Hoe bakkerszoon Evert ten Napel uit Klazienaveen zijn droom leefde en ‘de commentator van het volk’ werd

Als zoon van een bakker uit Klazienaveen is Evert ten Napel voorbestemd om later ‘in de zaak’ te gaan werken. Maar zo jong als hij is heeft hij heel andere plannen met zijn leven. Evert ten Napel wil, net als zijn grote voorbeelden Leo Pagano en Dick van Rijn, sportverslaggever worden.

Sportverslaggever Evert ten Napel vertelt in zijn autobiografie 'Het Volksparkstadion is van Oranje' nog een keer over de sportmomenten die we eindeloos willen herbeleven.

Sportverslaggever Evert ten Napel vertelt in zijn autobiografie 'Het Volksparkstadion is van Oranje' nog een keer over de sportmomenten die we eindeloos willen herbeleven. Foto: ANP

U weet hoe het verhaal afgelopen is. Ten Napel (nu 77 jaren oud) werd een van de bekendste Nederlandse sportverslaggevers (radio en tv) van de afgelopen vier decennia. Met zijn enthousiaste stijl van spreken werd hij ‘de commentator van het volk’ genoemd. Kreten als ‘Goeie genade’ en ‘die dekselse Messi’ zitten in het collectief geheugen van sportliefhebbers verankerd.

Nu het einde van zijn carrière onherroepelijk nadert, heeft Ten Napel zijn herinneringen aan het papier toevertrouwd. Zijn autobiografie heet Het Volksparkstadion is van Oranje . De titel is een verwijzing naar de legendarische zin die Ten Napel uitspreekt, kort nadat Marco van Basten in de halve finale van het EK van 1988 tegen Duitsland de 2-1 heeft gescoord.

Ten Napel schrijft zoals hij praat: gemakkelijk en lenig. Het boek leest zodoende lekker weg. Verwacht trouwens geen pikante verhalen (ter stimulering van de verkoop). Ten Napel maakt het niet mooier dan het is.

Hoewel. Ik weet niet waarom hij schrijft dat hij met Heerenveen meereisde naar Lech Poznan, maar feit is dat Heerenveen in de 101-jarige geschiedenis nimmer tegen de Poolse club speelde.

Meer fouten

In eerste instantie denk je dan nog ‘een vergissing en dat is menselijk’, maar van die gedachte stap ik af als het aantal fouten zich blijft opstapelen. Dat Ten Napel Duitsland in 1986 in het gigantische Aztekenstadion in Mexico-Stad met eigen ogen wereldkampioen ziet worden (en niet het Argentinië van de fabuleuze Diego Maradona) is ronduit een blunder, die ook de eindredactie van het boek zich zou moeten aantrekken.

Maar helaas blijft het daar niet bij. Ten Napel zit ook mis als hij spreekt over de halve finale op het EK van 2008 tussen Nederland en Rusland (kwartfinale) en als hij de Duitser Dieter Eilst aanmerkt als speler van het EK van 1996 (speler van de finale).

Ook beweert Ten Napel dat analist en oud-voetballer Jan Mulder op het EK van 2004 zou hebben geroepen dat bondscoach Dick Advocaat op de brandstapel zou moeten verdwijnen na de beroemde ‘Arjen Robben-wissel’. In werkelijkheid sprak Mulder echter over het stenigen van Advocaat. Net zo minachtend uiteraard, maar toch.

Kop van Jut

Dat Ten Napel het over de ‘brandstapel’ heeft komt trouwens niet helemaal uit de lucht vallen. Nadat hij op het WK voetbal van 1998 op de tv zegt dat Brazilië verdiend naar de finale gaat omdat het in het halve finale de strafschoppen nu eenmaal beter heeft genomen dan Nederland, begint Beau van Ervens Dorens in zijn radioprogramma Oh Beau de actie ‘Evert ten Napel op de brandstapel’.

Het leidt ertoe dat Ten Napel enige weken de nationale Kop van Jut is. Van deze pijnlijke episode in zijn leven echter geen woord in Het Volksparkstadion is van Oranje en dat voedt de gedachte toch wel dat het boek een beetje teveel een goednieuwsshow is.

Dat is het in wezen natuurlijk ook en eigenlijk is er ook niets mis mee. Want zo beklijven de schitterende Nederlandse sportprestaties van de de afgelopen veertig jaar des te meer.

Het Volksparkstadion is van Oranje. Evert ten Napel. Uitgeverij Inside. 208 pagina’s. €21,99