijd een bepaald ritme. Dat ben je ineens kwijt. Ineens mag je zelf bedenken hoe je je leven gaat invullen en dat is onwennig.”

Zoekende

Toch kwam het bij Zonderland niet echt zover. ,,Ik was zoekende, maar het was vooral ook fijn dat ik de ruimte had na te denken over de toekomst. Na een paar maanden was ik ook wel weer klaar om echt weer te beginnen.”

De oud-topturner en olympisch rekstokkampioen van 2012 heeft zijn pijlen duidelijk gericht op de toekomst. Hij wil sportarts worden. ,,Voor de Spelen heb ik me helemaal leeggetrokken en heb ik alles op alles gezet er toch wat van te maken. Ik merkte dat ik op was, geen behoefte meer had om door te moeten. Het was meteen prima zo.”

Toch mist hij de sport ook weleens. ,,Je geniet van het afzien omdat het erbij hoort. Dat mis je ergens ook wel. Als ik nog net zo fit zou zijn als vijftien jaar geleden dan weet ik niet of ik was gestopt. Zo mooi vind ik de sport nog wel.”

Geen vluchtelementen meer

Mede daarom is hij toch nog wekelijks in de turnhal te vinden. ,,Ik ga er bewust elke week heen, samen met mijn zoons. Die kleintjes kunnen dan ook nog even aan de slag en voor mezelf is het leuk om fit te blijven.” Vluchtelementen staan niet altijd meer op het programma. ,,Toen ik terugkwam van mijn vakantie heb ik na een paar trainingen weer wat geprobeerd. De Kovacs lukte wel, de Kolman lukte met heel veel moeite”, zegt hij lachend.

Hoewel het ‘moeten’ er vanaf is, heeft Zonderland vooral ook veel geleerd van dertig jaar in de sport. ,,Vooral over het leren omgaan met tegenslagen, het kijken hoe je altijd beter kunt worden. Als ik nu een tegenslag zou hebben, dan heb ik het vertrouwen dat het ook wel weer goed zal komen. Daar kan ik de rest van mijn leven verder mee.”

Ervaring

Hij wil van betekenis blijven voor de turnsport. ,,Ik heb dertig jaar in de turnsport gezeten en met die ervaring kan ik denk ik nog steeds wat betekenen. Ik ben altijd bereid mijn ervaringen in te zetten.”

Vooral de vrouwentak van de turnsport kwam de afgelopen jaren negatief in het nieuws vanwege ontboezemingen van oud-turnsters over mentale en fysieke mishandeling in de turnhal. Zonderland sprak daar donderdag openhartig over. ,,Het lastige van turnen is dat je je op jonge leeftijd al ontzettend ontwikkelt en kunt meedoen op het hoogste podium. Maar topsport is ook het maximale eruit halen. Het vergt heel veel van het individu. Ik heb er ook bloed, zweet en tranen in zitten. Ik heb het als iets heel moois beleefd, als een uitdaging.”

Toch erkende hij dat er ook veel oud-turners en -turnsters zijn die op een andere manier terugkijken op hun loopbaan. ,,Bij het vrouwenturnen merk je dat er verschillende oud-sporters nog steeds veel negatieve gevolgen ervaren van hun sportloopbaan. Dat wil je voorkomen. Daar zit meteen een uitdaging. Want hoe gaan we het zo organiseren dat je wel prikkelt, stimuleert en het maximale uit iemand haalt zonder de grenzen over te gaan?”

Openheid

Volgens Zonderland heeft het voornamelijk te maken met een bepaalde manier van omgang en communicatie. ,,Ik denk dat het een stukje openheid is. Ook al zijn ze heel jong, ze moeten toch durven zeggen waar ze mee zitten. Als daar oog voor is, dan pas kun je de grenzen opzoeken. Die veiligheid moet je voelen, dat je tegen je coach kunt zeggen: dit is voor mij de grens. Dat is waar we naartoe moeten. Ruimte voor het individu, daar moeten we in investeren.”

,,Er wordt veel naar de coaches gekeken, maar misschien mogen we wel niet alles van de coach verwachten, moet er ook een professional bij gezet worden om het allemaal te monitoren. Het is moeilijk. Ga maar eens een kind opvoeden”, zei hij lachend. ,,Ik merk het nu, dat is gewoon ontzettend moeilijk. Laat staan dat ze ook nog eens topsport doen.”

Nieuws

menu